Dostojevski's waanzin in een uitzinnige klucht

“Ik ben een smeerlap.” De spreker zwijgt even om zijn woorden te overwegen, maar hij meent het, hij klaagt zichzelf aan. En tegelijkertijd verdedigt hij zichzelf: deze man voert een hartstochtelijk debat met de complete buitenwereld, dat wil zeggen met het publiek in de zaal.
't Barre Land speelt Dostojevski, het hele seizoen vanaf nu. Straks zijn De zachtmoedige en Misdaad en straf aan de beurt, en Aantekeningen uit het ondergrondse, dat zojuist in première ging, is een gepast begin. Niet alleen omdat het debat de grondstructuur van heel het werk van Dostojevski is maar ook omdat zijn kernideeën al in die Aantekeningen uit 1864 zijn te vinden.
Acteur Vincent van den Berg heeft voor het debat met de toeschouwers haast geen decor nodig. Houten vlonders en een lichtgevend scherm volstaan. Om de stappen in zijn betoog te markeren plaatst hij een verweerde paal en zijn ritselende papieren kostuum verwijst zowel naar de boekenwijsheid waaruit zijn personage is opgetrokken als naar de armoe waarin die man leeft. Al veertig jaar, vertelt hij, woont hij in een smerige kelder. Al veertig jaar voert hij niks uit, want dat hoort bij zijn filosofie.
Alleen onbewuste mensen zien heil in actie. Zij slaan er genoeglijk op los, omdat ze niet aan de juistheid van hun woede en wraak twijfelen. 2 x 2 is voor hen 4, punt uit. Bewuste mensen daarentegen twijfelen aan alles. Sterker nog: zij ontkennen. Natuurwetten ontkennen zij en sociale systemen, 2 x 2 = 4 ontkennen zij en de duffe conventies; het dictaat van de rede ontkennen zij alsmede het blinde vooruitgangsgeloof – en het enige dat zij erkennen is het ongeloof, het absolute. Natuurlijk rekent onze man zichzelf tot de ongelovige en bewuste soort, die uit een mengeling van verfijning en rebellie heeft besloten te lijden. En die uit de pijn genot peurt, zoals ook zijn duistere onderkomen hem wel bevalt. De bewuste mens is volgens onze spreker een muis die zich in zijn hol onophoudelijk wijdt aan zijn unieke intelligentie.
Het is niet moeilijk om in 's mans ijdel-masochistische karakterisering een portret te zien van de moderne intellectueel, van onszelf met ons vermogen tot reflectie en ons onvermogen tot zinvol leven. Terwijl Van den Berg Dostojevski's heldere waanzin uiteenzet bespot hij ook zijn eigen persoontje en alle anderen van 't Barre Land, dat superintelligente toneelspelersgroepje uit Utrecht. Hij pest het groepje met zogenaamd geïmproviseerde stekeligheden over de leugenachtigheid van acteurs en hij laat hen tergend lang op hun speelbeurt wachten. Als ze eindelijk mogen meedoen, zijn ze niet meer te houden. In een uitzinnige klucht leven zij zich uit, een klucht die één ding met Van den Bergs Aantekeningen-solo gemeen heeft: de fascinatie voor hersens. De toegift Hondehart, niet van Fjodor Dostojevski maar van zijn mede-Rus Michael Boelgakov gaat over de arme straathond Sjarik.
Het arme beest (Jacob Derwig in een schurftige bontjas) wordt door een bevlogen professor geopereerd. Een menselijke hypofyse krijgt het in zijn kop geplant, zodat het blafdier al gauw leert praten. Maar het experiment levert niet de modelmens op waarop de geleerde (Martijn Nieuwerf, ook al zo'n heerlijke slimspeler) op had gehoopt. De nieuwe burger gedraagt zich nog als een dier. Met andere woorden: hij past niet in het communistische regime. Sjarik moet dood, subiet.
Boelgakov schreef zijn satire kort na de revolutie van 1917 en zijn inzicht in de verwoestende energie van de idealistische machinerieën lijkt op de ontnuchteringsleer van zijn oudere collega Dostojevski.
Het regisseurloze Barre Land kan grote ondernemingen aan: dat bleek al uit Faust en uit de Canetti-bewerking Hoofd zonder wereld. Z'n Dostojevski-en-meer-onderneming is een tot nu toe verbluffend licht gebrachte krachttoer, die dan ook dreigt te gaan slagen.

NRC Handelsblad, 8 december 2001 - Anneriek de Jong

Meer over: