Educatie-artikel: Over de Familie Schroffenstein

Lange tijd werden de toneelstukken van Heinrich von Kleist als moeilijk speelbaar beschouwd. Zelf heeft hij nooit een opvoering van zijn werk mogen meemaken. De taal die Von Kleist in zijn werk gebruikt is stormachtig en gepassioneerd. Zijn thema's zijn altijd absoluut: grote liefde, volledige overgave, absolute wraak. De familie Schroffenstein uit 1802 is zijn eerste toneelstuk.

Twee takken van dezelfde familie, een uit Warwand en een uit Rossitz, zijn een erfverdrag overeengekomen. Dat verdrag bepaalt dat wanneer een van de twee takken uitsterft, hun bezit vervalt aan de andere tak. Op een dag wordt de jongste zoon uit Rossitz dood gevonden aan de oever van de rivier, zijn pinken afgesneden. Onmiddellijk wordt wraak gezworen op de vermeende daders, de bloedverwanten uit Warwand. Dit zet een keten van wraak en wantrouwen in gang, zonder dat iemand weet wat er precies is voorgevallen. Ondertussen ontmoeten de kinderen Agnes (uit Warwand) en Ottokar (uit Rossitz) elkaar stiekem in de bergen. Als aan het einde van het stuk de totale oorlog op het punt staat uit te breken, worden zij per vergissing allebei door hun eigen vader gedood.

Vertaling
't Barre Land heeft De familie Schroffenstein uit het Duits vertaald. Het gezelschap kiest er vaker voor zelf een vertaling te maken van stukken die ze spelen. Van dit stuk was niet eerder een Nederlandse vertaling gemaakt en het is hier ook nog nooit opgevoerd. Het vertalen leverde een aantal problemen op. De taal die Von Kleist gebruikt is een 'kunsttaal'; het is niet altijd duidelijk of eigenaardigheden in de woordkeus en het gebruik van metaforen (beeldspraak) kenmerkend zijn voor zijn taalgebruik, of dat ze algemeen gebruikt werden in de tijd dat hij het stuk schreef. Om te beschrijven hoe het volk een gerucht tot enorme proporties kan opblazen gebruikt hij bijvoorbeeld de zinsnede: 'De kever de sintels toe te werpen die hij al spelend naar het dak van de buurman draagt.' Voor de hedendaagse lezer is deze uitdrukking niet duidelijk, voor zijn tijdgenoten misschien wel.

Het specifieke taalgebruik was een belangrijke reden om het stuk op te voeren. Er moest een vertaling komen die zo trouw mogelijk blijft aan de originele tekst. Behalve de betekenis van de woorden is ook de volgorde, klank en het ritme van die woorden in een zin belangrijk. De verzen zijn opgebouwd volgens een vast ritmisch patroon: de zgn. vijfvoetige jamben of pentameters. Ook dit patroon moest behouden blijven in de vertaling. Steeds moest een keuze worden gemaakt tussen een zo letterlijk mogelijke vertaling (waarbij de betekenis voor de moderne toehoorder onduidelijk is) of een waarin met een kleine aanpassing de betekenis verduidelijkt wordt. Voordat de uiteindelijke tekst op tafel lag, is ieder woord en zelfs bijna elke komma, geproefd en overwogen.

Kleist zelf beschouwde taal, spraak en ritme als een noodzakelijk kwaad. Voor hem waren dit slechts de uiterlijke verschijningen van de gedachten die ze moeten overbrengen. In een brief aan een collega-dichter schrijft hij: 'Wanneer ik bij het dichten in mijn borst zou kunnen grijpen, mijn gedachten kon vastpakken, en deze met mijn handen, zonder verdere toevoegingen, in de jouwe zou kunnen leggen; dan zou, om je de waarheid te bekennen, het hele innerlijke verlangen van mijn ziel zijn vervuld'. De kunstenaar moet zoeken naar vormen om zijn gedachten en gevoelens te kunnen overbrengen, en tegelijkertijd moet hij die vormen zoveel mogelijk te laten verdwijnen, om te voorkomen dat 'de gebrekkige vorm ons aan niets herinnert dan zichzelf'.

De tijd van Kleist
Von Kleist leefde in een roerige politieke tijd. In 1789 had de Franse Revolutie plaatsgevonden. De adellijke standenmaatschappij, waarin het volk was overgeleverd aan de grillen van de vorsten, had afgedaan. Ook in Duitsland ontstonden groeperingen die streden voor meer vrijheid en nationale eenheid.Maar omdat Duitsland in eind achttiende eeuw uit een groot aantal verschillende staten en staatjes bestond, heeft het daar nooit een wijdverbreide revolutie plaatsgevonden. In de nasleep van de Franse Revolutie grijpt Napoleon er de macht. Met zijn 'Grande Armee' trekt hij ten strijde tegen onder andere Italië, Oostenrijk en Pruisen.

Heinrich von Kleist wordt op 18 oktober 1777 geboren in Pruisen. Als telg van een officiersfamilie treedt hij op veertienjarige leeftijd in dienst. In 1794 vecht hij tegen Napoleon in de Slag bij de Rijn, maar hij ontwikkelt al snel een afkeer van het militaire leven. Hij geeft zijn bestaan als officier op en gaat in Frankfurt natuurkunde, literatuur en filosofie studeren. Tijdens zijn studie geeft hij bijles en verlooft zich met een van zijn studenten: Wilhelmine von Zenge. Na een kortstondig baantje als ambtenaar, besluit hij zich in Parijs aan het schrijverschap te wijden. Hij voelt zich niet op zijn plaats in het stadsleven en vertrekt naar een boerderij op het Zwitserse platteland. Daar schrijft hij zijn eerste toneelstuk, De familie Ghonorez dat hij later bewerkt tot De familie Schroffenstein. Ziekte en geldgebrek dwingen hem terug te keren naar Duitsland. Daar komt hij in contact met de gevestigde schrijver Martin Christoph Wieland die hem onder zijn hoede neemt. De familie Schroffenstein levert hem enige bekendheid op in de literaire salons van Berlijn. Toch blijft hij gebukt gaan onder geldgebrek en depressies. Niemand is bereid om zijn toneelstukken op te voeren.

In Berlijn richt hij de Berliner Abendblätter op, een krantje dat hij grotendeels zelf volschrijft. Hij krijgt te maken met censuur, wat uiteindelijk leidt tot opheffing van de krant. Een nieuwe poging om zich weer op het theater te richten mislukt. Kleist is financieel geruïneerd en lijdt aan ernstige depressies. Hij verbrandt al zijn niet gepubliceerde werk. Samen met een vriendin pleegt hij op 21 november 1811 zelfmoord.

De bekendste toneelstukken van Kleist zijn De gebroken Kruik (1807), Pentesilea (1807), Amphytrion (1807), Keetje van Heilbronn (1808) en De prins van Homburg (1811). Daarnaast schreef hij korte verhalen (De Markiezin van O..., Michael Kohlhaas en De aardbeving in Chili), gedichten en essays.

Wat is werkelijk?
Kleist leefde aan het einde van de tijd van de Verlichting. Die periode duurde ruwweg van 1650 tot het einde van de achttiende eeuw. Het belangrijkste principe van de Verlichting was de idee dat de waarheid omtrent bepaalde zaken gevonden kon worden door gebruik te maken van het eigen verstand (de ratio), in plaats van door wat (vaak kerkelijke) autoriteiten zeiden zonder meer voor waar aan te nemen. Door optimaal gebruik te maken van de kracht van het verstand, zou de wereld naar een hoger plan gebracht kunnen worden

De wetenschap maakte in die tijd een enorme opleving door. Ook Kleist was er aanvankelijk van overtuigd dat de weg naar het geluk te vinden was door het nemen van de juiste rationele beslissingen, gebaseerd op feiten. In 1801 kwam daar abrupt verandering in. In dat jaar maakte hij kennis met de nieuwe filosofie van Emmanuel Kant. Hij stelde dat de mens nooit in staat zou zijn om de ware aard van de dingen (de wereld an sich) te leren kennen. De wereld is slechts waar te nemen door de zintuigen, en die functioneren automatisch als een soort 'filter' van de werkelijkheid. De mens kan dus nooit weten of datgene wat hij als waar beschouwd, ook werkelijk waar is, of hem alleen maar als waar voorkomt. Het besef dat de waarheid blijkbaar niet bestaat, is voor Kleist een enorme schok. De crisis die bij hem ontstaat, staat bekend als de 'Kant crisis'.

Een andere filosoof waardoor Kleist in die tijd werd beïnvloed was Jean Jacques Rousseau. Rousseau schreef dat de mens 'terug moet naar de natuur': de individuele, vrije mens in de natuur is goed, de mens in de (stedelijke) samenleving 'slecht'. Kerk en samenleving zijn de bron van het kwaad. De harmonische 'natuurmens' wordt ongelukkig door sociale omstandigheden, en door persoonlijk bezit en de hebzucht, afgunst en wantrouwen die hieruit voortvloeien.

Onder invloed van de werken van Kant en Rousseau keert Kleist zich af van de wetenschap. Hij heeft een enorme honger naar kennis, maar hoe is die te stillen als alles relatief is? Hij verzet zich tegen de specialistische blik van de wetenschappers op de wereld:' Ach, ik haat die eenzijdigheid! Ik geloof dat Newton aan de borst van een meisje niets anders zag dan een kromme lijn en dat hem aan haar hart niets anders opvalt dan diens kubieke inhoud. Bij het kussen van zijn vrouw denkt de chemicus aan niets anders dan dat haar adem uit stikstof en koolzuurgas bestaat!'

Kleist kan gezien worden als een van de voorlopers van de stroming van de Romantiek. Die stroming wordt gekenmerkt doordat men zich meer ging richten op het gevoel in plaats van op het verstand. De natuur wordt geïdealiseerd, en er is een toenemende interesse voor sprookjes, dromen en mythologie. Over het algemeen wordt de Romantiek gezien als een tegenreactie op de Verlichting.

Het marionettentheater
Volgens Kleist lag de oorsprong van ongeluk in het feit dat de mens een bewustzijn heeft. In de Bijbel staat het verhaal van Adam en Eva die uit het paradijs worden verjaagd, nadat zij van de boom der kennis hebben gegeten. De mens onderscheidt zich van de dieren door het feit dat hij weet dat hij bestaat. Sinds Adam en Eva draagt de mens zijn zelfbewustzijn als een last met zich mee.

In zijn beroemde essay Over het marionettentheater legt Kleist uit dat marionetten eigenlijk per definitie betere toneelspelers zijn dan echte mensen, juist omdat poppen geen bewustzijn hebben. Zij kunnen in hun spel niet gehinderd worden door angst, onzekerheid of twijfel. Iets dat echte toneelspelers altijd in meer of mindere mate parten speelt. Marionetten kunnen zich niet bekeken voelen, zich forceren of aanstellen. Later, in de 20e eeuw, is dit essay van groot belang geweest voor het denken over theater.

Seks
Wat opviel bij het lezen en herlezen van De familie Schroffenstein zijn de vele seksuele verwijzingen. Op twee manieren te interpreteren zijn bijvoorbeeld de grot/het liefdesnest waar de kinderen Agnes en Ottokar samenkomen maar ook een zin als 'ik versmaadde dus jouw perzik'. Bij de beschrijving van een huwelijksnacht zegt iemand 'één kaars is wel genoeg hoor mensen. En die heb ik zelf!'. Bergen en kaarsen als fallussymbolen en grotten en perziken die naar vrouwelijke geslachtsdelen verwijzen... Het doet denken aan de symboliek die psychotherapeut Sigmund Freud honderd jaar later zou gebruiken. Wat heeft de schrijver ermee willen zeggen? Of was hij zich niet bewust van deze verwijzingen? Hangt het samen met zijn eigen seksuele frustraties en onvermogen? In zijn biografie is te vinden dat hij een mysterieuze reis maakte, waarbij hij genezing zocht voor een kwaal die hem 'ongeschikt voor het huwelijk maakte'. Uiteindelijk heeft hij in Würzburg een operatie ondergaan, de aard van zijn aandoening bleef raadselachtig. Kleist was erg close met zijn halfzuster Ulrike. Met haar is hij meerdere keren op reis geweest, waarbij zij soms als man verkleed ging. Ook schijnt hij met een andere reisgezel homoseksuele betrekkingen te hebben onderhouden. Welke rol moeten die seksuele verwijzingen krijgen in de voorstelling? Ze zijn niet zo nadrukkelijk dat het hedendaagse publiek er rooie oortjes van zal krijgen. Op het eerste gezicht lijken ze niet zo'n voorname rol te spelen. Moet er gewoon overheen gespeeld worden? Of moeten ze juist worden benadrukt? Of blijken ze toch zo belangrijk te zijn dat je ze als uitgangspunt moet nemen voor de manier waarop je het stuk gaat spelen?

Onze tijd
Tijdens het werken vond 't Barre Land een stuk in de krant getiteld: Genoeg meningen, geef ons feiten! Het artikel gaat over onze tijd, waarin het hebben van een mening over allerlei onderwerpen zo belangrijk is geworden, dat de feiten waarop die meningen gebaseerd zouden moeten zijn, vaak uit het oog verloren worden. Meningen roepen tegenmeningen op, daaruit volgen weer nieuwe meningen en de zaak zelf wordt van ondergeschikt belang. Uiteindelijk leidt het niet tot inzichten, maar tot verwarring. Dit mechanisme is ook een opvallend thema in De familie Schroffenstein. Het artikel kan een ingang geven om met dit stuk, tweehonderd jaar geleden geschreven, iets te kunnen zeggen over de hedendaagse samenleving.
Dat geldt ook voor het erfverdrag, dat in het stuk een belangrijke rol speelt. In De familie Schroffenstein staat dit erfverdrag voor de verzekering van het bezit, dat aan de ene tak toe zal vallen als de andere tak uitsterft. Het valt te interpreteren als een onnatuurlijke drang naar zekerheid. Een drang die leidt tot wantrouwen en (zelf)vernietiging. Die verzekering van bezit lijkt op de manier waarop wij in onze samenleving onze veiligheid proberen te waarborgen. Er wordt voortdurend gepraat over cameratoezicht, legitimatieplicht, verscherpte controles op het (vlieg)verkeer etc. En intussen groeit het onderling wantrouwen en de angst voor de ander.