NRC: Spannend woordspel in Hamlet voor gevorderden

Zeven Hamlets, zeven Ophelia’s, iedereen speelt alle rollen. Of beter gezegd, er zijn geen rollen, iedereen speelt Shakespeare. Dat is de essentie van de Hamlet die ’t Barre Land maakt in samenwerking met het Brusselse Kaaitheater. Voor deze ene keer liet het collectief zich regisseren, door zielsverwant Jan Ritsema. Ritsema wil dat alle aandacht naar de tekst van William Shakespeare gaat, gezuiverd van interpretaties, actualisering, psychologie, geacteer. Hij behandelt Hamlet niet zozeer als een toneelstuk, maar als een ‘essay over zijn en schijn’. Hij wil de gedachtegang van Shakespeare laten zien, als een ‘denken in
het openbaar’. Hiervoor liet hij door het Amsterdamse schrijversduo
Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes een nieuwe, even vlotte als
tekstgetrouwe vertaling maken.
’t Barre Land heeft de
iedereen-doet-allesmethode met een ijzeren consequentie doorgevoerd. Als een acteur drie zinnen achter elkaar zegt, is het veel. Meestal heeft een ander hem dan al onderbroken. Sommige zinsdelen worden gezamenlijk gezegd, of dwars door elkaar heen. Soms staan de acteurs in groepjes bijeen, zodat in ieder geval nog enigszins duidelijk is dat het om verschillende personages gaat. Vaak ook staat iedereen door elkaar en wordt de tekst teruggebracht tot één monoloog uit zeven kelen. Grondige kennis van het stuk is vereist, anders is niet duidelijk welke personages spreken.
De snelheid van Hamlets denken willen de spelers terugzien in het
speltempo, dat inderdaad moordend hoog ligt. De tekst wordt onverkort gespeeld in drie uur tijd, terwijl dit doorgaans minstens vier uur kost. Deze snelheid vervalt nogal eens in onduidelijkheid en
afraffelen. Ritsema wil dat zijn acteurs Brechtiaans ‘tonend spelen’,
maar dit is geen acteren meer, dit is een voordracht. Ze spelen als een stel geagiteerd debatterende studenten die de ene wisecrack na de andere uit de mouw schudden, zich verheugend in de genialiteit van hun gedachtegang en de gevatheid van hun woordspel. Doordat ze zelf zo met de tekst bezig zijn, ga je dat als toeschouwer ook doen, en dat is spannend en boeiend.
In Ritsema’s optiek is het verhaal van
Hamlet slechts een kapstok van Shakespeare om zijn veelkantige essay over zijn en schijn, liegen en waarheid aan op te hangen, met Hamlet als voorbeeld van de superieure denker, die geen schijn wil erkennen, maar die tegelijkertijd steeds rollen speelt en moet erkennen dat er niet één waarheid is.

’t Barre Land heeft altijd als een hecht collectief geopereerd en deze Hamlet is een ode aan het collectieve spel. Iedereen is even belangrijk. Schrijnend is dat juist de kwaliteitsverschillen tussen de spelers zo in het oog springen. Sommige spelers kunnen domweg de tekst niet aan. Ze verspreken zich doorlopend, ze onderbreken de anderen onhandig, ze mompelen onverstaanbaar. Tussen dit gestuntel kunnen met name Vincent van den Berg en Margijn Bosch uitblinken door hun heldere, krachtige toon, en goede tekstbehandeling. Tegen de afspraak staan ze soms zelfs
serieus ingeleefd te acteren.
De schijnbaar nonchalante manier van spelen van ’t Barre Land ziet er vaak uit als pure onverschilligheid. Het dédain voor het verhaal is ergerlijk. Belangrijke monologen als ‘zijn of niet zijn’ worden vernield, teveel in brokjes gehakt, te snel gebracht. Ritsema en de Barrelanders hebben door te ontkennen dat het om een toneelstuk gaat, een drama, teveel weggegooid. Geen spannende dialogen, geen meeleven met de personages. Ritsema wil dat de toeschouwers zelf hun eigen drama in hun hoofd vormen, maar daarvoor krijgen ze te weinig aangereikt. Het maakt deze versie tot een Hamlet voor gevorderden.
Ondanks de vele gebreken werkt deze rigoureuze keuze wel. Zoals er muziekliefhebbers zijn die Bach in notenschrift lezen dan een
interpretatie van een musicus aanhoren, zo is het wel eens prettig om op deze manier naar Shakespeare te luisteren. Op zijn beste momenten is deze Hamlet een mooie voordracht, op de slechtste momenten een afgeraffeld deuntje. Maar de mooie momenten overheersen.
NRC Handelsblad, 24 januari 2001 - door Wilfred Takken