'Woyzeck' als een verzameling snippers

Trouw, 16 februari 2004 - door Hans Oranje

Hoewel Georg Büchner enkele weken voor zijn dood op 23-jarige leeftijd schrijft dat hij enkele toneelstukken heeft voltooid, resten ons van zijn stuk over soldaat-kapper Franz Woyzeck die zijn geliefde Marie met messteken om het leven bracht, slechts losse fragmenten, scènes waarvan de juiste volgorde niet vaststaat.

Dat verbrokkelde karakter van de tekst benadrukt 't Barre Land door hun Woyzeck, gedoopt als 'dwangvoorstelling', te laten voorafgaan door losse fragmenten uit het verhaal De plaatsen van een ontsnapping van Georges Perec (ook maar 46 jaar oud in 1982 overleden) en door notities uit het 'hoofdkussendagboek' van de Japanse hofdame Sei Shonagon die omstreeks het jaar 1OOO heeft geleefd.

Over de bundel Ik ben geboren van Perec waarin dit verhaal staat, schreef T. van Deel afgelopen maand in Trouw: “Een van de schitterendste boeken die ik de laatste jaren heb gelezen, een boek als zelfportret. Perec is een groot liefhebber van lijsten en typologieën".
Ook Shonagun lijkt een liefhebster te zijn geweest van het aanleggen van lijstjes, en wel van minnaars die zij als courtisane ontving. En ze moet een verwaande tante zijn geweest die graag honende opmerkingen over de lagere standen maakte.

Wellicht was dit laatste een aanknopingspunt met 'Woyzeck', die bij uitstek ‘lage stand’ is. Dat zijn Marie vrijt met de tamboermajoor, dat hij volkomen tenonder gaat in de bejegening door zijn superieuren, de dokter en de kapitein, dat pakt hem zijn ziel af.
Toch is me niet duidelijk geworden welke eenheid 't Barre Land tussen deze drie teksten zag om ze in een voorstelling van twee en een half uur aan de toeschouwers voor te leggen.

Het gedeelte voor de pauze zit inderdaad vol lijstjes: opschrijfboekjes, papiertjes die van een notitie worden voorzien en op de rug van een ander geplakt, een Peter Kolpa die zich langzamerhand helemaal onder de papiertjes plakt. Spannend, verhelderend, bevlogen of wat ook werd het evenwel voor mij niet.
Hun Woyzeck daarentegen vond ik mooi. Het fragmentarische van de tekst was hier uitgangspunt: het bleef een verzameling snippers van een toneelstuk. Jorn Heijdenrijk was van Maatschappij Discordia gekomen om Woyzeck met melancholie te spelen; Czeslaw de Wijs stond met de armen op zijn rug gekruist zoals de meesten van ons, minder lenig, die voor de borst kruisen, schrijnend werkeloos als medesoldaat Andres toe te zien hoe Woyzeck de vernieling ingaat.

In een toelichting schrijft ’t Barre Land dat ze Woyzeck willen spelen 'als een collectie snapshots, ‘als een post diversen van de ongelijkheid in de samenleving en het onvermogen van de mens’.
En dat kregen ze met al hun dramaturgische wijsneuzigheid toch maar weer prachtig voor elkaar.

Hans Oranje