Hamlet? Alweer?

Karin Veraert schreef op 11 januari 2001 voor De Volkskrant een reportage over waarom theatermakers Hamlet blijven maken. In gesprek met Czeslaw de Wijs, Erik Bindervoet en RobertJan Henkes, Ingejan Ligthart Schenk en anderen.

Vierhonderd jaar geleden schreef Shakespeare zijn 'Hamlet' en telkens opnieuw raken theatermakers in de ban van het stuk. 'Dan maar een honderdste versie', dacht 't Barre Land. De groep ziet parallellen tussen het individualisme en de verwarring in Shakespeares dagen en de tegenwoordige tijd. De tragische held Hamlet heeft het snelste brein en is iedereen voor.

'Hamlet? Alweer? 't Is ieder jaar raak, geloof ik. Inmiddels zijn er net zoveel Hamlets als acteurs.' Eric Schneider is even verbaasd. Dan: 'Het stuk veroudert niet. Het is met Hamlet als met een bak vol water - bij een ieder die zijn hand erin steekt, zie je een andere beweging.' Ruim dertig jaar geleden vertolkte Schneider zijn eerste Hamlet. 'Ik heb ze denk ik allemaal gezien, nadien.'
Jan Ritsema en 't Barre Land zijn bezig met Hamlet. Jan Decorte en Het Toneelhuis eveneens. De Theatercompagnie bereidt zich voor op een tournee met hun succesvolle (toen nog Trust-)productie van twee jaar geleden.
'We hebben het wel even in beraad gehouden', zegt Czeslaw de Wijs van 't Barre Land over het voorstel van Ritsema. Wilden ze dat nou wel, een Hamlet? Na de vertolkingen van - het is maar een greep - de Royal Shakespeare Company, Kenneth Branagh, Paul Steenbergen, Hans Hoes, en recent Gijs Scholten van Aschat en Jacob Derwig?
Ja, toch wel. De interpretatie van de regisseur strookte met de ideeën van de groep. Wie Hamlet nu speelt, vinden ze, moet alle vragen opnieuw stellen en mag geen genoegen nemen met de antwoorden van de traditie. Dat was een belangrijk uitgangspunt. Ze lazen het stuk opnieuw, heel secuur, en raakten in de ban. 'Dan maar de honderdste versie.'
Maar wel een heel eigen. Van een traditionele rolverdeling is geen sprake. Niemand is Hamlet. Iedereen is Hamlet. Ingejan Ligthart Schenk: 'Ik werk aan een doordacht betoog - dat is wat het voor mij is. Ik ben het stuk Hamlet aan het leren. Samen brengen we het verhaal van Hamlet, een discours over de zoektocht naar mogelijke waarheden, over schijnen en lijken en niet-schijnen. Zijn.'
Weg met de Goethiaanse interpretatie, zegt Ritsema. 'Hamlet is geen Werther-achtig doetje, geen weifelende prins die wacht met het wreken van zijn vader en daardoor een puinhoop laat ontstaan waarin bijkans iedereen het leven laat. Dat is een vernederende benadering. Hamlet is een intelligente jongeman, een denker, iemand die de wrake niet najaagt. Waarom wordt hij als een zeur aangemerkt, een lijdende figuur?'
Pauzeert even, zegt: 'Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in de psychologie van de personages. Ik houd van de redeneringen, ik wil primair de tekst laten horen, de tekst van de ganse Hamlet, de stemmen van iedereen die Shakespeare aanvoert. Het is een essay over de begrippen Zijn en Schijn, waarin het bestaansrecht van fundamentele grootheden als waarheid, eerlijkheid en echtheid virtuoos betwijfeld worden.
'Geef je het stuk emotionele kleuring, dan wint het aan zwaartekracht. Dat moet niet. Daarom zeg ik tegen de acteurs: je speelt plaatsvervangend, namens de personages.'
Pas op het toneel, iedere keer opnieuw, bepalen de spelers wie wat zegt (even praktisch: ze leren drie à vier keer zoveel tekst als normaal). Geen afspraken van te voren. Ligthart Schenk: 'Zo voeren we steeds met z'n allen de discussie die Shakespeare aanreikt.'
Czeslaw de Wijs: 'Het is abstract, je ziet het stuk steeds in verschillend perspectief, spannend. Maar als je een moment achterover leunt, dreig je met de hele groep weg te glijden. Omdat je niet weet wanneer je wat gaat zeggen, moet je je extra goed realiseren wat voor jóu belangrijk is in elk stukje tekst. Anders dreun je maar wat op.
'Natuurlijk heeft iedereen z'n favoriete passages, dat merk je. Prachtig vind ik die waaruit de geest van Montaigne spreekt, zoals wanneer Hamlet in het tweede bedrijf tegen zijn oude klasgenoten Rosencrantz en Guildenstern zegt:
(..)Iets wordt pas goed of kwaad als ons denken het ervan maakt
'Het is gek met dit stuk, maar het is of het er altijd is geweest', zegt Erik Bindervoet, die samen met Robbert-Jan Henkes een nieuwe, door Aart Clerkx verluchte, vertaling verzorgde. 'Precies vierhonderd jaar nadat Shakespeare zijn stuk schreef. Opmerkelijk, dat de vertalingen sneller verouderen dan Shakespeares origineel.' Ze werkten een half jaar aan hun versie (Shakespeare naar verluidt drie weken). De opvoering is straks ook weer vierhonderd jaar na de Engelse première, in 1601.
'Hamlets monologen zijn meesterlijk. Maar niet alleen de zijne, ook Polonius is niet op zijn achterhoofd gevallen, en ook Ophelia niet. Dat hebben we willen overbrengen, de scherpe gedachtengangen; dat was wat Jan Ritsema miste in de andere vertalingen.' En dat zijn er nogal wat; zo'n tien legden ze er naast elkaar, waaronder een Russische en een Duitse.
Er zijn zinsneden waarover al eeuwen wordt gebakkeleid. To be or not to be is bij iedereen anders. 'Maar je merkt toch dat vertalers bang zijn te kiezen voor iets afwijkends.' Bij Bindervoet en Henkes kunnen Marcellus en Barnardo 'van angst tot drilpudding gestold' raken, en spoort Polonius zijn zoon Laertes aan zich snel aan boord te begeven, want: 'De wind zit in de schouder van je zeil.' Drilpudding kenden ze in die tijd, roept Bindervoet. Ze hebben het opgezocht. Frivool worden ze nooit. 'Uiteindelijk draait het om de taal, een heel eigen taal. Dat is iets wat mist in moderne toneelstukken.'
Voor de beide vertalers staat Hamlet voor het doorprikken van dogma's en hypocrisie. 'De tragische titelheld heeft het snelste brein, is iedereen voor, maar die snelheid in denken wordt hem fataal.' Is zijn vader, de koning van Denemarken, vermoord door diens broer Claudius? Waarom is zijn moeder Gertrude zo snel hertrouwd, met diezelfde Claudius? Welke rol speelt Hamlets aanbeden Ophelia, en haar ouderwetse vader Polonius? Wat komen zijn studievrienden opeens doen? Wil hijzelf de waarheid echt wel weten? Wat is schijn en wat niet aan het Deense hof? Bindervoet: 'Was hij maar teruggegaan naar Wittenburg, zijn universiteiststad, zoals hij van plan was. Maar ja, dan hadden we dit toneelstuk niet gehad.'
In Wittenberg, grinnikt Bindervoet, heeft Hamlet beslist les gehad van de Italiaanse astronoom Giordano Bruno, die zijn moderne opvattingen moest bekopen met de dood (of Shakespeare hem ontmoet heeft is niet zeker). 'Zo is Hamlet ervan overtuigd dat niet de aarde, maar de zon middelpunt is van het heelal.' Dat Copernicaans wereldbeeld zou blijken uit zijn liefdesbrief aan Ophelia: De zon heeft nog nooit bewogen/Op de sterren is het koud/En alle waarheid is gelogen/Maar denk nooit dat ik niet van je houd.
Shakespeare leefde in een tijd van nieuwe theorieën, van verandering, individualisering, van verwarring en opstand tegen oude normen en waarden. 't Barre Land ziet parallellen met deze tijd. De provo's destijds net zo goed, met hun woelige jaren zestig. Eric Schneider was Hamlet in het seizoen '67-'68, bij het Nieuw Rotterdams Toneel, in regie van Richard Flink. 'Het stuk sloeg in als een bom. Het was een hype. Het sloot aan bij de revolutie tegen de gevestigde orde.' Schneider speelde 'snel, als een echte spring-in-het-veld, boos op iedereen. Een beetje zoals Jacob Derwig bij De Trust. Spontaan, wat puberaal. Ik was begin dertig toen. Tien jaar later was ik, onverwacht, weer Hamlet, bij Het Publiekstheater. Ik viel in voor iemand. Gelukkig was het dezelfde vertaling, van Bert Voeten. Ik heb me weleens afgevraagd of ik dat wel had moeten doen. Als je veertig bent, heb je Hamlets problemen niet meer. Dat vond ik ook van de voorstelling uit '99 van Gijs Scholten van Aschat. Hij was prachtig, maar de leeftijd klopte niet.'
Het wezen van Hamlet, zegt ook Schneider, is de taal. 'Niet iedereen slaagt erin dat goed weer te geven. Gerardjan Rijnders liep in '87 met zevenmijlslaarzen over de Hamlet van Pierre Bokma heen. Heb ik hem ook gezegd. Dan moet er zonodig weer geschrapt. Dan moet To be or not to be er weer uit. Daar zit het publiek op te wachten! Mag het alsjeblieft? Bij Norén kun je een heel bedrijf schrappen. Niet bij Shakespeare.'
De Trust gebruikte destijds een vrij neutrale vertaling, zegt dramaturge Rezy Schumacher: de nadruk lag niet zozeer op de taal. Theu Boermans en zij besloten het stuk naar het hier en nu te trekken, dit ingegeven door gastspelers van de toneelschool, die aanvankelijk helemaal geen zin hadden in Hamlet. 'Ze vonden het een vervelend stuk. Na herlezing en veel heen en weer gepraat bleek dat een aantal van hen uit gescheiden gezinnen afkomstig was. Ze konden goed uit de voeten met de woede van Hamlet over de vermeende ontrouw van zijn moeder en de laaghartigheid van zijn stiefvader.' Zo concentreerde de hele voorstelling zich rond de houding van de jongeren - Hamlet, Ophelia, Laertes, Horatio, Rozencrantz en Guildenstern - ten opzichte van de oudere generatie. 'Op hun beurt geen criminelen, maar gewoon, volwassenen, druk met hun werkzaamheden, te druk soms.'
Herkenbaarheid. De voorstelling sloeg aan. ''Hamlet, dat is gewoon die jongen van om de hoek'', hoorden we zo nu en dan, en dat was onze bedoeling', zegt Schumacher. 'Je kunt evengoed besluiten om er een prachtig gedicht van te maken. Maar allebei kan niet.'
Hamlet is pure poëzie, zegt Jan Decorte. 'De taal is grandioos.' Decorte maakte een heel eigen, 'wilde' bewerking: Amlett. Shakespeare en Decorte dat geeft vonken. 'Die heb ik op papier gezet. De Engelse tekst lag naast me, terwijl ik bezig was; die keek ik niet in, ik heb het uit het hoofd gedaan. Zo heb ik in een paar dagen het verhaal van Hamlet neergeschreven. Op die momenten daalde de heilige geest neer.' Hijzelf is Hamlet. Hij is vijftig. Dat doet er niet toe. Evenmin als de strikte volgorde van de scènes, of de plaats van de acteurs op het toneel. Het publiek krijgt dezelfde vrijheid. Poëzie is chaos, goede poëzie toont de wereld zoals die is. In de woorden van Amlett:
tisof
tisni
daddist
slape
drome
sterreve
wadde
gedacht
vanniks
komt niks
tizal

 

Meer over: