Dagdagelijkse verslaggeving van De Modernen

Tijdens de voorstellingen van De Modernen, begin juni 2010 in  de Roode Zaal van De Brakke Grond te Amsterdam, was elke avond een verslaggever aanwezig.  Onder andere toneelschrijver/acteur Tjeerd Bischof, tekenaar/dichter/vertaler Erik Bindervoet, vertaler/opmaker Robbert-Jan Henkes en kritikus Loek Zonneveld wagen een poging de steeds nieuwe avonden te beschrijven. Een inventaristatie van twaalf toneelvoorstellingen. Hieronder het verslag van de eerste avond, de andere elf als bijlage in PDF verzameld.

1 juni – de Brakke Grond - de modernen - eerste avond
Een leeg toneel: verschoten planken liggen op de vloer, aan weerszijden
van het toneel rijzen vloerdelen omhoog tot in het grit. Tegen de zwarte
achterwand twee ladders. Alles wijst de hemel in, maar hoe je daar ooit
moet komen…
Achter op het toneel een groepje in het zwart geklede figuren rond twee
banken.
Ik heb associaties met een bos. Terwijl ik mij afvraag hoeveel stukken
van Shakespeare zich afspelen in een bos, brengen twee acteurs wat extra
stoelen voor het publiek. Maar niemand heeft een stoel nodig en voor ik
er erg in heb blijkt de voorstelling al begonnen: twee toneelspelers
met vier stoelen, niet wetend wat ze ermee moeten. Zullen ze ja dan wel
nee, wachten tot er meer publiek is.
Wat nou bos, ik ben natuurlijk gewoon in het theater.
De andere acteurs komen naar voren. Sommige beginnen hun jasje uit te
trekken en proberen een ander jasje aan. Een vertwijfelde verkleedpartij
begint. Toneelspelers op zoek naar een kostuum. Sprakeloos gaan ze hun
gang, helpen elkaar met toewijding in een jasje, om het vervolgens weer
uit te trekken, en terwijl er haast geen woord valt zijn we in het
universum van Beckett beland. Het licht verandert, maar iedereen gaat
onverdroten door.
Een opmerking valt over de evolutie, over de worm, de vis, de mens, de
eerste rotstekening, Shakespeare. Ik versta het niet helemaal.
Er wordt gevraagd of iedereen er wel is. Een berg kleren wordt op het
toneel gelegd, een doos. Peinzend staan de acteurs ernaar te kijken. Er
wordt iets gezegd over de Storm, over Prospero, en ineens zit ik te
kijken naar een groepje drenkelingen, aangespoeld op een eiland.
De acteurs spreken over een lijst die ze hebben en vervolgens weer
zouden vergeten. Er worden verhalen ingezet, scènes begonnen en
becommentarieerd, maar niets wordt afgemaakt. Décorstukken worden
verplaatst en weer teruggezet. Flarden uit de toneel- en
cultuurgeschiedenis waaien voorbij. Er wordt gerefereerd aan gemaakte
afspraken voor deze voorstelling. Het woord ‘wanhoop’ valt een aantal
keren en of dat toch niet een beweging is naar de hoop toe.
Steeds sterker dringt het beeld zich op van een groep toneelspelers,
aangespoeld in het nu. Zij dragen met zich mee een traditie van eeuwen,
zij zijn het product van een culturele evolutie. Maar tegelijk zijn zij
vertwijfeld over de bruikbaarheid van die erfenis. De magie van Prospero
hebben ze niet meer op hun lijst staan, maar wel iets over wanhoop. Ter
plekke worden de diverse elementen van hun kunst uitgeprobeerd, maar
losgekoppeld van hun oorspronkelijke verband. Twee acteurs proberen een
echt conflictje te spelen, maar nee, de beledigingen zijn te slap en
treffen geen doel.
Het zoekende, nooit tot een einddoel komende, maakt de voorstelling
abstract, maar door de toewijding van de acteurs bloeit er uit die kale
handelingen nieuwe betekenis op, nieuwe associaties. Het woord
bricolage valt, de naam Levi Strauss. Hier wordt ter plekke geprobeerd
iets nieuws te scheppen.
Steeds sterker valt mij op dat iedere acteur zijn eigen individuele
spoor volgt. Hoewel het in een rustig tempo gebeurt is het veel, teveel
om in één keer tot je te nemen. Dit is een voorstelling om vaker naartoe
te gaan.
Er wordt gegoocheld met tijden. In een geestige sketch blijken een
vriend al eeuwen lang dood te zijn, en een vader is jonger dan zijn
zoon. “Eigenlijk is het heel ouderwets wat we doen, dat heb je wel
vaker als je heel modern probeert te zijn” hoor ik..
Haast ongemerkt, door beelden, flarden, opmerkingen, krijg je het gevoel
alsof je tegelijk een wandeling door de cultuurgeschiedenis maakt.
Onverhoeds begint Maureen Teeuwen in de lange meanderende zinnen van
Proust een monoloog over het geluksgevoel dat hem/haar bespringt op het
moment dat hij door een struikelpartij zijn verbinding terugvindt met
het verleden, in dit geval Venetië. Net zo onverhoeds word ik
overrompeld en geraakt. Omdat ik voel dat deze mensen in hun zoektocht
naar iets nieuws niet bezig is zich af te zetten tegen hun voorgangers,
maar integendeel dat het ook een liefdesverklaring is aan het verleden
waar zij uit voortkomen.
Daarna wordt geprobeerd applaus te halen, maar de acteurs zijn niet
zeker hoe ze dat aan moeten pakken en het eindigt in chaos.
Aan het einde van de voorstelling krijgt het publiek een heerlijk bordje
kippensoep. Het voorgerecht, als nagerecht.
“De modernen” is in mijn ogen een zoektocht naar een nieuwe, abstracte
toneelkunst. Het is een tocht die nooit aan zal komen, maar juist de
zoektocht zelf waar je als publiek deelgenoot van wordt, is het
kunstwerk, iedere avond opnieuw. 

BijlageGrootte
hier de tien verzamelde verslagen van twaalf moderne opvoeringen van dertien rijen.pdf164.96 KB