Liefde en ontrouw met een prettig vleugje ironie

Trouw, 7 februari 2006
- Hanny Alkema

Elkaar eeuwige liefde beloven en in één adem door afspreken het de ander meteen te zeggen als dat voorbij is. Nauwelijks een toneelschrijver die zo fijntjes de vinger kon leggen op de paradox van trouw en vleselijke lust als Arthur Schnitzler (1862-1931).
Beroemd werd zijn Reigen, een seksuele cyclus waarin van elk paartje telkens één een volgende verleidt en de kring gesloten is als de laatste man zich op de eerste stort. Het decadente Wenen uit die tijd was in het hypocriete hart geraakt en toonde zich geschokt.
In dramaturgische zin is Anatol een voorloper. Geen well-made play maar een aantal korte schetsen van liefdesavontuurtjes met als verbindende factor de titelheld. De ene na de andere dame verslijt hij, deze Anatol. Steeds weer komt het grote woord 'liefde' hem over de lippen, terwijl intussen zijn oog alweer op een ander valt. Anatols eeuwige ontrouw maakte hem als vanzelf wantrouwend: waarom zouden vrouwen anders zijn? Maar de ultieme vraag durft hij zijn geliefde van dat moment, voor dat doel onder hypnose gebracht, niet te stellen. Bang om zijn illusie te verliezen.
Anatol is Schnitzlers toneel-eersteling, al zou het bijna twintig jaar duren, tot 1910, voor het tot een opvoering kwam. Het is minder scherp dan Reigen, maar wel een aardig voorbeeld van Schnitzlers psychologisch inzicht. Anatol mag zich als bon-vivant en meesterversierder voordoen, maar is in wezen een kleinburgerlijk jongetje dat woedend wordt als een liefje het eerder uitmaakte dan hij. Een gevoelsarme egoïst bovendien, die de nacht voor zijn bruiloft nog op vrijersvoeten gaat, omdat het de laatste keer zal zijn dat niet bij thuiskomst wordt gevraagd 'waar was je'. ’t Barre Land speelt Anatol met gepaste luchtigheid en een prettig vleugje ironie, en heeft de tekst aangescherpt. Het breedsprakige is uitgebannen, overtollige personages zijn geschrapt evenals de laatste schets (te uitleggerig?) in de reeks. Mooi is hoe de rol van de vrouw aan raffinement heeft gewonnen.
Margijn Bosch speelt de achtereenvolgende vlammen en laat duidelijk doorschemeren dat het geen van allen doetjes zijn. Als Cora laat zij zich moedwillig onder hypnose brengen om er zo achter te komen waar Anatol en zijn hartsvriend Max over hebben zitten konkelefoezen. Vanonder haar wimpers blijven haar oogjes alert.
Met haar spel roept Bosch de vraag op wie nu eigenlijk wie bedriegt. Ze zet Anatol te kijk als een ingebeelde casanova en Vincent van den Berg laat zich dat met een lichte argeloosheid gewillig aanleunen. Daartussen staat Ingejan Ligthart Schenk een geamuseerde toeschouwer te wezen, terwijl goochel- en andere trucs de bedrieglijke handeling olijk onderlijnen.
Bruidsboeketten schieten uit mouwen tevoorschijn, tot stof vergane souvenirs aan vroegere beminden gaan in vurige rook op. Fraai is de stapel dozen, elk een herinnering vertegenwoordigend die Anatol als een blijvende rendez-vous met zich meesleept. Al vind ik, als eerder, dat de tekstbehandeling onder een stevige spelbegeleiding expressiever en spitser had kunnen worden, Anatol is bepaald amusant.

Hanny Alkema