2x2=5

Onder de titel 2x2=5 wijdde 't Barre Land seizoen 2001-2002 aan het
werk van Fjodor Dostojevski (1825-1881). De oogst bestond uit vier
voorstellingen naar romans van Dostojevski en een naar een novelle van
Michael Boelgakov. Vincent van den Berg speelde de monoloog Aantekeningen uit het ondergrondse.
Op dezelfde avond speelde het ensemble de uitsmijter Hondehart van
Boelgakov. De tweede avond bestond uit Witte nachten en De zachtmoedige
als monoloog door Jacob Derwig. De vuistdikke roman Misdaad en straf was de finale van 2x2=5.

De vermenigvuldiging 2x2=5 noteert Dostojevski in zijn roman Aantekeningen uit het ondergrondse
en stelt deze tegenover 2x2=4. Dit staat voor de wereld van formules,
natuurwetten en de doelgerichte mens. Dostojevski signaleert dat het
doel de mens vaak koud laat; het streven, de inspanning wordt bemind.
Goede intenties worden ingehaald door koppigheid, eigenbelang, de
flirt, de sensatie van mogelijk mislukken, de fascinatie voor het
kwade... dus door 2x2=5.

Al vanaf 1996 is ‘t Barre Land
in de ban van Dostojevski’s universum en zijn buitenissige personages.
Zijn helden zijn bezeten van een idee en kennen geen maat.
Doorsneemensen, zoals derderangs ambtenaars en studenten ontpoppen zich
als neuroot of moordenaar. Misdadigers zijn geniaal. Schaamteloze
dronkaards blijken de grootste weldoeners. Ze ontsnappen aan elke
definitie, elke censuur en elk programma. Antihelden zijn het, die zich
verzetten tegen de fenomenale domheid van de mens en in de eerste
plaats hartstochtelijk tegen zichzelf.

Witte Nachten
(1848) In vier nachten waarin het maar niet donker wil worden legt een
dromer het af tegen de liefde. Zijn ideaal blijkt in een oogomslag
inwisselbaar. Op zijn 27ste schrijft de zachtmoedige Dostojevski deze
delicate parodie in de beste traditie van de sentimentele roman. Witte nachten als een vluchtige ontmoeting die lang blijft hangen.

Aantekeningen uit het ondergrondse
(1864) is een veel geciteerde sleuteltekst als het gaat over de
dilemma’s van de moderne mens. Vaak wordt de man uit het ondergrondse
op één lijn geplaatst met personages als Hamlet, Faust en Don Quichote;
allen lijden aan een gevoelig overbewustzijn. Ook belangrijke culturele
stromingen eisten hem op: van het surrealisme tot het existentialisme,
van de aanhangers van Nietzsche tot die van Freud. En natuurlijk is hij
het embryo waaruit de figuur Raskolnikov kon ontstaan.
De man uit
het ondergrondse verkeert in een moreel vacuüm. Hij accepteert de
wetten van de natuur maar met de consequenties kan hij niet leven.
Handelen wordt daarmee problematisch. Teruggetrokken in een souterrain
in Sint Petersburg bespot hij de vooruitstrevende mensheid. Dit mondt
uit in een filosofisch vertoog van een muis, maar wel een muis uit
eigen beweging!

In Misdaad en straf
(1866) klinkt de stem uit het muizenhol uit alle kelen. Sensationele
figuren treden aan het licht die voortdurend in gesprek zijn met hun
hersenschimmen. De verhitte student Raskolnikov ontwikkelt zich tot
luis in de pels van de maatschappij en alle tegenstrijdige denkbeelden
worden op de proef gesteld door een moord. Het ondergrondse wordt
definitief verlaten voor een onderzoek naar de gevolgen van deze
grensoverschrijdende daad. ‘Over een week of over een maand zal ik
in zo’n arrestantenwagen over deze brug rijden, hoe zal ik dan naar
deze gracht kijken? Neem nu dat uithangbord. Hoe zal ik diezelfde
letters lezen? Kijk daar staat geschreven maatsgappij, laat ik nu eens
die g onthouden en er over een maand nog eens naar kijken, naar
diezelfde g. Hoe zal ik het dan zien, wat zal ik dan denken?’

De zachtmoedige (1876) Via een theoretisch betoog over het menselijk handelen in Het ondergrondse en de complexe praktijk van de daad in Misdaad en Straf, belanden we bij de zuivere bespiegeling in De zachtmoedige.
In dit verhaal reconstrueert een man de gebeurtenissen die voorafgingen
aan de dood van zijn vrouw. Met een aan ijdelheid grenzende
zorgvuldigheid ontleedt hij de toedracht en zijn eigen hardvochtigheid.
Volgens de Nederlandse schrijver Gerrit Krol is er nooit eerder een
vrouw zo volledig beschreven en zijn we tegelijkertijd nooit minder van
een vrouw te weten gekomen als in De zachtmoedige.
Het enige dat we van haar weten is dat ze als zestienjarige met de
pandjesbaas in het huwelijk trad, dat ze eerst heel uitgelaten was, dat
ze zijn boeken las, gelachen heeft om de scène van de aartsbisschop,
maar dat ze steeds stiller werd en dat ze tenslotte geen woord meer met
elkaar wisselden dan het hoognodige, dat ze tijdens zijn afwezigheid
nog wel zong en dat ze hem op een zekere dag in zijn gezicht begon uit
te lachen....

Hondehart (1925)
Oe-oe-oe-oe-hoe-woehoe! Tsrow, tsrow! Acht jaar na de Russische
revolutie en bijna een halve eeuw na Dostojevski’s dood schrijft
Michail Boelgakov Hondehart. Dat velen Boelgakov de grappigste
schrijver van de Sovjet Unie vinden en dat hij een lievelingsschrijver
van Stalin is mag niet baten: het boek wordt verboden. Pas in 1987
wordt Hondehart Rusland uitgesmokkeld en begint het aan zijn late carrière als roman en toneelstuk.
Boelgakov levert een surrealistische satire op het communistisch
systeem, experimenteert met verjongingskuren en demonstreert de
machtswellust van een proletarisch huisbestuur. Dit alles met in de
hoofdrol een over het paard getilde chirurg die zich uitleeft op een
straathond. De kameraad die uit de Faustiaanse operatiekamer opstaat is
ambitieus en kattenhater.

gemaakt door
Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Jacob Derwig, Anouk Driessen,
Ruben de Roo (stage), Sanneke van Hassel (productie), Michiel Johannes
Jansen (decor), Peter Kolpa, Martijn Nieuwerf, Ingejan Ligthart Schenk,
Simone Scholts (productie), Emilie Timmermans (kostuum), Ellen Walraven
(productie) en Czeslaw de Wijs.