Educatie-artikel: Monoloog / Dialoog

Een monoloog is een alleenspraak; een betoog van één persoon die aan het woord is (en blijft). In een gesprek op een bijeenkomst betekent dit dat de andere leden niet aan het woord kunnen of mogen komen. Het is dus het tegengestelde van een dialoog. Monoloog komt van het Grieks, waar μονος/monos één en alleen betekent, en λογος/logos woord of idee betekent. In het theater is het een toneeloptreden van één acteur binnen een toneelstuk. Daarvoor wordt vaak de term soliloque gebruikt. De term 'monoloog' wordt eveneens gebruikt ter aanduiding van
een 'monodrama', een toneelstuk voor slechts één acteur, zoals bijvoorbeeld Samuel Becketts Krapp's Last Tape.
Een dialoog is een gesprek tussen twee of meer personen. Het is een samenstelling van de Griekse woorden λόγος (logos, woord, taal, rede) en διά- (dia, door) of δι- (di, twee). In een ruimere betekenis geldt een dialoog ook voor een gesprek tussen twee of meer partijen, instanties of groepen van personen, zoals bijvoorbeeld de dialoog tussen werkgevers en werknemers, tussen de leraar en zijn klas. Aan de het begrip dialoog worden verschillende invullingen geven, afhankelijk van het gebied of de context waarin het gebruikt wordt. Ook in de muziek spreekt men van dialoog, zoals bijvoorbeeld bij een concerto, waar de solist dialogeert met het orkest. Of de pianobegeleider met de zanger. Dialogen zijn in allerlei vormen van theateropvoeringen de kracht die het stuk op gang brengt en houdt. Zelfs in de monoloog speelt de dialoog een rol, in die zin dat de hoofdrolspeler vaak een denkbeeldige tegenfiguur oproept of met zichzelf de dialoog aangaat.