De tragiek van het wachten

Meneer Andesmas wacht op een aannemer die voor hem een terras zal bouwen met uitzicht over het dorp en over de zee. Hij ziet dorpsplein, beneden. Het is feest. Er wordt gedanst. En de aannemer komt niet opdagen. Hij zou om half vier komen en het is al vier uur. Meneer Andesmas heeft de tijd. Het is nog lang niet donker en straks zal zijn dochter hem komen ophalen.

In De namiddag van meneer Andesmas geeft Marguerite Duras een beeld van volslagen in zichzelf opgesloten figuren. Ze leven, maar weten niet waarom. Ze wachten, maar zijn niet in staat tot handelen. Een vanzelfsprekend wachten, net als bij Samuel Beckett, als manier om de tijd door te brengen. De personages praten wel, maar gaan de communicatie uit de weg of zijn daar zelfs niet toe in staat. Het drama zit bij Duras dan ook in de stiltes tussen de woorden. In wezenloge monologen en dialogen tekent zich iets af van tragiek: eenzaamheid, verdriet, angst en verraad.

De voorstelling roept een onwerkelijke, gespannen, ongemakkelijke sfeer op ook al omdat je voortdurend de acteur ziet in het personage. Vooral de twee mannen houden hun personages op afstand. Daphne de Winkel laat aan het slot iets van emotie toe, en dat is in zekere zin voor de toeschouwer een opluchting. Een tamelijk extreme vorm van kaalslag theater, zeer des Barre Lands.

Tussen de bedrijfjes door worden op een in zuilvorm opgehangen gordijn, simultaan een aantal schokkerige filmbeelden geprojecteerd: een muur, een venster, een deur, een trap, een rood pannendak, een blauwe lucht, een strand, een man, een hond. De stompzinnige, ongrijpbare wereld van meneer Andesmas. Een verzameling gestapelde plastic stoelen en krukken op de voorgrond stemt je nog eens extra treurig.

-Dagblad van het Noorden, 27 oktober 2005 - door Peter van Strien