Educatie-artikel: Over 2x2=5

Onder de titel 2x2=5 speelt ‘t Barre Land tot half mei teksten van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski (1825 –1881). Ook is er ruimte voor werk van andere schrijvers, als het maar verband houdt met Dostojevski. We beginnen de tournee met een monoloog naar de roman Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) van Dostojevski. Op dezelfde avond spelen we als uitsmijter ook een toneelbewerking van de roman Hondehart (1925) van Boelgakov, een andere Rus. Een beknopte biografie van Boelgakov vind je op de website over zijn meesterwerk, de tijdens zijn leven onuitgegeven gebleven roman De meester en Margarita.
Dostojevski's personages zijn van voor de Russische revolutie (1917). Tijdens Boelgakovs leven wordt het communisme de praktijk, hij leefde onder Lenin en Stalin. Via spottende humor overdrijving en personages die lijken op stripfiguren stelt hij de overgeorganiseerde en intolerante samenleving aan de kaak. Beide schrijvers laten zien hoe de mens zich in geen enkel keurslijf of systeem laat dwingen. En dat is voor ‘t Barre Land de essentie van 2x2=5.
Na de kerst spelen we De Zachtmoedige, een verhaal van Dostojevski waarin een man de dood van zijn vrouw recontrueert en zijn eigen rol daarbij. Van Dostojevski's vuistdikke roman Misdaad en Straf (1866) hebben we een toneelversie gemaakt die we vanaf 16 april spelen.

Deze CKV-pagina gaat voorlopig over Aantekeningen uit het ondergrondse en Misdaad en straf van Dostojevski. Een geweldige Dostojevski-site is te vinden in het Lexicon der Literatoren , met biografie en lijsten van alle werken van deze veelschrijver. Joseph Frank schreef een beroemde biografie van Dostojevski in vijf dikke delen. Hier vind je een selectie uit een interview met deze de superbiograaf en Fred Bachus, gepublicieerd in de Groene Amsterdammer op 4 sept 1996.

Aantekeningen uit het ondergrondse
Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een filosofische toespraak van een man die zich teruggetrokken heeft in een souterrain in de Russische stad Sint Petersburg. In het tweede deel, Natte sneeuw, vertelt deze man een aantal gebeurtenissen die hem zijn overkomen.
‘t Barre Land brengt alleen het eerste deel als monoloog door Vincent van den Berg. Uitgangspunt was steeds om het absurde van de ideeën die de man uitspreekt goed naar voren te laten komen. Zijn toespraken zitten vol gedachtekronkels en vreemde wendingen. Bij het speelbaar (en uitspreekbaar) maken van de tekst zijn deze zoveel mogelijk behouden en naar voren geschoven.

Revolutionaire idealen
De Russen hadden eeuwenlang onder het tsaristisch regime geleefd. De tsaar was absolute alleenheerser over een aantal zeer rijke mensen. Zij waren op hun beurt de baas over een heleboel arme lijfeigenen. Vanaf het begin van de 19e eeuw ontstaan er in Rusland verschillende revolutionaire bewegingen die dit systeem willen veranderen.
Op zijn zevenentwintigste was Dostojevski betrokken bij een revolutionaire stroming genaamd de veertigers. Rond 1840 smeedde deze beweging plannen om het systeem te veranderen. De veertigers waren 'utopisch socialisten', idealisten en dromers, die op geheime bijeenkomsten Franse geschriften over de revolutie lazen en bediscussieerden. Dostojevski maakte deel uit van zo'n 'leeskring' en werd daarvoor opgepakt. Hij werd veroordeeld tot acht jaar dwangarbeid in Siberië. Toen hij terugkeerde was het politieke en intellectuele klimaat helemaal veranderd.
De veertigers waren opgevolgd door de zestigers. Bij deze nieuwe generatie lag de nadruk op daden. Ze waren vooral praktisch bezig met het voor elkaar krijgen van sociale veranderingen. In 1861 werd het lijfeigenen-systeem afgeschaft en kregen de boeren eigen stukjes grond.
Onder de revolutionairen bestonden verschillende meningen over wat er moest gebeuren. Een intellectueel van goede komaf, Bakoenin, was van mening dat allereerst het bestaande volledig vernietigd moest worden voordat een nieuw systeem kon worden opgebouwd. Nechaev, een fanatieke volgeling van hem blies tijdens een militaire parade in 1881 tsaar Alexander II op, maar een politieke coup mislukte. In hetzelfde jaar overleed Dostojevski.
Hij zou de volgende periode waarin de nieuwe tsaar Alexander III de touwtjes stevig aantrok had niet meer meemaken. De sociale veranderingen werden stopgezet en overal controleerde geheime politie iedereens doen en laten. Maar de revolutie was niet meer te stuiten.

Wat te doen?
Aantekeningen uit het ondergrondse is een reactie op een revoltionaire roman van Nikolaj Tsjernysjevksi. Hij behoorde tot de 'zestigers' en was een gematigd revolutionair. In Wat te doen? (1863) legt hij zijn socialistisch ideeën uit. Zoals bijna alle Russische denkers en schrijvers van die tijd kent hij grote waarde toe aan 'het volk'; hij ziet in hen de toekomstige redders van Rusland. Als een van de eersten brengt hij vrouwenemancipatie ter sprake en de strijd voor gelijke rechten van alle burgers. Zijn grote invloed (bijvoorbeeld op Lenin) dankt hij aan het type leidersfiguur dat hij schets: een asceet, die traint, zich onthoudt van sex en krachtig optreedt. Uiteindelijk creëert Tsjernysjevski een beeld van een toekomstige samenleving als een kristallen paleis, waar iedereen gelijk is, tevreden en deugdzaam.
Met dit toekomstvisioen was Dostojevski het niet eens. Zijn Aantekeningen uit het ondergrondse was bedoeld als reactie maar liet uiteindelijk geen spaan heel van de idealen van Tsjernysjevski. Dostojevski bespot vooral het idee dat iemand een systeem kan bedenken waardoor de mens vanzelf alleen nog maar goed wil doen. Ondenkbaar is voor hem een wereld waarin alleen het verstand gevolgd wordt en waarin men inziet dat het tegen je eigenbelang is om anderen te schaden. In de ogen van Dostojevski is de wereld van de formules, van 2x2=4, waarin alles uit te rekenen en te voorspellen is, het begin van de dood. Volgens hem zal de mens altijd zijn eigen zin blijven doen, en zelfs volkomen onlogisch dingen, die tegen z'n eigenbelang ingaan, alleen maar om te voelen dat hij een mens is met een eigen, vrije wil.
Ook de vrouwenemancipatie vindt bij Dostojevski geen begrip. Hij gaat zelfs zover, dat hij in zijn denkbeeldige betoog de vrouwen volledig negeert en zijn lezerspubliek alleen aanspreekt met 'mijne heren'. Bij Tsjernyshevski herkennen de hoofdfiguren zich terug in goden, bij Dostojevski in muizen. En het kristallen paleis verandert in de smerige kelder waarin de aantekeningen zich afspelen.

Het schone en het verhevene van Kant
Hoewel Tsjernysjhevski de grootste inspiratiebron was, klinken ook andere schrijvers en denkers in Aantekeningen uit het ondergrondse. In een brief vanuit het kamp in Syberië vraagt Dostojevski zijn broer Michael om 'absoluut noodzakelijke intellectuele voeding ... een kopie van de Koran, en o ja, Kants Kritiek van de Zuivere Rede.' Verwijzingen naar de Duitse filosoof Immanuel Kant zijn overduidelijk aanwezig bij Dostojevski. De man in het ondergrondse verwijst regelmatig naar het 'Schone en Verhevene'. Deze begrippen gebruikt Kant voor een omschrijving van het genot dat een mens ervaart, wanneer hij geconfronteerd wordt met iets dat zo overweldigend is, dat hij er met zijn verstand niet bij kan. Op hetzelfde ogenblik voelt hij zijn eigen nietigheid ten opzichte van de grootsheid van het schone en verhevene. Misschien is het duidelijkste voorbeeld het verwarrende gevoel dat je soms kan overvallen als je bij het wandelen plotseling een immens groot en mooi landschap ziet. Volgens Kant heb je dan een ervaring van het schone en verhevene. Dostojevski gebruikt deze termen vooral ironisch, door ze te koppelen aan het genot dat je kan halen uit de diepste vernedering, wanneer je weet dat je jezelf absoluut onmogelijk hebt gemaakt. Bijvoorbeeld wanneer de man uit de ondergrondse spreekt over kiespijn. Van deze pijn kan hij niemand de schuld geven en weet hij dat jammeren niet helpt en alleen maar irritant is voor anderen. Juist daarom gaat hij nog harder jammeren; uiteindelijk zelfs zo erg, dat hij er zelf bijzonder veel van geniet.
Door het ironische gebruik van de ideeën van Kant, kan Dostojevski zijn kritiek ventileren op de denkers van de Verlichting (waarvan Kant de beroemdste is) en hun ideeën over een mensheid die alleen maar beter wordt. Tijdens de 18e eeuwse Verlichting geloofde men dat de mens met het verstand uiteindelijk zijn eigen wereld kon beheersen. Maar Dostojevski vertrouwde niet op de kracht van de kennis en het verstand.
'Het verstand, heren, is een goed ding, dat staat buiten kijf, maar verstand is alleen maar verstand en bevredigt alleen maar de verstandelijke vermogens van de mens, dat niet meer dan zowat een twintigste deel van mijn totale levenskracht beslaat. Maar het willen is een uitingsvorm van het hele leven, inclusief zowel het verstand als alle soorten jeuk.'(Aantekeningen uit het ondergrondse)

Misdaad en straf
Het denken over een toneelbewerking van de roman Misdaad en straf wordt in grote mate bepaald door Aantekeningen uit het ondergrondse, de eerste voorstelling van de serie 2x2=5. Fjodor Dostojevski schrijft Misdaad en straf in 1866, twee jaar na zijn Aantekeningen uit het ondergrondse. Joseph Frank noemt deze periode in zijn vijfdelige biografie de wonderjaren van Dostojevski. Terwijl de omstandigheden ronduit slecht zijn schrijft hij zijn beroemdste boeken. Zijn broer Mikhael sterft en Fjodor wordt met een (stief)zoon en grote schulden opgezadeld. Hij accepteert een wurgcontract met een uitgever, vlucht naar het buitenland waar hij zijn geld vergokt en heeft regelmatig epileptische aanvallen. Toch produceert hij het ene boek na het andere, mede dankzij de stenotypiste met wie hij getrouwd is. Meer hierover vind je in de Engelse biografie van Dostojevski (of in de Nederlandse.)
Aantekeningen uit het ondergrondse wordt door veel critici als een blauwdruk gezien van Dostojevski's grotere romans. De ideeën van de man uit het ondergrondse komen in alle personages van Misdaad en straf terug. Maar de hoofdpersoon, de student Raskolnikov, lijkt in zijn theorieën en gedrag nog wel het meest op de naamloze man die vanuit zijn vochtige souterrain de wereld en zichzelf bespot en van commentaar voorziet.
Waar de man uit het ondergrondse een tweedeling maakt tussen 'de mensen van de daad' en 'de bewuste mensen', komen in de student Raskolnikov deze categorieën samen (raskol'nik is Russisch voor scheuring, schizofrenie). Van theoreticus wordt hij een mens van de daad: hij pleegt een moord.

Over de grens gaan
Het Russische woord voor misdaad prestuplenie betekent 'over de grens gaan'. Op allerlei manieren komt het over de grens gaan in het boek terug. Als Raskolnikov zijn misdaad pleegt gaat hij over een innerlijke en morele grens ('gij zult niet doden') en raakt in de war.
Voortdurend vinden in het boek ook overschrijdingen plaats van fysieke grenzen in de vorm van dromen, ijlen, verschijningen, waanzin en dood. Het personage Svidrigaljov beschrijft mooi het verlies van de fysieke grenzen: 'Verschijningen zijn om zo te zeggen flarden en fragmenten van andere werelden. Er is natuurlijk geen reden waarom een gezond mens ze zou hebben want de gezonde is de meest aardse mens en moet dus alleen het leven hier leven. Maar hij hoeft maar even ziek te worden, de normale aardse orde in het organisme hoeft maar even te worden verstoord, of meteen begint de mogelijkheid van een andere wereld zich voor te doen, en hoe zieker de mens, des te meer aanrakingspunten met de andere wereld, zodat wanneer hij sterft hij rechtstreeks overgaat naar de andere wereld.' Als Raskolnikov zijn misdaad gepleegd heeft wordt hij ziek. Hij ijlt en verliest zijn grip op tijd en ruimte. Als hij op straat loopt volgen de indrukken elkaar zo snel en chaotisch op dat ook de lezer verward raakt. Dronkenschap speelt een grote rol en dromen en visioenen teisteren de figuren uit het boek. Naar het einde raken alle personages steeds meer in een soort overspannen toestand, waardoor de kleinste gebeurtenissen een overmatig effect sorteren. Met als afschrikwekkende eindpunt de dood waarin de overgang naar een andere wereld definitief is. De figuren in het boek voeren gesprekken over de grenzeloosheid van de hedendaagse Russische maatschappij en bedienen zich daarbij van uit Europa geleende theorieën. Het Russische antwoord op deze maatschappelijke theorieën is het nihilisme, een stroming van revolutionairen die de totale vernietiging van bestaande structuren en grenzen nastreeft om vanaf nul een betere samenleving op te kunnen bouwen.

Invloed van Europa
Na vierhonderd jaar was het regime van de tsaar aan het eind van de negentiende eeuw een aflopende zaak, de macht van de orthodoxe kerk was tanende en overal staken ideeën de kop op over hoe de samenleving georganiseerd moest worden. Dostojevski was een fervent patriot. Zijn grootste kritiek op het toenmalige Russische denkers was dat zij hun ideeën teveel ontleenden aan Europese voorbeelden. In het schitterende reisverhaal Winterse opmerkingen over zomerse indrukken schrijft hij:
' Lieve deugd, wat zijn wij Russen toch voor soort mensen (...) Zijn wij feitelijk inderdaad wel Russen? Waarom maakt Europa, of wij willen of niet, zo'n machtige, toverachtige, evocatieve indruk op ons? Ik spreek nu, wel te verstaan, niet over het soort Russen, die in den vreemde zijn blijven wonen, en ook niet over die doodgewone Russen, zoals er vijftig miljoen zijn en die wij, honderdduizend intellectuelen, totnogtoe in volle ernst niet meetellen en met wie onze diepzinnige satirische tijdschriften totnogtoe de draak steken omdat zij hun baarden niet afscheren. Neen, ik heb het nu over ons geprivilegieerde en gepatenteerde clubje. Want alles, beslist bijna alles, wat wij bezitten aan ontwikkeling, wetenschap, kunst, burgerzin en mensenrechten, dit alles is immers van ginds afkomstig, uit die streek der heiligen wonderen! Heel ons leven wordt immers van jongsaf gevormd naar Europees model. Is er soms iemand van ons die zich kan verzetten tegen die invloed, die zuigkracht, die pressie? Hoe komt het dan dat wij nog niet geheel en al in echte Europeanen zijn veranderd? '

De voornaamste Europese theorieën die in Misdaad en straf geleend worden zijn het humanisme, rationalisme, socialisme, kapitalisme en de westerse psychologie. Dostojevski heeft ze keurig verdeeld over de verschillende personages en samen discussiëren zij over de huidige 'grenzeloze' toestand (anno 1866) van de Russische samenleving. Daar tegenover zet hij het nihilisme. Ook dit ziet hij niet als oplossing, want in het nihilisme wordt het grenzeloze gecultiveerd en voorbijgegaan aan elke moraal. De zelfdestructie die Dostojevski aan het nihilisme toeschrijft, wordt duidelijk als hij de figuur Svidrigaljov (die het nihilisme belichaamt) aan het eind zonder scrupules zelfmoord laat plegen: met het verdwijnen van zijn innerlijke, morele grenzen is ook zijn zelfbescherming verdwenen.

Invloed van Misdaad en straf
De roman Misdaad en straf is op zijn beurt ook weer gebruikt door latere denkers om hun ideeën te verduidelijken. Veel stromingen kwamen met een eigen interpretatie. Zo hebben de marxisten zich het boek toegeëigend; is de filosoof Nietzsche veel met Dostojevski vergeleken en heeft het christendom hem geannexeerd als één van zijn belangrijkste schrijvers.

De Duitse filosoof Karl Marx (1818-1883) was de grondlegger van het marxisme. In zijn leer staan woorden als 'reactionair', 'proletariaat', 'bourgeois', 'revolutie' en 'collectief' centraal. Een reactionair is iemand die alleen maar reagerend optreedt, hij heeft geen enkele impuls om zelf te handelen. Hij handelt pas als zijn status of situatie bedreigd wordt. Deze houding wordt vaak gekoppeld aan de Westeuropese bourgeoisie, de gegoede burgerij, die hun positie danken aan een goede economische basis en door handel rijk is geworden. Voor marxisten zijn dit prototype kapitalisten. Zij zijn niet gebaat bij veranderingen in de samenleving, omdat die de economie verstoren en daar ontlenen zij hun positie aan. Het proletariaat, dat wil zeggen de arbeiders, zijn hier de dupe van; zij worden gezien als de werkslaven van de bourgeoisie, over wier rug zij hun rijkdom vergaren. Om deze verhoudingen te veranderen is een revolutie nodig waarin het proletariaat zich van haar juk bevrijdt en de macht naar het volk gaat. Maar een individu kan nooit een revolutie ontketenen, alleen de gebundelde kracht van een groep kan dit gedaan krijgen. Volgens Marx zal het kapitalisme vanzelf exploderen wanneer het proletariaat zich collectief zal verzetten tegen zijn onderdrukking.
In Misdaad en straf komen al dit soort termen niet voor (de meeste moesten nog uitgevonden worden), maar toch herkennen de latere Marxisten veel van hun ideeën in Dostojevski's werk en gaven ook zij hun eigen interpretatie aan het boek.
De monoloog van de dronken ambtenaar Marmeladov, over armoede, werkeloosheid, ellendige woonomstandigheden en een dochter die moet gaan hoereren voor de kost, lezen de marxisten als een typisch voorbeeld van de ellendige en slaafse toestand van het proletariaat. In het idee van Raskolnikov dat een aantal 'ongewone' mensen in staat zal zijn om de wereld te veranderen, lezen zij de mogelijkheid van een revolutie. De moord die hij pleegt wordt uitgeroepen tot een revolutionaire daad. Uiteindelijk destilleren sommige marxisten zelfs uit het gevoel van mislukking waarmee Raskolnikov achterblijft het bewijs dat een revolutie geen individuele aangelegenheid is, maar een collectieve.

Begrijpelijker is de vergelijking tussen de Duitse filosoof Nietzsche (1844-1900) en Dostojevski. Hun werken kwamen in dezelfde periode tot stand (tweede helft van de negentiende eeuw) en vertonen veel overeenkomsten. Beiden waren gefascineerd door de idee van het 'nieuwe': een nog onbekende wereld, een nieuw woord. En ze onderzochten beiden de rollen van begeerte en geweld in het handelen van de mens. Dostojevski legt Raskolnikov een ongenuanceerde verdeling in 'gewone' en 'ongewone' mensen in de mond. De gewone mensen zouden er alleen maar zijn om het bevolkingsaantal op peil te houden, en de ongewone mensen zijn de vernieuwers, die de wereld in beweging zetten. Hierbij dweept Raskolnikov voortdurend op een naïeve romantische manier met Napoleon. Vaak wordt dit vergeleken met Nietzsches uitlatingen over de Übermensch. Echter, Nietzsche creëert met zijn Übermensch geen verdeling onder de bestaande mensen, hij schept een opvolger van de mens. Niet als realistisch toekomstvisioen maar als alternatief om daarmee de mankementen van de hedendaagse mens te analyseren: 'Ik verkondig jullie de Übermensch. De mens is iets dat moet worden overwonnen. Alle wezens tot nu toe hebben iets geschapen hoger dan zijzelf (...) Wat is de aap voor de mens? Een lachertje of een pijnlijke schaamte. En precies dat moet de mens zijn voor de Übermensch: een lachertje of een pijnlijke schaamte.' schrijft hij in Also sprach Zarathustra.

Het grote verschil tussen Nietzsche en Dostojevski is de rol van het geloof. Nietzsche is één van de bekendste atheïsten ('God is dood' is misschien wel zijn beroemdste uitspraak). Dostojevski is daarentegen door christelijke filosofen uitvoerig bestudeerd vanwege de rol van het christendom in zijn boeken. In het laatste deel van Misdaad en straf laat hij Raskolnikov zijn moord bekennen. Hij wordt naar Siberië gestuurd en wordt gelovig. Hierdoor wordt zijn innerlijke rust hersteld. Vaak wordt deze bekering uitgelegd als Dostojevski's antwoord op de maatschappelijke en morele problemen die hij aan de orde stelt. Christelijke symboliek speelt in elk geval een grote rol in zijn schrijven (zoals het hoertje Sonja veel weg heeft van Maria Magdalena en Loezjin van Judas). Dostojevski was meer geïnteresseerd in de ondoorgrondelijkheid en dubbelheid van de mens dan in de positie van christelijk profeet. Om zijn werk te alleen te lezen als een christelijk pamflet doet de complexe literaire waarheid geweld aan.

Innerlijke grenzen: psychologie en moraal
Behalve op het sociale verval richt Misdaad en straf zich vooral op de innerlijke processen: Wat gebeurt er als je over je eigen grenzen heen stapt. Waarvoor dienen die innerlijke grenzen eigenlijk? Wie bepaalt ze? Hoe ontstaan ze? Met deze vragen doet de psychologie zijn intrede in het boek. Dostojevski heeft zijn mensenkennis ingezet voor de diepgravende gedachtengangen van Raskolnikov en voor de spannende psychologische strijd tussen hem en politie-inspecteur Porfiri, die model lijkt te staan voor latere inspecteurs als Columbo en Poirot. Porfiri weet dat Raskolnikov het gedaan heeft maar hij kan het onvoldoende bewijzen. In drie ijzingwekkende confrontaties probeert Porfiri de verdachte zover te krijgen dat hij zichzelf zal aangeven.
In het verhaal De zachtmoedige dat ‘t Barre Land als monoloog uitbrengt, probeert een pandjesbaas erachter te komen waarom zijn vrouw zelfmoord heeft gepleegd. Wij spelen dit als een reconstructie van de gebeurtenissen die tot de daad hebben geleid. De manier waarop Dostojevski zijn hoofdpersoon de gebeurtenissen laat analyseren, lijkt een voorbode van de psychoanalyse (dertig jaar later'uitgevonden' door de Weense psycholoog Sigmund Freud).
Misdaad en straf is de reconstructie van een moord. En ook hier zie je de kiemen van het psychoanalytisch denken. Tegelijkertijd vindt de strijd tussen het logische 2x2=4-denken en het 2x2=5-denken uit Aantekeningen uit het ondergrondse plaats. Porfiri heeft het regelmatig over de logica (van de psychologie), maar ziet zich geconfronteerd met de onlogica van Raskolnikov's binnenwereld. Uiteindelijk bekent Raskolnikov. Maar het is de vraag of dit dankzij Porfiri gebeurt. Wij zijn eerder geneigd om de bekentenis te zien als de enige mogelijkheid van Raskolnikov om zijn innerlijke grenzen te herstellen. Hij heeft nog maar twee opties om een einde te maken aan zijn verscheurende grenzeloosheid: zelfmoord of een bekentenis.

'Wat voor een daad wil ik ondernemen en tezelfdertijd, voor wat voor kleinigheden ben ik bang. Alles is in's mensens hand, en toch laat hij alles glippen, enkel en alleen uit lafheid (...) Het is interessant wat de mensen eigenlijk het meest vrezen. Een nieuwe stap te doen, vanuit zichzelf een nieuwe woord te zeggen, dat vrezen ze het meest van al... Maar ik klets te veel. Daardoor komt het dat ik niets doe.' (Raskolnikov in Misdaad en straf)

Hieronder volgt een selectie uit een interview met Joseph Frank, die al 40 jaar bezig is met een biografie over Dostojevski.

De superbiograaf
Een selectie uit het artikel van Fred Bachus, gepublicieerd in de Groene Amsterdammer op 4 sept 1996 (interview met Joseph Frank, die al 40 jaar bezig is met een biografie over Dostojevski).

(...)
Wist u veertig jaar geleden dat 'Dostojevski' zo'n omvangrijk project zou worden?
Nee, daar had ik geen idee van! Ik had dankzij een beurs enkele jaren in Parijs kunnen wonen en was vooral geïnteresseerd geraakt in de Franse existentialisten -Sartre, Camus. Eigenlijk werkte ik aan een boek over Flaubert. Maar toen ik een uitnodiging kreeg om in Princeton een serie colleges te geven besloot ik de existentialisten te behandelen. En omdat zij veel over Dostojevski schreven, vooral over Aantekeningen uit het ondergrondse, vond ik dat ik daarmee moest beginnen. Ik las wat om de Russische cultuur en geschiedenis heen en begon allerlei dingen te ontdekken die de existentialisten over het hoofd hadden gezien.
Ik begon in te zien dat Het ondergrondse een bijzondere relatie had met de Russische context van de vorige eeuw en dat wanneer je wilt begrijpen hoe Dostojevski al die grote filosofische, metafysische en zelfs theologische problemen benadert, dat je dan moet weten hoe die kwesties in Rusland speelden.
Vervolgens ontdekte ik dat dit voor al zijn werk gold. Misdaad en Straf bijvoorbeeld is helemaal verstrengeld met problemen uit zijn tijd -ondanks het feit dat hij de roman naar een algemeen tragisch niveau tilt.
Ik wilde een klein boek schrijven over deze sociaal-culturele context, maar ik had geen toegang tot Russisch materiaal en ben vervolgens Russisch gaan leren. Toen ik eenmaal begon te schrijven wees mijn vrouw mij erop dat ik eigenlijk aan vier boeken tegelijk bezig was. Zo is het begonnen.

'Het ondergrondse' is volgens u alleen te begrijpen als polemiek tegen het posivistische idee dat alle problemen oplosbaar zijn en dat er geen vrije wil bestaat?
De ontdekking die ik deed was veel sensationeler. Langzaam maar zeker begon ik in te zien dat Het ondergrondse een parodie is, een satire, in plaats van een woedeuitbarsting.

U gelooft niet zoals de filosoof Sjestov dat de man uit 'Het ondergrondse' samenvalt met Dostojevski zelf?
Nee, hoezeer ik Sjestov ook bewonder, ik denk dat hij zich hier vergist. En ik denk dat zijn vergissing terug te voeren is op zijn wens om van Dostojevski een Nietzsche te maken. De man uit Het ondergrondse is een satire op de idealen van de nihilisten. Hij vertegenwoordigt niet het tegenovergestelde van onze idealen, maar hij accepteert ze op het niveau van de ratio. Hij accepteert dat er geen vrije wil is, maar emotioneel vecht hij er tegen, omdat het onmogelijk is om met dat idee te leven. Daarom kan hij zijn woede alleen negatief uiten. Dostojevski wilde laten zien dat wanneer je alle consequenties aanvaardt van de overtuiging dat al onze acties gepredestineerd zijn door natuurwetten, de vraag overblijft: hoe leef je dan? En geeft daar een briljante psychologische analyse van die als zodanig niet begrepen is.

U laat zien dat hij op dezelfde manier vocht met het geloof. Zat Cioran ernaast met zijn conclusie dat Dostojevski niet kòn geloven?
Weet u, na het uitkomen van deel drie, waarin Dostojevski's notities bij zijn dode Masja worden besproken, kreeg ik een zeer complimenteuze brief van Cioran. Ik heb die brief helaas niet hier, maar wat u zegt is waar. Dostojevski geloofde, maar op een existentiële manier. Aan het eind van zijn leven deed hij dat beroemde understatement: “Mijn geloof komt uit twijfel.” Hij had zeer extreme ideeën over de onmogelijkheid van zijn religieuze overtuiging; hij kende alle argumenten tegen het geloof, alle kwellingen van mensen die niet kunnen geloven, zoals Iwan Karamazov, maar zonder geloof beschouwde hij het leven als onmogelijk. Zonder notitie van de onsterfelijkheid van de ziel houdt volgens hem elke moraal op te bestaan.
(...)

Wat is in uw ogen het geniale aan Dostojevski?
Het eindeloos fascinerende aan hem is zijn capaciteit de psychologie te achterhalen van de inwerking van ideeën op de persoonlijkheid. Ik ken geen enkele schrijver die dat op die manier kan, die in de menselijke psyche en ervaring het equivalent kan vinden van ideeën. Dàt is het genie en het geheim van Dostojevski.

Had u de afgelopen jaren wel eens het idee hem dat hem dat 'geheim' te ontfrutselen?
Een van de redenen dat deel vier zo lang op zich heeft laten wachten is dat ik steeds meer structuren begon te ontdekken in Misdaad en Straf die nog niemand had gezien. Ik wist wat ik erover wilde zeggen, maar kreeg het niet goed op papier. De roman is niet alleen maar een discussie tussen opponenten, maar in alle personages ontvouwen zich de volle implicaties van de tegenstrijdige overtuigingen van de moordenaar Raskolnikov. Toen ik dat zag, raakte ik daar erg opgewonden van.
Bij Boze Geesten zag ik ineens hoe Dostojevski heeft geworsteld met historische complicaties. De hoofdpersoon Stavrogin is in de roman een leerling van de oude Verchovenski. Maar Stavrogin is een byronisch type dat in de geschiedenis van Rusland eerder optreedt dan de liberale Werchowenski. Wanneer je de evolutie van de roman bestudeert zie je dat Dostojevski pas in een laat stadium denkt aan Stavrogin als personage, terwijl hij het plot al had. Hij heeft diverse pogingen ondernomen om dit probleem op te lossen. Toen ik dàt zag, had ik het gevoel dat ik zijn creatieve proces op de huid zat.

Wat vind u van Nabokovs kritiek dat 'keukenmeidenromans' van Dostojevski veel te melodramatisch zijn en de personages te krankzinnig?
Die upper-class kritiek van Nabokov is niet origineel, die beston al tijdens Dostojevski's leven, bij links en rechts. Hij zou te vulgair zijn, te veel over de onsmakelijke kanten van het leven schrijven, over allerlei ruwe sentimenten. Dat stond zo in contract met de elegante, aristocratische traditie waarin Poesjkin, Toergenjev en Tolstoj schreven. In zijn dagboek van een schrijver lacht Dostojevski om dit soort kritiek. In De vernederden en gekrenkten had hij zichzelf op die manier al op de hak genomen. Een jonge auteur krijgt daarin het advies zichzelf op die manier al op de hak genomen. Een jonge auteur krijgt daarin het advies zich eens in hogere kringen te begeven, onder generaals, en niet alleen over marginale mensen te schrijven.
(...)

Uit getuigenverklaringen komt vaker naar voren dat hij sowieso een hekel had aan mensen en zich vaak onmogelijk gedroeg.
Daar was hij zich zeer van bewust. Hij kon hatelijk zijn, vol woede. Maar ook vol liefde. Zijn relaties tot mensen varieerden. In zijn brieven heeft hij meer dan eens over zijn eigen haat en hoe hij die wilde overwinnen. Hij was heel temperamentvol, maar hij klaagde nooit zijn echte gevoelens kon uiten. Zelfs niet wanneer hij vriendelijk wilde zijn, en dat bekritiseerde hij bij zichzelf. “Zo ben ik niet, innerlijk”, schreef hij.

Denkt u dat u Dostojevski nu kent, na veertig jaar studie?
Nee, niet echt. Hij was erg mysterieus, en buitengewoon complex. Ik ken zijn werk heel goed en nu ik mij met zijn Dagboek bezighoud, begin ik zijn ideeën beter te begrijpen. Maar er blijven aspecten aan zijn leven die extreem geheimzinnig zijn. Ik weet niet precies hoe hij was als mens. De memoires van zijn vrouw zijn heel goed, maar tonen hoofdzakelijk zijn goede kanten. Anderen spreken die niet echt tegen, maar toch... Men wil hem steeds zien in relatie tot zijn personages, men wil in zijn leven lezen en speculeert er maar op los, vooral wat zijn schaduwzijden betreft. Maar ik geloof in zoiets als literaire verbeelding, los van autobiografie.

Hoe zag Dostojevski zichzelf?
Aan het einde van zijn leven schreef hij een brief aan een lezer die verschrikkelijke problemen had met een kind en hem om opvoedkundig advies vroeg. Hij zei: “Ik ben niet iemand die anderen gerust kan stellen of kan helpen vrede te vinden. Ik maak de kwellingen van mensen alleen maar erger.” Hij kende het effect van zijn boeken.

Volgens Herman Hesse moet men Dostojevski pas lezen wanneer het leven geen enkele uitweg meer biedt.
Misschien is dat waar, want ondanks alles is er bij Dostojevski een zekere hoop. Wanneer je door alle contradicties bent gegaan en de nadruk komt te liggen op de hopeloosheid van het leven zelf, op de dood, dan geeft hij toch nog een glimpje hoop.

Was hij een profeet?
Niet zoals hij die wilde zijn. Niet met zijn messianistische idee dat de Russen het ware christendom belichamen en de mensheid zullen verenigen in medelijden en medemenselijkheid. Wel met alles wat hij bestreed in de Russische nihilisten en hun 'revolutie'.
(...)

Wat wordt de titel van deel vijf?
De mantel van de profeet.

Hoe zou deze 'profeet' reageren op de wereld van nu?
Hij zou zeggen dat zijn ergste nachtmerries zijn uitgekomen.

Wat zou u hem vragen?
Hoe het vervolg van De gebroeders Karamazov zou worden. Maar ik betwijfel of hij er antwoord op zou kunnen geven. Dostojevski wist nooit precies wat hij ging schrijven, dat wist hij pas wanneer hij aan een roman begon.