Dwepen met de dichter

Moon Art Gallery, 26 september 2008 - Jon Misselyn

Vroeger kende elke scholier wel een gedicht van Johann Wolfgang von Goethe. Tegenwoordig zegt de naam Goethe weinig jongeren nog iets, behalve in de fellatiokreet : "Dat was een geile Goethe!" Dat theatermakers er goed aan doen het literaire erfgoed te koesteren, lijkt mij nogal logisch. Shakespeare boert nog steeds uitstekend, Molière kan zich ook handhaven. Goethe daarentegen komt minder aan de bak. Als hij nog gespeeld wordt, dan is het zijn Torquato Tasso of een bewerking van Faust of Die Leiden des jungen Werther. De afgelopen decennia maakten Peter Stein, Klaus Peymann, Ernst Wendt, Jan Decorte e.v.a. hun eigen versie van Torquato Tasso, 't Barre Land is zelfs al aan een tweede versie toe.

Geen volkstoeloop gisteren in De Werf en dat is ergens te begrijpen. Niet alle theater is entertainment, bij Goethe heet het zelfs kunst. In Goethes tijd moesten toneelstukken aan allerlei wetmatigheden voldoen, waardoor de kunst weleens gekunsteld overkwam, een kenmerk dat vandaag niet erg gewaardeerd wordt. Niet alleen had je die restictieve eenheid van tijd, plaats en handeling, je moest er ook nog de soms geforceerde jambische verzen en rijmelarijen bij nemen. Na een zware werkdag eisen dergelijke toneelstukken vaak meer concentratie dan een normaal mens opbrengen kan. Gelukkig weten hedendaagse theatermakers de meest archaïsche kantjes van zo'n stuk weg te vijlen, waardoor je met een gerust gemoed aan zo'n marathon kunt beginnen.

Gisteren speelde 't Barre Land de allerlaatste voorstelling van Torquato Tasso in De Werf. Het gezelschap had deze Goethe-klassieker in 1997 al eens gespeeld en in 2006 hernomen in een totaal andere enscenering en vertaling. Tasso had zich gedurende al die tussenjaren in het brein van de makers genesteld en niet losgelaten. Het stuk stond ondertussen alweer bijna twee jaar op het repertoire en dat kon je zien. Wat een schitterende bewerking en wat een prestatie van de vijf acteurs! Persoonlijk had ik er wel de schaar in gezet, maar de kunst won het gisteren van het entertainment.

Vijf acteurs, vijf spraakwatervallen, vijf mensen van vlees en bloed die met poëtische volzinnen praten zoals wij, gewone stervelingen, alleen maar kunnen lullen. Het verhaal zelf is natuurlijk poly-interpretabel. Ik heb de voorstelling vooral gezien als de frustratie van een verwaande dichter die verstikt in zijn eigen theorieën over 'vrijheid van dichten en denken'. De bescheiden poëet van in het begin van het stuk evolueert al snel tot een kunstenaar die elke kritiek als een belediging aanziet en vervolgens haast paranoia wordt van de lofbetuigingen die hem te beurt vallen.

Zijdelings geeft dit stuk ook kritiek op de kunstwereld zelf, waarin gedweept wordt met kunstenaars en niet met de kunst zelf. Het meesterwerk waarrond het allemaal draait in dit stuk heeft nog niemand gelezen, maar iedereen spreekt er vol lof over. Zelfs op het einde van het stuk blijft het pak waarin Tasso zijn gedicht gebundeld heeft nog hermetisch dicht. Maar de dichter zelf heeft zich intussen wel de status van held aangemeten. Vreemd dat je haast medelijden krijgt met de niet zo fraaie staatssecreataris Antonio Montecanion die door de dichter veracht wordt omdat hij minder dweperig tot hem spreekt dan de anderen.

"Net als dat gedicht van Tasso zal ook déze voorstelling nooit af zijn", beweren de acteurs van 't Barre Land, maar we zijn wel dik tevreden naar huis teruggekeerd. Stof genoeg om de komende dagen over na te denken.

Jon Misselyn, Torquato Tasso van Goethe door 't Barre Land, gisteren in De Werf.