Educatie-artikel: Over Hoofd zonder wereld

In 1931 voltooide Elias Canetti in Wenen zijn eerste en laatste roman Die Blendung (Het martyrium) over de boekengek dr. Peter Kien. De roman bestaat uit drie delen: Een hoofd zonder wereld, Hoofdloze wereld, De wereld in het hoofd. 't Barre Land heeft het bewerkt tot een toneeltekst. Van het eerste deel maakten we in 1996 een voorstelling, die we een tijd lang speelden. In 2001 maakten we deel twee erbij en in 2003 voltooiden we het tot een drieluik. Steeds werd er over de voorstelling verder gedacht en werd hij verder geperfectioneerd.

Samenvatting van het drieluik
Deel I speelt in de privé bibliotheek van dr. Kien, de grootst levende sinoloog (China deskundige) en de enige in Wenen met een bibliotheek van enige betekenis. Kien leeft voor zijn studie en boeken, zonder geldzorgen dankzij een erfenis, als een groot hoofd dat niet verbonden is met de alledaagse wereld. Op een dag besluit hij een huishoudster aan te nemen, Therèse Krumholz. Onder valse voorwendselen lokt ze hem in het huwelijk. Vanaf dat moment ontspint zich een strijd op leven en dood, waarin Kien op oorlogssterkte zijn boeken en zijn onafhankelijke hoofd beschermt en Therèse zonder scrupules op jacht is naar het geld van Kien. Aan het einde van deel I wordt Kien op straat gesmeten door Therèse.
In deel II vindt Kien zichzelf terug op straat, midden in de wereld. Hij moet zich verhouden tot onwillige hoteliers, vijandige boekhandelaren en blaffende honden. Hij belandt in café-bordeel De zevende Hemel, waar hij kennis maakt met een gebochelde dwerg, Fischerle. Deze oplichter heeft, net als Kien, één obsessie: schaakkampioen worden in Amerika. Fischerle ziet in Kien een willig slachtoffer dat hem het benodigde geld kan opleveren voor een startkapitaal. Een nieuw huwelijk is geboren, wederom onder valse voorwendselen en ook deze keer raakt Kien zijn geld kwijt.
Via allerlei omzwervingen komt Kien in deel III terecht in het hok van de huisbewaarder van zijn eigen bibliotheek, Benedikt Pfaff die een verhouding is begonnen met Therèse. Kien wantrouwt de wereld om hem heen zo erg, dat hij besluit zijn ogen niet meer open te doen. Dan komt zijn broer Georg hem opzoeken vanuit Parijs. Georg is een succesvolle psychiater en hij besluit zijn (geestes-)zieke broer te genezen. In de gesprekken die volgen, interpreteert Georg zijn broer steeds verkeerd en geeft hem daarmee het laatste zetje richting krankzinnigheid. Als hij weer naar Parijs vertrokken is, Kien in zijn bibliotheek achterlatend, krijgt het verhaal een vlammend, apocalyptisch einde. Met een laatste wanhopige daad probeert Kien de wereld uit zijn hoofd te branden, om niet ten prooi te vallen aan totale krankzinnigheid.

Eerste ideeën
Oorspronkelijk was het Canetti's bedoeling om acht boeken te schrijven, met als overkoepelende titel comédie humaine over dwazen (menselijke komedie). Elk boek zou het leven van een geobsedeerd personage behandelen, variërend van een geloofsfanaat tot een vijand van de dood, of een technisch fantast, die zich alleen met ruimtevaartplannen bezighield. Een vol jaar heeft Canetti aan alle acht tegelijk gewerkt. Drie belangrijke gebeurtenissen in zijn leven hebben ertoe geleid dat uiteindelijk alleen de lotgevallen van de boekengek Kien op schrift gesteld zijn.

Een nieuw uitzicht
In 1927 zocht de scheikundestudent Canetti een kamer. Hij vond er eentje aan de rand van Wenen naast de dierentuin. Bij zijn binnenkomst begon de vrouw des huizes een aanklacht tegen de jeugd van tegenwoordig. Deze tekst staat letterlijk in Die Blendung. Uit deze ontmoeting is Therèse ontstaan, de huishoudster van Kien en zijn grootste tegenspeelster in het boek. De nieuwe kamer bood uitzicht op Steinhof. Dit is een beroemd krankzinnigengesticht, dat een enorme aantrekkingskracht had op Weense schrijvers. Voor Canetti was dit gesticht een grote drijfveer om een jaar lang elke dag te werken aan zijn ‘comédie humaine over dwazen’.

In Berlijn
In de zomer van datzelfde jaar werd Canetti uitgenodigd om met een uitgever drie maanden naar Berlijn te gaan. Hier ontmoette hij beroemde mensen als de Russische schrijver Isaac Babel, de schilder Georg Grosz en de toneelschrijver Brecht. Vooral Grosz, met zijn stripachtige figuren, die er verlopen en wanhopig uitzien, hebben een grote invloed gehad op Canetti. Met Babel kon hij goed praten en door Brecht werd Canetti steeds weer geshockeerd (vooral door zijn vrije ideeën over sex). In Berlijn werd alles gedaan, waar in Wenen alleen maar van werd gesproken. In Wenen was men onder de indruk van de theorieën van Sigmund Freud, een van de eerste psychologen. Freud schreef over het verklaren van dromen, het belang van het onderbewuste en onderdrukte verlangens. Canetti raakte in de war van zijn bezoek aan Berlijn, maar wist sindsdien zeker dat hij schrijver wilde worden, en niet in een scheikunde laboratorium wilde werken.

Opstand
Verreweg de belangrijkste gebeurtenis in het ontstaan van Die Blendung was een opstand van arbeiders in Wenen op 15 juni 1927. Een aantal arbeiders was doodgeschoten en de Weense rechtbank had de daders vrijgesproken. Dit veroorzaakte zoveel woede dat uit heel Wenen de arbeiders samenstroomden en het paleis van justitie (de rechtbank) in brand staken. Uiteindelijk opende de politie het vuur, waarbij negentig doden vielen. Canetti was onder de demonstranten en was verbijsterd over wat er gebeurde. Hij werd meegezogen in de massabeweging die op gang kwam, en zonder nadenken, als een willoos wezen, liet hij zich meevoeren. In deze gebeurtenis liggen de wortels van Canetti's fascinatie voor de wetten van de massa. Het grootste deel van zijn leven heeft hij besteed aan de studie hiervan, wat uiteindelijk resulteerde in zijn enige filosofische werk Massa en Macht. Ook in Die Blendung zijn duidelijke sporen van deze fascinatie te vinden. Tijdens de opstand keek Canetti een zijstraatje in, naast het brandende paleis van justitie, en daar zag hij een man, die boven iedereen uittroonde en met opgeheven armen schreeuwde: 'De archiefstukken verbranden. Alle archiefstukken.' Verontwaardigd riep Canetti: 'Daarginds hebben ze mensen neergeknald en dan hebt u het over archiefstukken!'. Maar de man herhaalde alleen maar: 'De archiefstukken verbranden. Alle archiefstukken.' Na de confrontatie met deze geobsedeerde man, die archiefstukken belangrijker vond dan mensen, besloot Canetti niet acht maar een boek te schrijven en zijn aandacht enkel en alleen te richten op zijn boekengek, dr. Kien.

Zijn laatste roman
In 1931 was het boek dan eindelijk af. Hij was ervan overtuigd dat hij een meesterwerk had geschreven. Het eerste exemplaar zond hij naar Thomas Mann, als eerbetoon aan deze grote schrijver. Thomas Mann ontving het, keek het niet in en stuurde het terug met een briefje dat hij helaas geen tijd had om het te lezen. Verbolgen over deze bruuske afwijzing, weigerde Canetti vier jaar lang om zijn boek te laten uitgeven. In 1935 werd hij overgehaald en het boek -dat tot dat moment de titel Kant vat vlam droeg - werd onder de titel Die Blendung uitgebracht. Vreemd genoeg heeft Canetti daarna nooit meer een roman geschreven. Zoals gezegd heeft hij in zijn zestig jaar durende schrijversloopbaan nog een lijvig filosofisch werk geschreven; daarnaast heeft hij een reisbeschrijving gemaakt De stemmen van Marrakech over zijn reizen in Marokko. Hij heeft drie toneelstukken geschreven, die bijna niet gespeeld worden - waarschijnlijk omdat ze gewoon niet zo goed zijn. Maar veruit het meest heeft hij over zichzelf geschreven, voornamelijk dagboeken, herinneringen en terugblikken op zijn leven. Er zijn een aantal bundels met aforismen, korte opmerkingen en gedachten over het leven dat hij om zich heen zag van niet langer dan een paar zinnen. Deze zijn in Nederland verschenen in de beroemde Privédomein-reeks (van uitgeverij de Arbeiderspers) met brieven, dagboeken en herinneringen van bekende schrijvers.

Een visionair boek
De geschiedenis heeft van Die Blendung een visionaire roman gemaakt. Het gruwelijke eindbeeld van de boekverbranding bleek een letterlijke verwijzing naar de gebeurtenis een paar jaar later in Hitler-Duitsland. De vernietiging van cultuur en de jacht op de intellectuele elite die onder Hitler plaatsvond, beheerst het hele boek. In de figuur van de huisbewaarder Pfaff, een gepensioneerde politieagent, schetst Canetti een fascist: agressief en gevoelig voor niks anders dan autoriteit.
De joodse zelfhaat was in de jaren dertig wijdverspreid, o.a. door een beroemd werk van de jood Otto Weininger, Geslacht en karakter. Hierin worden twee oorzaken aangewezen voor de wereldcrisis: vrouwen en joden. Canetti, zelf ook een jood, maakt het destructieve karakter van de joodse zelfhaat zichtbaar door het gruwelijke einde van de joodse dwerg Fischerle, wiens symbolische bochel door een blinde met een bot mes wordt afgesneden. Het lijk van de dwerg wordt onder het bed geschoven, waarop de blinde de vrouw van de dwerg neemt.
‘Blindheid’ is het grote thema van het boek zoals de Duitse titel Die Blendung (=verblinding) al suggereert. Op alle niveaus komt dit terug, in de rol van de blinde man, de angst van Kien om zijn gezichtsvermogen te verliezen, de obsessieve blindheid die alle hoofdpersonen kenmerkt, de blindheid van de samenleving voor de gevaren die haar bedreigen en in deel 3 de blindheid van de psychoanalyse, die er prat op ging zelfs het onderbewuste en het dromenrijk te kunnen ‘doorzien’. Met de rol van Georg Kien, de broer, geeft Canetti een snijdende parodie op Freud en laat hij geen twijfel bestaan over hoe hij denkt over de seksueel obsessieve, onbewuste blindheid van de psychiater.

Kraus en Nestroy
Tijdens het werken aan Hoofd zonder wereld stuitten wij op een aantal artikelen, waarin Canetti vertelde over de enorme invloed die de Weense voordrachtskunstenaar en schrijver Karl Kraus op het zijn denken heeft gehad. Via Karl Kraus kwam Canetti in aanraking met Johann Nestroy, een Oostenrijkse acteur en toneelschrijver uit de negentiende eeuw. Nestroy heeft het genre van de intellectuele satire tot grote bloei gebracht. Zijn vijftig stukken waren allen bewerkingen van populaire kluchten, toverstukken en huiskamer-tragedies waarin hij de gegoede burgerij op de hak nam. En die - mede door zijn eigen hoofdrollen - juist bij deze gegoede burgerij een enorm succes werden. Karl Kraus heeft deze satire-lijn doorgezet, maar met een veel venijnigere pen. Via zijn eigen tijdschrift maakte hij alles en iedereen om zich heen belachelijk, vooral politici en kunstenaars.
In deze traditie moet volgens ons ook Canetti gezien worden. Er wordt vaak gezegd dat Die Blendung zo'n zwaar en depressief boek is. Maar hoe gruwelijk het soms ook is wat Kien en de andere figuren allemaal overkomt, het is vooral erg komisch. In een gesprek met zijn vriend Herman Broch zegt Canetti hierover: '(...) Het moesten hoogst extreme figuren zijn, zo ver mogelijk op de spits gedreven. Komisch en verschrikkelijk tegelijk en wel zo dat het verschrikkelijke in het geheel niet te scheiden is van het komische.'

Literatuurlijstje:
- Canetti: ‘Het geweten in woorden’ (een essaybundel)
- Canetti: ‘De fakkel in het oor’ (autobiografisch)
- Canetti: ‘Het ogenspel’ (autobiografisch)
- Stendhall: ‘ Het rood en het zwart’ (belangrijkste roman voor Canetti tijdens het schrijven van 'Die Blendung'
- Cervantes: ‘Don Quichote’(een grote bron van inspiratie voor Canetti)