Poezie van en gebruikt door O'Neill

DUIKBOOT

Mijn ziel is een duikboot.
Mijn aspiraties zijn torpedo’s.
Ik houd mij ongezien verborgen
Onder het oppervlak van het leven
Kijk uit naar schepen,
Saaie, zwaarbeladen koopvaardijschepen,
Roest-etende, smerige handelsgaljoenen
Rondwentelend met corpulent zelfvertrouwen,
Te traag om angst aan te jagen of te verbazen,
Bespot door het lachen van golven
en het speeksel van minachtende nevel.

Ik zal ze verwoesten
Omdat de zee prachtig is.

Daarom houd ik mij verborgen
Dreigend
In groene diepten.

*SUBMARINE van Eugene O’Neill is verschenen in The Masses februari 1917; vertaling Peter Kolpa 25 september 2007

JACK WAS EEN JONGE MATROOS
willie Ik zal een lied zingen. Een prachtige oude volksballade
uit New England die ik op Harvard heb gevonden tussen de
studiemesthopen.

'Jack, oh, Jack, was een jonge matroos
En hij ging naar een kroeg voor de wijn
Hij klopte en klopte met een (klop, klop, klop)
Maar er leek niemand aanwezig te zijn.'

De herkomst van dit prachtige deuntje is in nevelen gehuld, Larry.
Er bestond een legende, die werd verspreid in de toiletten van
Cambridge, dat Waldo Emerson het componeerde tijdens zijn
oninformatieve periode als minister, terwijl hij een preek probeerde te
schrijven. Maar ik denk dat het nog veel verder teruggaat, en dat
Jonathan Edwards zowel de tekst als de muziek schreef.

'Hij klopte en klopte, en bonkte en bonkte
Zodat het de dood heeft gestoord
Totdat hij een dame hoorde (klop, klop, klop)
Aan ’t venster vlak boven de poort.'

Nu komt hij onder invloed te staan van een goede vrouw. Nou ja,
misschien is 'goed' niet het juiste woord. Maar erg aardig, erg aardig.

'O, kom hier, riep zij, o jonge matroos
En jij en ik, wij samen, wij komen overeen
En ik zal jou ‘t mooiste laten zien (klop, klop, klop)
zo mooi zo mooi is er geen een.'

Heb je het door, Larry? Het geile puriteinse trekje, en dat zal zich nog duidelijker manifesteren naarmate het lied vordert:

'O, hij legde zijn arm om haar heen
Hij staarde in haar helder blauw
En toen – [verdween het licht uit zijn ogen
en hij viel diep, heel diep, hij viel flauw; (PK)]'

afkomstig uit: The Iceman Cometh van Eugene O'Neill; vertaling PK, 13 oktober 2007

 

VRIJ
MOE ben ik van het tumult, ziek van de starende massa mensen,
Smachtend naar wilde plekken zee waar de ziel hardop mag wensen.
Gevlucht is de glans van de steden, dood als de geest uit een droom,
Terwijl ik opnieuw hunker naar de kleur blauw op de borst van de oude Golfstroom.

Ik heb gedanst met de Dwaasheid, en ook voor schuld ga ik niet opzij;
Ik heb de zogeheten Wijn des Levens geproefd en de prijs voor schande was voor mij;
Maar ik weet dat ik zal ophouden, de rustplaats waar mijn geest smeken mag,
Waar de regenboog in de vliegende damp speelt,
Te midden van de intens zoute kus van de golfslag.

Dan is ‘t ho! voor het stampende dek van een bark, het schorre lied van de matrozen,
Zonder te denken aan hen die we verlieten of hoe we ons zullen verpozen;
Noch ons bekommeren om ‘t brandende oude schip, maar van de boeien van onze zorg beroofd
En tenslotte zullen we vrij zijn, op open zee, met de passaatwind om het hoofd.

* FREE van Eugene O’Neill is verschenen in het Pleiades Club Year
Book. New york: Pleiades Club, 1912; vertaling PK, 26 september 2007

 

THE HAYMARKET

DE muziek schalt een ragtime foxtrot –
De dansers zwieren over het gepolijste steen,
Elk bepoederd gezicht draagt een expressie, meer dan één
Van doffe zatheid, en een flauwe glimlach vangt bot
Op berode lippen bij opportuun gespot
Van aangeschoten jeugd wier doorweekte spleen
Op zatte vleugels zweeft; terwijl door de deur heen
Een kille tocht jaagt als de adem van het noodlot.

Een oude man in een glanzend avondkostuum zit en bespiedt
Met aasgierige mond en bloeddoorlopen kraalogen
het jonge meisje naast hem. Dronken verdriet
Valt langs haar beschilderde gezicht, en stikkend onvermogen
Schokt haar, als in vertrouwd gebied
Snikt ze haar droeve, droeve verhaal – gelogen!

*THE HAYMARKET van Eugene O'Neill is verschenen in de New London
Telegraph, 6 september 1912; vertaling PK, 2 oktober 2007

 

SENTIMENTEEL GEDOE

Ik schreef een sonnet op haar ogen
In Swinburniaanse zin en erotisch;
Goot de last van mijn onvermogen
Met gloeiende taal en exotisch -
Zij lette er niet op.

Ik schreef een ballade die ‘k kon waarderen
Met sprieterig spel in een zilveren taal
Om haar glorieuze gouden haar te vereren
Verhit door een zomerzonnestraal -
Zij hoorde het niet.

Ik schreef een bezield schelmgedicht
Over het wonder van haar mond,
Lippen als bloedrode bloemen belicht
In de bossen van het tropisch halfrond -
Zij liet niets merken.

Ik schreef een muzikaal rondeau
Om haar guitige neus op te tillen,
Gedoopt in poeder, sneeuw op ‘n plateau,
Waar een sproet warm doorheen leek te willen -
Zij zou het niet zien.

Ik schreef een ernstige, statige ode,
Prees haar weergaloze evenmaat,
Ik dacht dit is wellicht de bode
voor wie haar hart vanzelf opengaat -
Zij sprak geen woord.

Toen ik in een zwak triolette,
Sprak over de hartstocht van haar geest;
kwam op mijn wangen een blos, violet
Ik schaamde mij ‘t meest –
- Zij valt ervoor en is bedeesd -
- En dit is wat zij leest -

“Dat jij mooi bent, maakt niet uit.
Ik houd van je, van je verstand,
Je mentale evenwicht, je zeldzaam wijze kant,
Dat jij mooi bent, maakt niet uit.
Schoonheid is vergankelijk, verwaait als zand
’t Is zeker dat het strandt,
Dat jij mooi bent, maakt niet uit.
Ik houd van je, van je verstand.”

Zij prees deze, met ezelsironie bereid
En verachtte de goede verzen die ik schreef,
Deze bundeling van alle vrouwelijkheid,
Waarop mijn innige liefde dreef -
Dit is waar ik niets om geef .

Zij hekelde mijn poëzie gedrenkt in hartezeer,
En zette mijn kinderlijkheid op straat,
En zei, “Ik zal van je houden als jij je nooit meer
Met dat sentimentele gedoe inlaat -
Dat is iets wat ik zo vreselijk haat.”

*SENTIMENTAL STUFF van Eugene O'Neill is verschenen in de New London Telegraph, 28 oktober 1912; vertaling PK, 1 oktober 2007

 

VITAE SUMMA BREVIS SPEM NOS VETAT INCOHARA LONGAM
(The brief sum of life forbids us the hope of enduring long - Horace)

Het duurt niet lang, het gehuil en het geschater
Liefde en verlangen en haat:
Ik denk dat er niets van over blijft later
Als je door de poort gaat.

Ze zijn niet lang, de rozen- en wijndagen:
Uit een mistige droom
rijst ons pad even op, en zal vervagen
In een droom.

Ernest Dowson
*vertaling PK, 10 oktober 2007

 

MOTHER O' MINE
Als ik op de hoogste heuvel werd opgehangen,
Mijn moeder, o mijn moeder!
Weet ik wier liefde mij blijft opvangen,
Mijn moeder, o mijn moeder!
Als ik werd verdronken in de diepste oceaan,
Mijn moeder, o mijn moeder!
Weet ik wier tranen met mij meegaan,
Mijn moeder, o mijn moeder!
Als een vloek mijn lichaam en geest zouden raken,
Mijn moeder, o mijn moeder!
Weet ik wier gebeden mij één zouden maken,
Mijn moeder, o mijn moeder!

Rudyard Kipling
*vertaling PK, 10 oktober 2007

 

HET LUSTHUIS
We vingen het trippelen op van dansende tenen
We slenterden over de maanverlichte stenen
En stopte bij Harlot’s House.

Binnen, boven het geraas en het krakelen
Hoorden we de luide musici spelen
Treues Liebes Herz van Strauss.

Als een vreemde mechanische grotesque,
in een fantastische arabesque,
Schoten schaduwen langs de raamblind.

We zagen dansers met spookachtig aureool
Op het geluid van hoorn en viool,
Als zwarte bladeren zwevend in de wind.

Als robots door touwtjes in gang gezette
Slank gesilhouette skeletten
Schuifelden door de slome quadril’.

Toen namen ze elkander bij de hand,
En dansten een statige saraband’;
Hun lachen echode dun en schril.

Soms drukte een speelgoedvorst
Een denkbeeldige minnares aan zijn borst,
Soms leek ’t alsof ze probeerden te zingen.

Soms kwam een monsterlijke marionet
Naar buiten, en rookte zijn sigaret
Op de stoep als andere levende dingen.

Toen zei ik tegen mijn liefdesgenoot:
‘De dood danst met de dood,
Gruis draait rond met gruis.’

Maar zij – zij hoorde de viool spinnen,
En week van mijn zij, en liep naar binnen:
Liefde verdween in het lusthuis.

En toen werd de toon plotseling vals
De dansers vermoeid van de wals,
De schaduwen stopten met hun gedraai en gezwier

En over de hele lange en stille straat,
Kroop op zilveren sandalen de dageraad,
Als een angstig dier.

Oscar Wilde
*vertaling PK, 12 oktober 2007

Meer over: