De Ziel van de Terrorist

11 september 2002 - lezing door Antoine Verbij
bij de opvoering van 'De zachtmoedige'

Dostojevski is zijn leven lang met terrorisme in de weer geweest. Eerst was hij zelf een terrorist, later schiep hij terroristen in zijn verhalen en romans. In de roerige jaren rond 1848, toen overal in Europa opstanden uitbraken, behoorde Dostojevski tot een kring van revolutionaire samenzweerders in Sint-Petersburg. De kring werd opgepakt, Vijftien van hen, onder wie Dostojevski, werden ter dood veroordeeld. Op het moment dat het vonnis zou worden voltrokken, werd bekendgemaakt dat de tsaar gratie had verleend. De vijftien hadden urenlang in de snerpende kou hun dood staan afwachten. Ze kwamen weg met verbanning.

De leden van die zogeheten 'Petrasjevski-kring' waren eigenlijk nog maar terroristen in de dop. Ze hadden nog geen aanslagen gepleegd maar er wel op zitten broeden. Binnen de kring bestond zelfs al een heuse revolutionaire cel, een conspiratief groepje van een man of zeven rond ene Spesjnev. Ook van die cel maakte Dostojevski deel uit. Maar hoe ver de terroristische plannen van de samenzweerders gingen, weet zelfs Joseph Frank niet, de man van wie dit jaar het vijfde en laatste deel van zijn megabiografie over Dostojevski verscheen. En als zelfs Joseph Frank het niet weet, dan – neemt u dat maar van mij aan – zullen we het nooit weten.

Wat Frank wel meent te weten, is dat die Spesjnev model heeft gestaan voor een uiterst merkwaardig personage in een van Dostojevski's merkwaardigste romans. Ik doel op Nikolai Stavrogin, de heetgebakerde jongeman die in de roman Boze geesten een centrale rol speelt. Boze geesten is eigenlijk meer een pamflet dan een roman, geeft ook de schrijver toe. Het boek is Dostojevski's afrekening met zijn eigen revolutionaire verleden en met al diegenen die nog steeds met revolutionaire plannen in hun hoofd rondlopen of die met zulke plannemakers sympathiseren. Stavrogin ontwikkelt in het verhaal de ene waanzinnige theorie na de andere om de revolutie te rechtvaardigen. En dat is ook precies wat Spesjnev deed, de leider van de cel waar Dostojevski deel van uitmaakte. Volgens Joseph Frank werd er in die cel meer aan ideologieën geknutseld dan aan bommen.

Dostojevski is zijn hele leven geobsedeerd geweest door het Russische terrorisme. Je kunt in Dostojevski's werk talloze thema's onderscheiden – theologische, politieke, psychologische, filosofische, noem maar op. Over die thema's zijn hele boekenkasten volgeschreven. Maar in die boekenkasten vind je betrekkelijk weinig over die obsessie met het terrorisme. Het onderwerp wordt wel in talrijke studies aangesneden, de feiten worden vermeld en de lijnen naar de roman Boze geesten aangewezen, maar over het algemeen hoedt men zich ervoor het thema een al te prominente plaats te geven.

Met die gewoonte wil ik deze avond breken. Ik heb voor dit verhaal de hypothese opgesteld dat het terrorisme niet alleen een thema is in die ene, nogal uitzonderlijke roman Boze geesten, maar dat het in een groot deel van het werk van Dostojevski een hoofdrol speelt. En dan niet in de engere politieke zin maar in psychologische zin. Om me te beperken tot de stukken die theatergroep 't Barre Land speelt: de psychologie van de man uit het ondergrondse, maar ook die van de wrede echtgenoot in De zachtmoedige, en zeker die van Raskolnikov, de moordenaar uit Misdaad en straf, vertoont opmerkelijke overeenkomsten met de psychologie van de terrorist zoals Dostojevski die schetst in Boze geesten. In mijn ogen heeft Dostojevski meer dan wie ook zich verdiept in de ziel van de terrorist. Wie dieper inzicht wil verwerven in wat terroristen beweegt, hoe ze hun keuzen maken en hoe ze hun daden rechtvaardigen, kan mijns inziens bij niemand beter terecht dan bij hem.

Ik moet bekennen dat het feit dat vanavond overal ter wereld en in Amerika in het bijzonder de gedachten massaal teruggaan naar een jaar geleden, toen islamitische terroristen drie gekaapte vliegtuigen parkeerden in drukbevolkte gebouwen in New York en Washington, niet geheel onschuldig is aan mijn keuze voor dit thema. Sorry voor de mensen in de zaal die hoopten door de gang naar dit theater de herdenkingshype te ontvluchten: het spijt me dat ik u nu alsnog met het thema confronteer, maar ik hoop u ervan te overtuigen dat het thema terrorisme bij Dostojevski toch echt onontkoombaar is. Als u het thema had willen ontvluchten, had u niet voor Dostojevski moeten kiezen.

Ik zal me overigens niet begeven in psychologische analysen van de terroristen die verantwoordelijk zijn voor de catastrofe van een jaar geleden, want daar is vooralsnog echt te weinig over bekend, en van dat weinige weet ik maar een fractie. In plaats daarvan wil ik een parallel trekken met een andere terroristische episode uit de recente geschiedenis, omdat ik daar toevallig wel het een en ander van afweet. Precies een kwart eeuw geleden vond in de maanden september en oktober de zogeheten 'Duitse herfst' plaats. De Rote Armee Fraktion zorgde voor een golf van terreur in de Bondsrepubliek. Prominente Duitsers werden in koelen bloede vermoord, er vonden gijzelingen plaats, er werd een vliegtuig van de Lufthansa gekaapt.

Ondertussen zat de leiding van de Rote Armee Fraktion al lang en breed achter de tralies. Gijzelingen en kapingen waren erop gericht die leiding, onder wie leidsman Andreas Baader, vrij te krijgen. Toen de regering van kanselier Helmut Schmidt niet bereid bleek op de eisen tot vrijlating in te gaan, pleegden Baader en twee van zijn gevangen kameraden zelfmoord, waarmee de 'Duitse herfst' tot een dramatisch hoogtepunt kwam. De natie was ontwricht, het volk in rouw, de regering in gewetensnood, de terroristen in paniek en de politie verzenuwd. De jacht op terroristen kreeg het karakter van een totale oorlog en betrof ook iedereen die maar een zweem van sympathie toonde voor wat de terroristen voor ogen stond.

Zo diep was het Rusland van Dostojevski nog lang niet gezonken. De situatie aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig in het negentiende-eeuwse Rusland, de tijd waarin Dostojevski aan Boze geesten werkte, leek eerder op die van de beginjaren van de Rote Armee Fraktion, precies een eeuw later. Hoewel de Bondsrepubliek toen ook al behoorlijk zenuwachtig begon te worden, heerste er onder jongeren en intellectuelen een links-liberaal klimaat. De eerste aanslag van de Rote Armee Fraktion – een paar bommen die in enkele warenhuizen, keurig na sluitingstijd, ontploften – kon toen in die kringen op de nodige sympathie rekenen. Andreas Baader, een van de bommenleggers, was in één klap een nationale bekendheid en voor sommigen ook meteen een held.

Dat is precies de situatie die Dostojevski schetst in Boze geesten. Hij verplaatst de lezer in een provinciestadje waar de elite al behoorlijk is aangestoken door het liberale virus. Men bespreekt er openlijk allerlei politieke en morele opties die lijnrecht staan tegenover de officiële opvattingen van regering en tsaar. In van die typische dostojevskiaanse dialogen, vol onnavolgbare opwinding, passeren socialisme, communisme, atheïsme, nihilisme, en ieder daarvan in twaalf verschillende varianten, de revue. Dostojevski maakt er allemaal karikaturen van, Boze geesten is het satirische hoogtepunt in zijn oeuvre. Hij heeft het er wel mee gehad, met al die progressieve ideeën. Hij is dan inmiddels heel andere gedachten toegedaan over waar het met Rusland naar toe moet, en dat waren conservatieve, traditionalistische en religieus-ethische gedachten.

In die liberale kring in de provincie laat Dostojevski ineens een heuse terrorist opduiken. Hij heet Pjotr Verchovenski, die op het dramatische hoogtepunt van het boek een wrede en onnodige moord begaat. Pjotr Verchovenski is gemodelleerd naar de toentertijd hevig in de publieke belangstelling staande terrorist Sergej Netsjajev, en dat is geen ontdekking van superbiograaf Joseph Frank, want Dostojevski maakte daar in zijn brieven en notities geen enkel geheim van.

Dostojevski werd mateloos gefascineerd door deze Netsjajev. In de tijd dat hij Boze geesten concipieerde, liep het proces tegen Netsjajev en hij volgde de gang van zaken tijdens dat proces nauwgezet. De belangrijkste tenlastelegging betrof de moord op een medeterrorist die ervan werd verdacht naar de politie te hebben willen lopen om de boel te verraden. Precies zo'n moord laat Dostojevski zijn Pjotr Verchovenski in Boze geesten plegen, al gaf hij er wel zijn eigen touch aan: in de roman gaat de moord heel paniekerig en klunzig in zijn werk, in de realiteit geschiedde hij veel koelbloediger en wreder.

Reeds bij oppervlakkige vergelijking springen de overeenkomsten tussen Sergej Netsjajev en Andreas Baader in het oog. Beiden hebben min of meer dezelfde sociale en psychologische kenmerken. Ze zijn van mindere komaf, minder dan veel van hun medeterroristen, die niet zelden uit het milieu stammen dat ze zo heftig bestrijden. Met list en grove brutaliteit hebben ze zich een weg naar een positie gebaand waarin ze naar hartelust mensen kunnen bruuskeren, manipuleren, bedriegen, misleiden, hypnotiseren en onderwerpen. Ze zijn absoluut fanaat en weten daarmee diepe indruk te maken op gevoelige intellectuelen die radeloos zijn over hun onmachtig ideologisch gepruts. Baader had die uitwerking op Ulrike Meinhof, een bovengemiddeld intelligente journaliste met een zwak voor extremisme. Netsjajev had die uitwerking op Michail Bakoenin, de verbannen Russische theoreticus van de revolutie. En Dostojevski's Verchovenski had die uitwerking op de ideologische zwabberaar Stavrogin.

Dostojevski werd bij zijn psychologische analyse van de terrorist flink op weg geholpen door een hoogst merkwaardig geschrift. Het heet Catechismus van de revolutionair en bevat regels en voorschriften voor de organisatie en de leefwijze van terroristen. Het was een complete revolutionaire etiquette, die kan worden samengevat in de maxime: wees een terrorist voor iedereen, ook voor je eigen kameraden. Onderzoekers hebben onthuld dat die anonieme Catechismus in commissie werd geschreven door Bakoenin en Netsjajev. Voor de karakterisering van zijn Verchovenski heeft Dostojevski uitvoerig gebruik gemaakt van dit savoir vivre van de terrorist.

Die Catechismus eiste van de revolutionair dat hij dag en nacht maar met één ding bezig was: de vernietiging van de bestaande orde. Daartoe waren alle middelen toegestaan – list, bedrog, verraad, geweld en uiteindelijk ook moord. Voor vriendschap en trouw was in de beweging geen plaats. Dat alomtegenwoordige wantrouwen kreeg zijn neerslag in de structuur van de beweging. Die was niet pyramidaal, zoals bij andere revolutionaire organisaties – denk maar aan Lenins bolsjevistische partij. De terroristische beweging bestond uit zogeheten 'cellen' van vier, vijf, maximaal tien personen. Die cellen mochten niets van elkaar weten, dat zou hen alleen maar kwetsbaar maken. Ook de verhoudingen binnen de cel waren strikt ondergeschikt aan het terroristiche doel. Echt contact was niet de bedoeling.

Je zou kunnen spreken van een structuur van georganiseerd wantrouwen. De terrorist was volgens de Catechismus een eenzame ploeteraar die met de hele wereld op voet van oorlog leefde. Hij kon alleen maar overeind blijven door zich vast te bijten in de grote revolutionaire opdracht. En is dat nu niet juist een van de meest opvallende kenmerken van veel van Dostojevski's personages? Ze zijn vreselijk eenzaam, liggen overhoop met de hele wereld, laten zich leiden door een verzengend wantrouwen tegenover alles en iedereen, en bijten zich, teneinde zich hoe dan ook te laten gelden, vast in een of ander waandenkbeeld, bijvoorbeeld dat twee maal twee vijf is, of dat er zoiets als een gerechtvaardigde moord bestaat. Veel van Dostojevski's personages zijn een soort revolutionaire cellen die uit één persoon bestaan.

Netsjajev was overigens een grootmeester in het bespelen en het naar zijn hand zetten van die cellenstructuur. Beter gezegd: hij verzon het grootste deel van die structuur om er zijn voordeel mee te doen. In Zwitserland spelde hij Bakoenin op de mouw dat hij in Rusland over een gigantisch netwerk van revolutionaire cellen beschikte. Op die manier wist hij grote sommen geld van de verbannen denker los te krijgen. Hij verzon voor die cellen de meest fantastische namen: 'Russische Afdeling van de Wereldwijde Revolutionaire Alliantie', 'Verbond van de Wraak van het Volk', 'Bureau van Buitenlandse Agenten van het Russische Revolutionaire Verbond van de Wraak van het Volk'. Het zijn de namen waarmee hij de stortvloed aan proclamaties ondertekende die hij over Rusland uitstrooide.

In Rusland speelde Netsjajev de verbindingsman tussen die cellen. Op de geheime bijeenkomsten van die paar groepjes die daadwerkelijk bestonden, kwam hij steevast binnenvallen met verhalen over het immens groeiende aantal revolutionairen dat hij in allerlei kringen had weten te ronselen. Hij bewoog zich inderdaad in de meest uiteenlopende gezelschappen en beschikte voor elke gelegenheid over een passende vermomming: een intellectuelen-outfit, een burgerlijk pak, een politie-uniform, een salondracht. In die laatste vermomming dook hij onder de naam Pjotr Verchovenski op in het provinciestadje van Dostojevski's Boze geesten.

Ook in en rond de Rote Armee Fraktion was er sprake van een cellenstructuur. Her en der bestonden groepjes terroristen die nauwelijks van het bestaan van de andere groepen wisten, laat staan dat ze van elkaar wisten waar ze mee bezig waren. Overal heerste groot onderling wantrouwen, want ieder ander kon een verrader of een infiltrant zijn. Alleen de leden van de harde kern, de zogeheten 'eerste generatie' (Andreas Baader, Ulrike Meinhof, Gudrun Ensslin, Jan-Carl Raspe) onderhielden contacten met meerdere personen en groepen, zowel toen ze nog op vrije voeten waren als toen ze in de gevangenis zaten, waar Kontaktsperre noch Isolationshaft een hindernis vormden voor de communicatie met de terroristen van de tweede generatie die buiten de gevangenis opereerden.

Andreas Baader was een echte Netsjajev. Zelfs uiterlijk zijn er gelijkenissen. Beiden hadden donkere koppen met priemende ogen. Ze waren geen onknappe verschijningen en droegen met zorg uitgekozen kledij. Beiden waren ook zot op geld en waren voortdurend bezig dat in zo groot mogelijke hoeveelheden te vergaren. Baader wist bijvoorbeeld de meest ingenieuze redenen te bedenken waarom een revolutionair per se in een Mercedes moest rijden. Of ook hun stijl van optreden gelijkenis vertoonde, valt moeilijk vast te stellen. Maar wie de beschrijvingen leest van Baaders gedrag tijdens het proces tegen hem en wie er de beelden van ziet, krijgt sterk de indruk van doen te hebben met een personage uit een van Dostojevski's verhalen: wilde gesten, brute provocaties, grove beledigingen, waanzinnige woede-uitbarstingen en onnavolgbare monologen, waarin de hele wereldorde en de hele wereldgeschiedenis als getuigen worden opgevoerd ter ondersteuning van het eigen gelijk.

Dat soort gedrag en dat soort monologen kom je in overvloed tegen in Dostojevski's werk. Uiteraard vooral in Boze geesten. De gesprekken tussen Verchovenski en Stavrogin zijn baletten van waanvoorstellingen waarin de ene malle revolutionaire theorie na de andere opdraaft. Een heel bekende is de theorie van de algehele verwoesting. Het is de nihilistische opvatting van de revolutie: eerst moet alles kapot voordat er iets nieuws kan ontstaan. 'Wij prediken de verwoesting', zegt Pjotr Verchovenski alias Sergej Netsjajev. 'Er zal een beroering komen zoals de hele wereld nog nooit heeft gezien. Rusland zal zich verduisteren, de aarde zal haar oude goden bewenen.' Of in de woorden van Andress Baader: 'Macht kaputt was euch kaputt macht', 'Vernietig wat jullie vernietigt'. Maar wat er daarna moest gebeuren, wat uit de as van de werreld moest verrijzen, daar hadden Netsjajev noch Verchovenski noch Baader ook maar enige notie van.

Precies dat kenmerk van het terrorisme, die neiging om de revolutie – en in ruimere zin het leven zelf – als een experiment te zien waarvan de uitkomst ongewis is, zie je bij veel personages in Dostojevski's werk. In bijna al zijn romans en verhalen komt wel iemand voor, al dan niet als hoofdpersoon, die het met het leven op een akkoordje gooit zonder te weten waar het toe leidt. In Boze geesten valt daar een heel extreem voorbeeld van aan te treffen. Ingenieur Aleksej Kirilov werkt de theorie uit dat zelfmoord de meest ultieme daad van vrijheid is. Uiteraard laat Dostojevski de uitvoering van die zelfmoord jammerlijk mislukken.

Kirilov behoort ook tot de revolutionaire kring van Verchovenski. Aan hem wil Dostojevski laten zien dat terroristen in wezen pathetische mensen zijn. Hun ideeën zijn te groots, hun gebaren te weids, hun emoties te larmoyant. Dostojevski is psycholoog genoeg om te weten dat zelfs de fanatiekste terrorist de regels van de Catechismus van de revolutionair niet naar de letter kan naleven. De koele distantie tegenover de wereld, de totale onderschikking aan het doel, de onderdukking van elke sociale emotie, de destructie van het eigen ik – Dostojevski laat overtuigend zien dat geen mens zo kan leven. Wie het probeert verandert in een hogedrukpan die op het meest onverwachte moment tot uitbarsting kan komen. Dat maakt terroristen zo onbetrouwbaar en onberekenbaar. En geldt dat niet ook voor de niet-terroristen onder Destojevski's personages?

Die onberekenbaarheid maakt Dostojevski's personages tegelijk ook zo onweerstaanbaar komisch en theatraal. Ik moet altijd vreselijk lachen om zijn romans. Ik zie bij het lezen altijd beelden voor me uit het repertoir van het Theater van de Lach, met personages die heftig gesticuleren en woest over de bühne benen. Hun radeloosheid en machteloosheid is aandoenlijk en wekt mededogen. Zelfs de echte terroristen onder hen, zoals Verchovenski en Stavrogin, wekken sympathie omdat alles bij hen zo buiten proporties is, terwijl je tegelijkertijd weet dat ze zelden uitvoeren wat ze zeggen, en dat als ze het al uitvoeren, ze het bijna nooit tot een goed einde brengen. Dostojevski's verhouding met zijn terroristen was er een van haat en liefde. En daarin onderscheiden zijn terroristen zich ook al niet van zijn overige personages.

Het is al met al een indrukwekkende lijst van attributen die echte terroristen, door Dostojevski verzonnen terroristen en veel van de overige personages in zijn werk met elkaar gemeen hebben. Basisattribuut is het volstrekte wantrouwen waarmee ze de wereld tegemoettreden. Geen dostojevskiaans personage zonder paranoïde wanen die gevoed worden door de meest waanzinnige complottheorieën. Verder worden ze allemaal geleid door ressentiment, het gevoel dat de wereld hun onrecht aandoet, hun fantastische inzichten negeert, eigenlijk hun bestaan gewoon ontkent. Dat leidt tot een flinke dosis wraakzucht, de drang om dat onrecht te vergelden, om eindelijk te laten zien wie ze zijn en de wereld te straffen voor haar onrechtvaardigheid jegens hen.

Dat zou allemaal niet zo erg zijn als ze niet tegelijkertijd leden aan totale zelfoverschatting, de waanvoorstelling dat ze in staat zijn in hun eentje de wereld uit haar voegen te lichten. Ze lijden ook allemaal aan hybris, het idee de wereld te doorschouwen en er als enige de sleutel van te beziten, ook al verandert hun visie, wispelturig als ze vaak zijn, elk moment van inhoud. Maar welk standpunt ze ook hebben, ze verdedigen het met een ongekend fanatisme. Er is geen plaats voor nuances, geen plaats voor een ander gelijk dan het eigen gelijk. Hun wereldbeeld is gesloten en erbuiten bevindt zich niets.

De combinatie van de tot nu toe genoemde attributen leidt onvermijdelijk tot machtswellust, het dringende verlangen om anderen te chicaneren, te manipuleren, te onderwerpen en te kwellen. Daarbij spreiden ze een ongekende wreedheid tentoon. De anderen worden met de meest krenkende provocaties geconfronteerd en als persoon vaak volledig ontmenselijkt. Die wreedheid gaat vervolgens vaak naadloos over in totale destructiviteit, de wens de wereld compleet te vernietigen in de verwachting dat ze daarna een nieuwe orde zal aannemen die aan hun idee van rechtvaardigheid beantwoordt. Daarbij spreiden ze een ongebreidelde experimenteerlust tentoon. Geen idee is hun te gek, geen verlangen te morbide, geen daad te extreem om hun vrijheid en soevereiniteit te bewijzen. Zij zijn de proefleiders in een laboratorium dat de hele wereld en de hele menskeid omvat.

Hun fanatieke overgave aan hun waanideeën leidt tot hun volstrekte onbetrouwbaarheid. Alles wat ze zeggen en doen staat in het teken van hun missie, en daarvoor sneuvelen waarheid, waarachtigheid en betrouwbaarheid. Hun beloften hebben geen betekenis, hun vriendschap is niets waard, hun liefde is gelogen. Voor hun omgeving betekent dat tegelijk ook hun complete onberekenbaarheid. Ze zeggen het een en doen het ander, Nooit weet je waar je met hen aan toe bent, ze veranderen elk moment van koers.

Al die eigenschappen, van ressentiment tot wraakzucht, van zelfoverschatting tot fanatisme, van machtswellust tot destructiviteit en van onwaarachtigheid tot onberekenbaarheid kunnen in één woord worden samengevat: nihilisme. Er zijn geen waarden die de mensheid binden, het bestaan van de mensheid is sowieso van iedere betekenis gespeend. Ik vernietig dus ik besta, is hun motto. Het ik is alles, de rest is niets.

Meer dan wie ook biedt Dostojevski ons inzicht in de ziel van de nihilistische terrorist. De kwaliteit van zijn inzicht kan moeilijk worden overschat. Men zou er tot op de dag van vandaag zijn voordeel mee kunnen doen. In de onlangs in het Nederlands vertaalde roman De faculteit van overbodige kennis, die handelt over de showprocessen in de Sovjetunie van de jaren dertig, laat de dissidente schrijver Joeri Dombrovski iemand opmerken dat Dostojevski een fantastische officier van justitie had kunnen zijn omdat hij zo'n diep inzicht in de geest van de crimineel had. 'Dostojevski, dat zou nog eens een gerechtelijk onderzoeker zijn geweest', zegt het personage. 'Hij wist waar de misdaad schuilt. In de hersenen!'

Helemaal waar. Zij het met de kanttekening dat voor Dostojevski bijna iedereen een crimineel is. Dostojevski legt de terrorist bloot die misschien wel in ieder mens schuilt. Zie hoe de eigenschappen van de terrorist die ik zo-even opsomde, bijna stuk voor stuk zijn terug te vinden in de hoofdpersoon van De zachtmoedige. De man die uit rancune jegens de wereld zijn vrouw de dood in drijft is een revolutionaire cel van één persoon, een nihilist die vernietigt wat hem het liefst is, enkel en alleen om zijn overschatte gelijk te halen. In dat personage brengt Dostojevski de terrorist, dat fenomeen dat dezer dagen wederom zo in de belangstelling staat, griezelig dichtbij. Ik zou zeggen: gaat dat zien.