Utrecht in de ban van ’t Barre Land; jong gezelschap neemt schouwburg over.

Vlak voor de zomervakantie hield ’t Barre Land vier dagen huis in de Stadsschouwburg Utrecht. Het culturele bolwerk werd van boven tot onder van zijn deftigheid ontdaan en omgetoverd tot een gigantische werkplaats. 'Kom uit je hok en neem bezit van de tempel der muzen,' leek de jonge, non-conformistische groep te willen zeggen. Unreal City noemden ze hun bezetting terwijl de werkelijkheid voor het oprapen lag.

Behalve nieuwe opvoeringen werden oude lievelingen en onaffe bewerkingen, klassiekers en gelauwerde theaterensceneringen gespeeld. Er was niet alleen toneel. Tussen het repertoire van ’t Barre Land door konden bezoekers aanschuiven bij filosofische gesprekken met Tonnus Oosterhoff en Toon Tellegen, meedeinen op de energieke concerten van Naft, Ornstein All Star Wedding Jam of het vrolijke optreden van de fanfare Ciocarlia.
In Unreal City speelde Tsjechov de hoofdrol, maar nu eens niet de overbekende stukken. Unreal City werd geopend met het onspeelbare Onreine treurspelers en melaatse dramaturgen, waarvoor het gezelschap de haast onuitputtelijke mogelijkheden van het schouwburgpodium inzette. In de luttele minuten die het drama duurde, trokken alle vormen van theater aan de kijker voorbij. Haaks hierop stond een stuk als Er nicht als er van Elfriede Jelinek.
De ruim opgezette foyer op de tussenverdieping van de schouwburg functioneerde als het laboratorium van ’t Barre Land. Het bood ruimte aan work in progress-voorstellingen die nog niet rijp waren voor het grote toneel. In Er nicht als er zat Margijn Bosch ineengedoken op een stoel, als een uit een nest gevallen vogeltje. Achter haar raasde het verkeer onverschrokken voort. Een langsrijdende ambulance met gillende sirene doordrong de voorstelling moeiteloos. Het stuk gaat over de Zwitserse schrijver en dichter Robert Walser, die de laatste 27 jaar van zijn leven in een inrichting doorbracht en daar geen woord meer op papier wilde zetten. Was hij schizofreen, brutaal of in permanente staat van dronkenschap? Zijn gemoedstoestand bracht in elk geval een stroom poëtische mijmeringen voort over de loop der dingen, door ’t Barre Land gepresenteerd als weerloze gedachten met af en toe een cynisch-vrolijk moment. ‘Ik vind mijzelf sneller dan u, ik weet meestal waar ik ben, ik ben in mijzelf – niet thuis,’ is zo’n opmerking.

Wel even wennen
Unreal City was de grote broer van The Waste Land waarmee de groep sinds 1996 nu en dan de intensieve tournees en strenge speelschema’s ontvlucht. Ze speelt dan in alle vrijheid op het oefenterrein, de vroegere snijzaal van de faculteit Diergeneeskunde. Geen roodpluche, geen foyer; tijdens The Waste Land zitten er nauwelijks scheidslijnen tussen acteurs en publiek, de toeschouwer bevindt zich inderdaad in een laboratorium.
Ook Unreal City had dit informele karakter. De logge en statige schouwburg die normaal stijf staat van de conventies was omgebouwd tot een ontmoetingsplaats zonder hiërarchie. Om een brug te slaan tussen het conventionele gebouw en de eigenzinnigheid van het theatergezelschap zetten Martijn Engelbregt en Herman van Bostelen (de vaste grafisch vormgever van het gezelschap) uiterst geraffineerd de taal in. De typografische vormgeving van hun affiches volgde het karakter van het gebouw, terwijl de teksten in de stijl waren van ’t Barre Land. Het hele gebouw was van commentaar voorzien. Wel even wennen voor de doorgewinterde schouwburgbezoekers die stipt om kwart voor acht binnendruppelden en hun gang op het onbemande koffiebuffet richtten. Aarzelend volgden zij de bewegwijzering naar boven, waar ze langgerekte eettafels aantroffen bezaaid met slordige resten van een gezamenlijke maaltijd. Daar zaten de acteurs, technici en de bezoekers van het eerste uur die er gemoedelijk hun kopje koffie dronken of op het riante balkon van de zwoele avondzon genoten. In een rustig hoekje kon je Jacob Derwig ontwaren die zich probeerde te concentreren op zijn tekst voor Tête à tête.

Noeste arbeiders
In Unreal City zocht ’t Barre Land op alle mogelijke manieren toenadering tot het publiek. In de opvoeringen werd de afstand tot de zaal verkleind door tussen de toeschouwers te lopen en het publiek onderdeel te maken van het decor, zoals in Langs de grote weg. Ook kreeg het publiek zicht op het proces van tekst tot theater zoals zich dat bij ’t Barre Land tijdens elke voorstelling voltrekt. De spelers dagen elkaar voortdurend uit de mogelijkheden op het toneel te verkennen en te reageren op hun omgeving. Soms zetten zij de voorstelling een stap terug om een passage anders te nemen en te laten zien wat je met woorden kunt doen. Hun liefde voor taal uit zich in omzichtige woordkeuzes en het willen doorgronden van alle betekenislagen van een tekst. Taal is het beeldmerk van ’t Barre Land. Als noeste arbeiders bewerken ze theaterstukken tot prettig consumeerbare teksten die aansluiten bij de hedendaagse belevingswereld. Ze verwennen het publiek met soepele taal en ragfijne humor. Ze weten behendig om te gaan met de taal, de spelers van 't Barre Land. Ze hanteren een delicate balans tussen zorgvuldig afgewogen woorden en dialogen die razendsnel heen en weer schieten.
In Hoofd zonder wereld I en II bijvoorbeeld krijgt de kijker moeiteloos de allermooiste zinnen voorgeschoteld. Voortgedreven door watervlugge dialogen voltrekt zich in hoog tempo een drama over geld, macht en de intelligentie die daarin het onderspit moet delven. In deze meesterlijk bewerkte klucht naar Het Martyrium van Elias Canetti werkt de taal als vervoermiddel én als katalysator van de tekst. De vastgeroeste opvattingen en waanideeën van professor Kien en zijn daadkrachtige huishoudster buitelen met grof geweld over elkaar, hetgeen leidt tot tragikomische misverstanden met desastreuze gevolgen.
Taal en geheugen vormen ook de belangrijkste thema’s in Tête à tête. De personages in dit op televisie-interviews gebaseerde, schokkende toneelstuk zijn Alzheimer- en Korsakovpatiënten. Ze zijn onder behandeling ‘om de alcohol en het vergeten’. Bij ieder manifesteert het ernstige geheugenverlies zich anders. De een voelt zich vernederd, de ander is argwanend, de derde weet het allemaal niet meer zo goed. ‘Ik kan nog lachen,’ probeert een van hen. Maar als hij zijn herinneringen probeert op te halen, vliegt alles door elkaar. ‘Ik weet het wel, maar ik weet het niet.’ Een agenda moet houvast bieden. Maar onder het door alcohol aangevreten geheugen brokkelt de taal steeds verder af. De patiënten komen niet verder dan steeds dezelfde beweringen of onsamenhangende verhalen met nauwelijks te volgen zinsconstructies en niet-bestaande woorden. Totdat ze oplossen in wartaal en de verbinding met de buitenwereld wordt verbroken.

Dronken mannen
Drank, daarover gaat het ook in Langs de grote weg, een eenakter van Tsjechov die zich afspeelt in een herberg. Buiten komt de regen met bakken uit de hemel, binnen is het benauwd. Aan de bar hangen ongure types. Het decor bestaat, zoals vaker bij ’t Barre Land, uit ruwe, onbewerkte materialen. Langwerpige koperplaten hangen op enige afstand naast elkaar. Daardoor vormen ze een deels transparant decor, dat laat zien dat zich achter de hermetische koperplaten ook nog van alles afspeelt. Letterlijk, want de snelste fanfare van de Balkan heeft zich er opgesteld. In de pauzes tussen de scènes spelen de muzikanten in ijzingwekkend tempo hun melodramatische repertoire. Onderwijl bedienen de acteurs in zo’n zelfde tempo het publiek van een glaasje wodka waardoor de toeschouwer verandert in een kroegloper. Zelf nemen ze er ondertussen ook nog een. ‘Ik voel me beroerd, maar ik krabbel wel weer overeind,’ zegt de pelgrim in het stuk. Maar echt naar een uitweg zoeken doen de personages niet. In hun gepredestineerde bestaan blijven ze lamlendig om de tap hangen. Ze staan te staan. Wezenloos en zonder doel. Daadkracht ontbreekt aan alle kanten. Totdat de bloedmooie vrouw van Bortsov door het ellendige weer naar de herberg wordt gedreven. Bortsov was ooit een rijke landeigenaar met teveel geld die al op zijn trouwdag door zijn vrouw werd verlaten. Gedreven door verdriet raakte hij aan de drank en verloor hij zijn geld. Bortsov herkent haar, maar zij wil hem niet kennen. Dan is voor het kroegpubliek de maat vol: in hun dronken roes storten ze zich op de vrouw. Bortsov probeert haar te redden. Het stuk eindigt in een karikaturaal gevecht van dronken mannen op de smalle bar, inclusief een levensgevaarlijke bijl.

Dromen en idealen
’t Barre Land speelt Tsjechov. Wat levert dat op? Grof gezegd bieden de stukken een ironische kijk op het bestaan van de mens en zijn uitspraken over leven en toekomst. Tjechov gaat over idealen en ideologieën. Over decadentie en luiheid, de teloorgang van een heersende klasse. Over het verlies van illusies door het ontbreken van een rotsvast geloof in iets: jezelf. De mens zal stranden, desondanks geeft hij niet op en blijft hij hopen. Tsjechovs personages worden meegevoerd door dromen en idealen, maar blijven tegelijkertijd steken zonder een stap verder te komen.
Ook Platonov wordt heen en weer geslingerd tussen zijn verstand en zijn gevoel. Hij is kritisch en scherpzinnig. Hij verwijt zijn leeftijdgenoten dat ze zich verschuilen achter fatsoen en staatsburgerschap zonder werkelijk lief te hebben en zonder zich werkelijk ergens kwaad over te maken. Ondertussen verslindt hij zelf de ene vrouw na de andere. Consumeert hij hen zonder daadwerkelijk voor een van hen te kiezen. Als alle andere personages is hij besmet met het richtingloze virus dat zijn tijd kenmerkt. Maar waar de anderen doelloos in het rond zwermen en eindigen op een doodlopende weg, weet hij: ‘gaan of niet gaan, daar gaat het om’. Toch zijn het de twijfel en zijn onzekerheid die zijn besluit om te gaan uitstellen. Dat moet hij bekopen met de dood.
De starheid waarmee de personages in Langs de grote weg blijven staan is vergelijkbaar met de vertwijfeling van Platonov. Het idealisme dat ’t Barre Land in deze voorstellingen op de voorgrond zet, kenmerkt de maatschappelijke betrokkenheid van het gezelschap. Het verlangen van Tsjechovs personages naar een ander leven en het ontbreken van kracht om een keuze te maken, beschouwen ze als het probleem van deze tijd. Keuzes zijn er in de moderne samenleving te over, het is alleen ondoenlijk in vrijheid een keuze te maken in een maatschappij die doldraait om haar eigen as, de massa meesleurend in een consumptief patroon. Gesterkt door gekoesterde dromen en idealen probeert het gezelschap betekenisvolle teksten aan het publiek over te brengen. En ook hier speelt de taal een rol. De kracht van helder taalgebruik is net als het spel en de enscenering een middel om de kijker aan het denken te zetten. En hem medeplichtig te maken.

Unreal City was een geslaagd project. Het was niet zomaar een theatergezelschap in een andere theateromgeving: ’t Barre Land zette het gebouw naar zijn eigen hand. De samengevlochten karakteristieken van de stadsschouwburg en de eigenzinnige creativiteit van het theatergezelschap en zijn vormgevers leidden tot meer: Unreal City slechtte de scheidslijnen tussen cultuurtempel en theatercollectief en verenigde het beste van de twee. De ontmantelde cultuurtempel toonde de ruwe schoonheid van het karkas. De toeschouwer werd een binnenstebuiten gekeerd perspectief aangemeten, niet langer theaterconsument maar ‘actor’ in een unieke totaalervaring. Daarmee liet ’t Barre Land zorgvuldig maatwerk zien, daartoe gedreven door een werkwijze waaraan de groep haar naam ontleent: op zoek naar woeste stukjes aarde, die verborgen liggen onder het dunne tapijt van civilisatie, moraal en conventies.

Nicole Willemse is freelance schrijver, ook te lezen in TM, november 2001
    

Meer over: