de Morgen: Inzicht kan Tsjechov's sukkels niet redden

Het Utrechtse theatercollectief ’t Barre Land houdt van debuutwerken van befaamde auteurs. Anton Tsjechovs breedvoerige ‘Platonov’ is hier een typisch voorbeeld van. ’t Barre Land kneedt het stuk tot een zeer hechte voorstelling, maar heeft het juiste evenwicht tussen komedie en tragedie nog niet gevonden.
Met ‘Langs de grote weg’ proefde ’t Barre Land in 1998 voor het eerst van Tsjechov (1860-1904). ‘Platonov’ is een nog vroeger stuk. Tsjechov schreef het op z’n 21ste, maar liet het weer in een lade verdwijnen na een afwijzende reactie. Pas twintig jaar na zijn dood dook het weer op: een ware ontdekking, want afgezien van de breedvoerigheid, kan het stuk weinig verweten worden. De vitaliteit van ‘Platonov’ ontbreekt zelfs in Tsjechovs latere werk.
’t Barre Land is erin geslaagd de voorstelling niet alleen aan het titelpersonage op te hangen. Sowieso trekt de grillige dorpsonderwijzer Platonov de meeste aandacht naar zich toe: hij voelt zich geroepen om Jan en alleman door de mangel te halen. Niemand is veilig voor zijn scherpe tong. Als verlichte geest heeft hij daar overigens de beste bedoelingen mee. Hij wil de mensen in zijn omgeving ervoor behoeden net zo’n saai en nutteloos leven te leiden als hijzelf. Zijn gebrek aan tact werkt tegen hem. Meer en meer vervreemdt hij van de ‘wereld van de sukkels’ waarop hij afgeeft. Jacob Derwig verbeeldt op bijzonder knappe wijze de innerlijke strijd van zijn personage. Het beeld van de twijfelende Hamlet, die hij twee seizoenen geleden bij de Trust speelde, draagt hij onvermijdelijk met zich mee.
Toch staat Platonov minder alleen dan hij denkt. De tragiek van de voorstelling zit in het feit dat nogal wat mensen uit zijn omgeving zijn inzicht delen, maar er niet in slagen daar hun conclusies uit te trekken. De jonge weduwe Anna Petrovna fungeert als zijn secondante. Haar aanpak is op het eerste gezicht constructiever dan die van Platonov, maar door iedereen te bemoederen werkt ook zij verstikkend. Gastactrice Veerle Van Overloop speelt krachtig en onomwonden, maar is soms moeilijk in te tomen.
Dat de leden van ’t Barre Land misschien even goede dramaturgen als spelers zijn, blijkt uit de vaststelling dat alles in deze enscenering met elkaar verband houdt. De eerste aanzet wordt hiertoe gegeven door Jacob Derwig, die zelf voor een uitstekende nieuwe vertaling instond. Zijn keuzes bepalen al welke richting de voorstelling uitgaat. Een simpel voorbeeld: wanneer het huispersoneel verwittigd moet worden om de tafel te dekken, zegt Anna: “Dat doe ik zelf.” In een eerdere vertaling van Chiem van Houweninge en Ton Lutz staat “Dat doe ik wel”, wat haar vrijgevochten karakter veel minder beklemtoont.
De dynamiek die Derwig in zijn woorden legt, is overal terug te vinden: in de vormgeving, in het gebruik van de ruimte en in het spel. In het sterke vierde bedrijf bijvoorbeeld zijn alle schijnwerpers op Platonov gericht, die, weggedoken onder dekens, probeert te schuilen voor de buitenwereld. Scenograaf Michiel Johannes Jansen beperkt het decor tot een bed. Voor de ontknoping in het vijfde bedrijf komen de spelers met stoelen aanzetten, omdat hier opnieuw het groepsgebeuren centraal staat.
Op één punt gaat het mis. Het delicate evenwicht tussen komedie en tragedie dat ’t Barre Land lange tijd weet te bewaren, verdwijnt in het laatste bedrijf als sneeuw voor de zon. De muziek van het Russische Teremkwartet die op dat moment te horen is, reikt de richting aan waarin het spel evolueren kan: een naadloos veranderen van speeltempo en –volume, van ernst naar humor en weer terug. Nu is het heen- en weergeloop van de personages zo kluchtig dat Platonov bijna ongemerkt het leven laat. En dat kan niet de bedoeling zijn.

De Morgen, 15 februari 2000 - door Peter Anthonissen