Arthur Rimbaud over Alfred de Musset

Musset met zijn kwetsende engelenluiheid is voor ons, gekwelde en van visioenen bezeten generaties, om veertien maal uit te kotsen! O die zouteloze vertelsels en spreuken! O zijn 'nuits', zijn 'Rolla', zijn 'Namouna', zijn 'La coupe'! Alles er aan is Frans, oftewel weergaloos weerzinwekkend; Frans, en niet Parijs! Alweer zo'n produkt van de walgelijke genius die zijn fonken blies in Rabelais, Voltaire, Jean lafontaine! Met commentaar van Taine! Zo fris als de lente, die geest van Musset! Zo bekoorlijk, die liefde van hem! Dat is pas een helder palet, dat is pas degelijk dichten! We zullen nog lang genieten van zijn Franse poëzie, maar wel in Frankrijk. De eerste de beste slagersknecht kan al een Rolladezin voor ons draaien, iedere seminarist heeft die vijfhonderd verzen stiekem in zijn zakboekje genoteerd. Op hun vijftiende worden de jongens hitsig van die hartstochtelijke ontboezemingen; op hun zestiende bevredigt het hen al ze met gevoel op te zeggen; op zijn achttiende, ja op zijn zeventiende al kan iedere scholier die iets presteert de Rolla spelen, een Rolla schrijven! Wie weet sterven er nog eens een paar aan. Musset heeft er niets van terechtgebracht: achter het gaas van de gordijnen schemerden visioenen; hij heeft er zijn ogen voor gesloten. Fransman, slapjanus, heeft zich van de kroeg naar de schoolbanken gesleept: mooi dood is ie morsdood, en van nu af aan passen we ervoor hem door onze walg nieuw leven in te blazen!
uit de Zienersbrieven:
15 mei 1871.

Meer over: