de eerste nacht

fanny: Wat een ramp! De regen valt in stromen naar beneden, en geen rijtuig te krijgen!

gamiani: Ik ben er ook kapot dat jou dat moet overkomen. Ik kan je helaas niet helpen: mijn rijtuig is voor reparatie bij de wagenmaker.

fanny: Mijn moeder zal zich ongerust maken.

gamiani: Maak je daarover maar geen zorgen, lieve Fanny. Je moeder is al op de hoogte. Ik heb haar laten zeggen dat je de nacht bij mij doorbrengt. Je bent mijn gast.

fanny: Je bent te goed! Ik hoop dat het niet heel ongelegen komt.

gamiani: Maar nee! Integendeel, het is juist een groot genoegen! Zie het als een heerlijk avontuur. En ik stuur je niet naar een van mijn logeerkamers, laten we bij elkaar blijven vannacht.

fanny: Waarom? Ik zal je storen in je slaap.

gamiani: Doe niet zo moeilijk! Stel je maar voor dat we twee jonge vriendinnen zijn – en dat we samen in een pension wonen. Ik zal je wel helpen uitkleden. Mijn kamermeisje is al naar bed, en trouwens we hebben haar ook helemaal niet nodig. Nee! Wat een verrukkelijke lijf! Lucky girl! Ik bewonder je vormen!

fanny: Je vindt het echt mooi?

gamiani: Verrukkelijk.

fanny: Ach! Je wilt me alleen maar vleien.

gamiani: O, hoe mooi de witheid van je huid! Daar zou je toch gewoon jaloers op kunnen worden.
fanny: Nee, dat is niet nodig. Op dit punt kan ik het niet tegen je opnemen. Nee - echt en eerlijk waar: Jij bent witter dan ik.

gamiani: Dat is helemaal niet waar, lieve kind Kleed je nou toch uit! Doe nou net als ik. Je hoeft je niet te generen. Je doet net alsof er een man in de kamer is. Daar! Kijk toch in de spiegel! Wat denk je, zal Paris zich niet haasten om jou een appel toe te gooien... Kleine schurk! Ze glimlacht omdat ze ziet hoe mooi ze is. Ik moet je kussen - op je voorhoofd, op je wangen, op je lippen. Overal ben je mooi - overal!

fanny: Oh, wat doe je toch? Laat toch, mevrouw de gravin, ik smeek je ...

gamiani: Nee, nee, mijn Fanny! Mijn kind, mijn leven, mijn zaligheid! Je bent te mooi! Ik hou van je! Ik hou uitzinnig van je! Ik ben krankzinnig!

fanny: Wat is er met je? In godsnaam, mevrouw de gravin – wat verschrikkelijk! Laat me los, of ik ga gillen! Je maakt me bang!

gamiani: Fanny! Wees van mij! Wees geheel en al de mijne! Kom! Neem mijn leven! Dit is gelukzaligheid, toch? Wat beef je, zoet kind! Ah! Je geeft je aan me over!

fanny: Het doet pijn! Het doet pijn! Je vermoordt me! - Ach - Ik sterf ...

gamiani: Ja, dat is goed! Druk je dicht tegen mij aan, mijn kleine, mijn gouden lief! Druk nog steviger... ! Hoe mooi is ze in de liefdesroes! Hoe wellustig ... Je geniet! Je bent gelukkig! ... O mijn God!

george sand en alfred de musset