Er komt vanzelf betekenis boven drijven

Eric Korsten interviewde Vincent van den Berg voor Den Haag Centraal over Klad.

Voltaire, Goethe, Nietzsche, Kierkegaard. Ze liepen allemaal met hem weg: Georg Christoph Lichtenberg. Op basis van diens Kladboeken maakt ’t Barre Land met Klad een associatieve voorstelling waarin zijn werk als vliegwiel dient.

Op de voorkant van hun flyer voor de nieuwe voorstelling Klad heb ik in een landerige buit en volstrekt willekeurig met rode bic-penlijntjes een fragiel ogend bootje getekend, met slechts enkele pennenstreken opgebracht, een bootje dat verweesd in het zeewater dobbert. Dat water zouden de woelige baren kunnen zijn die als golven van onbegrip op toneelspelersgezelschap ’t Barre Land afstevenen nu de groep per 1 januari en vooralsnog zonder enig pardon het subsidieland wordt uitgedonderd – hoewel hun rapportcijfers uit louter de beoordeling ‘goed’ bestond.
Maar dat in kladschrift op de flyer opgetekende bootje, in werkelijkheid een maagdelijk wit A-vijfje, staat net zo goed voor hun voorlopig laatste voorstelling: Klad naar Georg Christoph Lichtenbergs Kladboeken (Sudelbücher). De Duitse schrijver, filosoof, satirist, kunstcriticus en hoogleraar in de experimentele natuurkunde heeft tussen 1765 en 1799, als was hij de boekhouder van zijn leven, een onafzienbare hoeveelheid invallen, observaties, gesprekken en overpeinzingen in cahiers gesteld. Zoals kooplieden inkomsten en uitgaven bijhouden noteerde hij een journaal van wat hij geestelijk ‘kocht’ en ‘verkocht’, alles door elkaar, zonder enige orde. ‘Als ik toch kanalen in mijn hoofd kon aanleggen om de binnenlandse handel tussen mijn gedachtevoorraden te bevorderen! Maar daar liggen ze met honderden, zonder elkaar van nut te zijn.’ Vincent van den Berg van ’t Barre Land: “Later bracht hij in die gedachten ordening aan. Dat is een werkwijze die ook wij bij tijd en wijle volgen: voorstellingen die zijn samengesteld uit uiteenlopende fragmenten, ideeën, situatieschetsen en acts”. In Klad worden daar, als ging het om jazz, afhankelijk van de stemming van de dag en die van het publiek, gedachten en materiaal aan toegevoegd.” Pas op de avond en ter plekke wordt de orde aangebracht, de betekenis gezocht, ingezoomd op de details. Van den Berg: “Later komt uit al die losse stukjes meestal als vanzelf een betekenis bovendrijven”. Een deel van die toevoegingen en associaties staat nochtans vast: enkele beschrijvingen van Jan (Oote, oote, boe) Hanlo, die als (klank)dichter en schrijver een reputatie geniet als verslaggever van een microscopische binnenwereld. Daarmee staan Hanlo’s introspecties in lijn met de onderzoekingen van Lichtenberg.

Volgens Van den Berg is Klad een voorstelling voor wie het vrolijk vindt om vooraf niet precies te weten wat er gaat gebeuren: “Invallen en voorlopigheden. Briefjes, notities, aantekeningen. Een kladstuk is het, een wastebook. Een ‘jocoseria’, een dichterlijke analyse van een gemoedstoestand, vanaf het vijfde plan. Dingen die gebeuren. Tegendraadse opvattingen. Kleine verschrikkingen. Dagdagelijkse waarnemingen”. En dan nog schieten omschrijvingen volgens hem tekort. Maar dat er met verve en onconventioneel toneelgespeeld wordt, zoveel is welzeker het geval.

De vraag is hoe het in het nieuwe jaar verder moet met ’t Barre Land. “We gaan niet bij de pakken neerzitten. De decors slaan we op. Toekomstige producties hangen af van geld dat we hier en daar bijeen kunnen sprokkelen. Ongetwijfeld krijgt die achtergrond een weerslag in Klad, zoals we steeds onze eigen wereld een rol hebben gegeven in onze voorstellingen.”

 

Meer over: