Fantasio

Alfred de Musset (1810- 1857)
een sprookje van/door/met: Anouk Driessen en Margijn Bosch

‘Kijk naar die oude uitgerookte stad; er zijn geen plekken, geen straten, geen stegen waar ik niet dertig keer heb rond gezworven; er zijn geen straatstenen waar ik niet mijn hakken aan gesleten heb, geen huizen waarvan ik niet weet van welk meisje of van welke oude vrouw het domme hoofd is dat zich eeuwig achter het raam aftekent; ik zou niet weten hoe ik een stap zet zonder over mijn stappen van gisteren te lopen; nou, mijn lieve vriend, deze stad is nog niets vergeleken met mijn brein...’

In mei 1834 publiceert het prestigieuze literaire tijdschrift 'Revue des deux Mondes' de comedie Fantasio van Alfred de Musset. De Parijse dichter schrijft, na een teleurstellende uitvoering van zijn eerste toneelwerk, niet meer voor de bühne, maar uitsluitend voor de leesstoel -Un spectacle dans un fauteuil-.

‘...Alle hoeken ervan zijn mij honderd keer meer bekend; alle gangen, alle gaten van mijn fantasie zijn honderd keer meer uitgeput; ik ben er op nog honderd andere manieren doorheen gewandeld, door dit haveloze brein, ik haar enige bewoner! Ik ben dronken geworden in alle kroegen; ik ben er doorheen gereden als een alleenheerser in een gouden koets; ik ben er doorheen gedraafd als een goede burger op een vreedzame pakezel, en nu durf ik er niet naar binnen te gaan, als of ik een inbreker ben met een dievenlantaarn in de hand.’

Georg Büchner leeft, na het publiceren van zijn revolutionair mensenrechtelijk pamflet, als banneling in Stuttgart. De beroemde Duitse uitgeverij Cotta schrijft in 1836 een prijsvraag uit voor de beste comedie. De straatarme Büchner is sterk geinspireerd door Musset's Fantasio en zendt Leonce und Lena in. Büchner mist de uiterste datum van inzending en krijgt zijn werk ongelezen terug. Hij sterft een paar maanden later aan typhus.