Educatie-artikel: Over De Solitair

Peter Kolpa van ’t Barre Land bewerkte de enige roman van Ionesco tot een monoloog voor toneel. Hij speelde deze o.a. tijdens het Fin de Saison in Amsterdam waar ’t Barre Land en Maatschappij Discordia in een tijdelijk als theater ingericht gebouw elke avond andere voorstellingen speelden. Peter houdt De Solitair op het repertoire, zodra bekend is wanneer hij de voorstelling weer speelt zetten we het in de speellijst.

Ionesco: een absurdistisch toneelschrijver
De Franse schrijver Eugène Ionesco heeft een groot aantal toneelstukken op zijn naam staan waarvan De Kale Zangeres en Rhinoceros de bekendste zijn. Zijn werk wordt gerekend onder het Absurdisme, dat vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw op z’n hoogtepunt was. Samen met Samuel Beckett was Ionesco de belangrijkste vertegenwoordiger van deze kunststroming. Het opvallendste kenmerk van absurdistische toneelteksten is de omgeving (de plaats van handeling) waarin het verhaal zich afspeelt. Deze is ongedefinieerd of juist zeer gedetailleerd omschreven. De handeling die plaatsvindt klopt niet met de plek. Daarnaast zijn in de teksten nauwelijks directe verwijzingen naar de werkelijkheid terug te vinden. De personages spreken in geconstrueerde zinnen (dus geen alledaagse spreektaal), terwijl je als toehoorder of lezer toch het idee krijgt dat je die zinnen eerder hebt gehoord. De serieuze thematiek in de vaak zeer komische stukken heeft vooral betrekking op het leven van de mens hier op aarde: ‘Wat is de zin het bestaan?’ en ‘Waarom ben ik eigenlijk geboren?’ en ‘Is het universum eindig of oneindig of misschien beide?’

De Solitair
Ionesco heeft aan het eind van zijn toneelschrijversloopbaan één roman geschreven, De Solitair, die alle voornoemde eigenschappen heeft. Doordat Ionesco voor de romanvorm koos, heeft hij meer tijd en ruimte om zijn verhaal te vertellen. In de roman maken we kennis met de gedachtenwereld van de hoofdpersoon: de solitair. Het verhaal heeft de kenmerken van een documentaire en van een dagboek.

Een onbekende bankbediende, waarvan we de naam niet te weten komen, krijgt een erfenis en besluit niet meer te werken. Hij zoekt een nieuw appartement dat hij zorgvuldig inricht. Zijn verhoudingen met vrouwen lopen op niets uit. De enige vrouwen met wie hij in contact komt, zijn serveersters van het café-restaurant waar hij dagelijks de lunch en het diner gebruikt en de werksters die hij in dienst neemt. Aan het eind van de roman zijn ook de huishoudsters verdwenen en is de serveerster van het restaurant de enige contactpersoon met de buitenwereld. Hij begint gebeurtenissen waar te nemen die eeuwen geleden hebben plaatsgevonden. De wereld om hem heen begint af te brokkelen en ‘de solitair’ trekt zich terug in een van de vele kamers van zijn appartement. Hij ziet de straten verdwijnen, bomen verschijnen en tenslotte ontwaart hij een zilveren ladder die de blauwe lucht ingaat. Hij vat dit op als een teken.

In De Solitair draait het om de waarneming van de hoofdpersoon: Ziet hij wat hij ziet? en Hoort hij wat hij hoort? Hij plaatst zichzelf steeds meer buiten de werkelijkheid van alledag en vlucht in een droomwereld. Hij ziet wat hij wil zien en hij hoort wat hij wil horen. De waarheid is zijn waarheid.

Heb ik die mannen en vrouwen die elkaar neerknuppelden echt gezien? Heb ik politiebusjes gezien? Heb ik bloed gezien? Kijk, mijn handen zitten onder het bloed maar ik heb niemand vermoord.