Een deur moet open zijn of dicht

1
de baron
Ik weet niet hoe ik mezelf moet genezen van mijn onhandigheid, ik ben zo ontzettend verstrooid. Ik kan maar niet onthouden welke dag jij aan huis ontvangt en iedere keer als ik je wil zien blijkt het een dinsdag te zijn.

de markiezin
Heb je me iets te zeggen?

de baron
Nee, maar zelfs al had ik dat wel, dan zou ik het niet kunnen zeggen, want het is puur toeval dat je alleen bent en over vijf minuten wordt de kamer overspoeld door een meute intieme vrienden, die mij op de vlucht zullen jagen, dat zeg ik je bij voorbaat.

de markiezin
Wat is er toch aan de hand, je lijkt...

de baron
Wat?

de markiezin
Het is zo niet complimenteus voor mezelf dat ik het niet eens zeggen wil.

de baron
Voordat ik hier kwam, was ik een beetje...

de markiezin
Wat? vraag ik op mijn beurt.

de baron
Word je boos als ik het je vertel?

de markiezin
Vanavond ga ik naar een bal en dus moet ik er mooi uitzien. Ik heb me voorgenomen de niet boos te worden hele dag.

de baron
Ik was verveeld. Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik verveel me al de hele middag. Ik heb vier mensen opgezocht en er was niemand thuis. Ik moet eigenlijk eten met vrienden. Zonder enige reden heb ik afgezegd. Er speelt niks in de theaters vanavond. Ik ging naar buiten terwijl het vroor. Ik zag niks dan rode neuzen en blauwe wangen. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben zo saai als een driedelige roman.

de markiezin
Ik ook. Ik verveel me dood. Het komt waarschijnlijk het weer.

de baron
Inderdaad, het weer is walgelijk. Winters zijn een ziekte. Sommige mensen zien een droge weg en een blauwe hemel en al snijdt een ijskoude wind bijna hun oren af, zij noemen het mooi vriesweer.

de markiezin
Ik denk niet dat mijn verveling komt door de lucht buiten, maar eerder door de lucht die andere mensen uitademen. Misschien worden we gewoon oud. Ik ben bijna dertig. Ik raak mijn talent om te leven kwijt.

de baron
Dat talent heb ik nooit gehad en het beangstigt me dat ik het misschien krijg. Naarmate je ouder wordt, word je of saai of gek en ik moet er niet aan denken om verstandig te sterven.

de markiezin
Roep de bediende om hout op het vuur te gooien. Ik krijg het koud van je ideeen. (Buiten klinkt een bel.) Blijf alsjeblieft.

de baron
Nee ik ga zeker.
de markiezin
Waar ga je naar toe?

de baron
Geen idee. (Opent de deur.)  Tot donderdagavond.

de markiezin
Waarom donderdagavond?

de baron (in de deuropening)
Is dat niet je opera-avond. Ik was van plan in je loge binnen te vallen.

de markiezin Liever niet. Dat vind ik storend. Trouwens, ik ga met Camus.

de baron
Je buurman op het platteland?

de markiezin
Ja, hij heeft me zo hoffelijk aan een beetje hooi geholpen dat ik zijn beleefdheid wil beantwoorden. .... Nee. Er is niemand. Wie kan er dan gebeld hebben?

de baron kijkt uit het raam
Niemand. Een jonge vrouw, denk ik, met een kartonnen doos, godallejezus, een wasvrouw.

de markiezin
‘Godallejezus!’ het is mijn nieuwe hoed. Doe alsjeblieft die deur dicht, het tocht verschrikkelijk.

De baron doet de deur dicht.

2

de baron
Ze zeggen dat je erover denkt om te hertrouwen, dat Camus een miljonair is en dat hij regelmatig bij je op bezoek komt.

de markiezin
En dat zeg jij zomaar, recht in m’n gezicht?

de baron
Ik vertel het je omdat de mensen erover praten.

de markiezin
Vertel ik jou alles wat er over jou gezegd wordt?

de baron
Over mij? Wat kan er over mij gezegd worden dat niet over mij gezegd kan worden?

de markiezin Volgens mij kan alles over jou gezegd worden dat niet over mij gezegd kan worden, want jij zegt mij dat ik op het punt sta me te verloven. Wat over jou gezegd wordt, is net zo ernstig.

de baron
Druk je duidelijk uit alsjeblieft.

de markiezin
O nee, het zijn jouw prive-zaken.

de baron
O, maar dan wil ik het juist graag weten. Jij bent de enige aan wier mening ik waarde hecht.

de markiezin
Een van de enigen, bedoel je.

de baron
Nee, de enige wier achting, wier respect, wier ...

de markiezin
O god, ga je een speech houden?

de baron
Je begrijpt het niet omdat je het niet wil begrijpen. Serieus, hoe kan ik je meer dan een jaar bijna elke dag zien, je humor, je elegantie, je schoonheid ...

de markiezin
O god, het is nog erger dan een speech, het is een liefdesverklaring. Waarschuw me dan tenminste. Of is het gewoon een soort nieuwjaarsgroet?

de baron
En als het zo is?

de markiezin
Ik heb je al verteld dat ik vanavond naar een bal ga en ongetwijfeld gaat iemand me daar het hof maken. Mijn gezondheid verdraagt dat soort dingen niet twee keer op dezelfde dag.

de baron
Je werkt wel erg tegen. Ik hoop dat jij jezelf binnenkort in mijn situatie bevindt.

de markiezin
Ik ook. Ik zweer je dat er dagen zijn waarop ik er veel voor zou geven om me een beetje droevig te voelen. Net nog voelde ik me net droevig toen mijn haar gekamd werd omdat ik niks had om droevig over te zijn.

de baron
Wil je niet dat iemand je het hof maakt?

de markiezin
En wat betekent dat dan die uitdrukking ‘het hof maken’?

de baron
Dat betekent dat iemand je bevalt en dat je ervan geniet om haar dat te vertellen.

de markiezin
Maar bevalt het haar dat zij jou bevalt? Je staat voor haar, bekijkt haar van top tot teen alsof ze een speelgoedpop in een etalage is, en zegt je haar: ‘mevrouw, u bent charmant.’ Jij moet een vrouw wel compleet hersenloos vinden als je met zo’n recept succes wil hebben. Als ik een man was en ik zou een mooie vrouw willen behagen dan zou ik haar de eer doen ergens anders over te praten dan over haar akelige gezicht. Maar nee, altijd ‘je bent mooi,’ en dan ‘je bent mooi,’ en weer ‘mooi.’

de baron
Mevrouw, u bent charmant, hoe je het ook opvat. De bel. (De bel gaat weer.) Tot ziens, ik ga. (hij opent de deur)

de markiezin
Wacht even, ik wou zeggen ... Ik ben vergeten wat ... Oja. kom je toevallig langs de juwelier, vanmiddag. Ik heb een ring gebroken. Ze neemt hem van haar vinger. Kijk, het is de behuizing, er zit een klein blaadje hier, zie je? Het gaat aan de zijkant open. Waarschijnlijk ben ik ergens tegenaan gestoten en nu is de veer kapot. ..... Ik hoor niemand. Wie kan er gebeld hebben?

de baron
Een ander meisje met een andere doos. Nog een hoed, denk ik.

de markiezin
Doe nou toch die deur dicht, ik bevries.
de baron
Ik ga net.
de markiezin
Ik word verkouden op deze manier. Als er toch niemand komt, wat jaagt je dan weg? (De baron doet de deur dicht.)

3

de baron
Als ik maar niet precies tegenover jou woonde. Ik kan niet naar buiten zonder je raam te zien, en ik loop hier automatisch naar binnen zonder een moment na te denken wat ik hier ook alweer kwam doen.

de markiezin
Je verveelt me niet altijd als je binnen loopt. Ik vind het heel aangenaam om je te zien soms.

de baron
Helemaal niet! Weet je wat ik ga doen? Ik ga terug naar italië.

de markiezin
En wat zal mademoiselle daar van vinden?

de baron
Welke mademoiselle?

de markiezin
Mademoiselle ... ik weet niet ... mademoiselle ... je beschermelinge. Hoe moet ik de namen weten van al jouw koormeisjes? Ontken je? Je bent vrij duidelijk gezien bij het theater met een bepaalde roze hoed met bloemen erop. Het soort bloemen dat alleen bloeit achter het toneel, bij het ballet. Iedereen weet het.

de baron
Net als jouw huwelijk met Camus.

de markiezin
Dat weer! Goed dan, waarom niet?Camus is rijk, zoveel keer miljonair; misschien is hij niet meer zo jong, maar hij heeft een prima leeftijd voor een echtgenoot. Ik ben weduwe; hij is een vrijgezel. En hij ziet er goed uit als hij handschoenen draagt.

de baron
En een slaapmuts. Ik neem maar afscheid voor ik iets doms ga zeggen.

de markiezin
Wat een overdreven fijngevoeligheid!

de baron
Je bent echt te wreed. Het is voldoende om me te verbieden van je te houden, zonder me ervan te beschuldigen dat ik van een ander hou.

de markiezin
Heb ik jou verboden van mij te houden?

de baron
In ieder geval om erover te spreken.
de markiezin
Goed, dan geef ik je toestemming. Laat je welbespraaktheid maar horen. Wat, je zegt niets? Ik verwachtte minstens dat je jezelf aan mijn voeten zou werpen als een romantische held of zoals Camus. Die zou daar allang gelegen hebben.

de baron
Vind jij het leuk het je om ongelukkige mensen belachelijk te maken?

de markiezin
Vind jij het vreemd dat ik zo moedig ben om het tegen je op te nemen? (De bel gaat.)

de baron
Die bel weer! Tot ziens dan. (Hij doet de deur open.)

de markiezin
Wat is dat voor lawaai?

de baron
Het weer is plotseling omgeslagen. Het giet en het hagelt. Iemand brengt een derde hoed en ik ben bang dat dat alleen maar nog meer kou voor je betekent.

de markiezin
Doe die deur dicht. In dit weer kan je niet naar buiten.

de baron (doet de deur dicht)
De toorn des hemels die daken, raamluiken, paraplu’s, damesenkels en schoorsteenpijpen geselt.

de markiezin
Ongelooflijk. En net was het nog zo’n schitterende dag.

de baron
Met deze storm krijg je zeker geen bezoek.

de markiezin
Jij bent er toch. Leg alsjeblieft je hoed neer, het maakt me zenuwachtig.

4

de markiezin
Ik kende een man die ergens een verzameling van vijftig brieven had gekocht, mooi geschreven, prachtige zinnen; liefdesbrieven natuurlijk. Die vijftig brieven vormden samen een korte roman die elke mogelijke situatie behandelde. Aanzoeken, afwijzingen, hoop, huichelachtigheid als men zich op vriendschap beroept, misverstanden, wanhoop, aanvallen van jaloezie, of van een slecht humeur en zelfs regenachtige dagen zoals vandaag. De schrijver bekende dat hij ze zelf gebruikte en nog nooit een vrouw was tegengekomen die langer weerstand bood dan tot nummer drieëndertig. Ik weerstond de hele verzameling.

5

de markiezin
Als jij hier twee of drie andere mensen bij het vuur had aangetroffen, praatte je nu over literatuur of over de spoorwegen en dan was je daarna ergens gaan eten. Maar omdat ik toevallig alleen ben hier, voel je je meteen verplicht om me het hof te maken. Wat heb ik je misdaan? Als iemand anders binnen kwam zou je geestig zijn, maar omdat ik alleen ben, zit je hier als een slappe dweil. Je staat bijna op het punt - en als ik bereid ben te luisteren ga je mij je liefde reciteren. Weet je hoe mannen eruitzien als ze dat doen? Als arme onsuccesvolle toneelschrijvers die in hun zakken altijd een onuitgegeven, onspeelbare tragedie hebben die ze tevoorschijn halen zodra ze vijf minuten met je alleen zijn. Ik vroeg of je een blok hout op het vuur wilde gooien.

de baron
Ik verzeker je, als je echt de vrouw bent die je zo graag speelt, heb ik oprecht medelijden met je. In ieder geval is denken dat je verliefd bent toch best aangenaam?

de markiezin
Het vuur gaat uit. Dat blok is gevallen.

de baron
Als liefde een komedie is, dan is het stuk wel zo oud als de wereld, en onsuccesvol of niet, het is toch de minst droevige dat is geschreven. De rollen zijn uitgekauwd, dat geef ik toe maar als het echt waardeloos was, zou niet iedereen het stuk uit z’n hoofd kennen. Maar al die onzin die je verveelt, al die complimenten en liefdesverklaringen, het zijn allemaal goeie oude dingen, ouderwets misschien, vermoeiend, soms belachelijk, maar die dingen begeleiden iets anders, iets dat altijd jong is.

de markiezin
Geef me dat kussen eens naast je.

de baron
Ik bedoel: liefde is onsterfelijk jong, maar de manieren om er uitdrukking aan te geven zijn oud. Al die versleten uitdrukkingen, herhalingen, roman-citaten, die om onbekende redenen uit ons hart opwellen, die hele woordenbrei is als een stoet oude kamerheren die roddelen in het voorkamertje van de koning. Dat sterft allemaal af, maar de koning sterft nooit. De liefde is dood, leve de liefde.

de markiezin
Wat doet dat kussen in je hand? Ik vroeg of je het onder mijn voeten kon leggen.

de baron
Hier is het; en hier ben ik ook en ik zal je een mededeling doen die zo oud is als de heuvels en zo doms als een gans, of je het nou leuk vindt of niet omdat ik woedend op je ben. (Hij legt het kussen voor de markiezin en knielt erop.)  Ik verwachtte jou eigenlijk maar een ogenblik te zien waarvan de deur het bewijs is die ik drie keer heb geopend in een poging te vertrekken. Door ons gesprek van vandaag ben ik misschien wat verder gegaan dan nodig was. Maar het is niet alleen vandaag want vanaf de eerste keer dat ik jou zag...

de markiezin
Tot ziens. (gaat weg, laat de deur open)

de baron
Ja, de kamer is ijskoud. Hij loopt naar de deur en ziet de markiezin. Mijn leven is kapot.

de markiezin
Wat is er toch aan de hand?
de baron
Mijn leven is kapot. Ik ben de ongelukkigste man van Parijs.

de markiezin (serieus)
Maar wat wil je dan?

de baron
Hoezo, ik wil, ik zou graag ...

de markiezin
Nou verlies ik m'n geduld. Denk je nou echt dat ik jou minnares wil worden na al die kleine roze hoedjes?

de baron
Ik vraag je niet als mijn minnares, maar als mijn vrouw.

de markiezin
O, had dat dan meteen gezegd toen je binnenkwam, dan hadden we niet zoveel woorden nodig gehad. Je wilt met me trouwen? Wacht even, jij bent rijker dan ik.

de baron
Volgens mij niet maar wat maakt dat uit?

de markiezin
Ik geef je twee stelregels. De eerste - 'er gaat niets boven jezelf duidelijk uitdrukken.' En mijn tweede stelregel: een deur moet open zijn of dicht. En deze is dankzij jou al drie kwartier noch het een, noch het ander dus de kamer is volledig bevroren. En daarom ga je me nu begeleiden naar mijn moeder, waar ik zal dineren. En daarna ga je naar de juwelier.

de baron
Natuurlijk. Vergeten. Je ring?