2x2=5

Onder de titel 2x2=5 wijdde 't Barre Land seizoen 2001-2002 aan het werk van Fjodor Dostojevski (1825-1881). De oogst bestaat uit vier voorstellingen naar romans van Dostojevski en een naar een novelle van Michael Boelgakov. Van 11 t/m 14 september was het hele Dostojevski-programma in het Utrechtse Theater Kikker te zien. Vincent van den Berg speelt de monoloog Aantekeningen uit het ondergrondse. Op dezelfde avond speelt het ensemble de uitsmijter Hondehart van Boelgakov. De tweede avond bestaat uit Witte nachten en De zachtmoedige als monoloog door Jacob Derwig. De vuistdikke roman Misdaad en straf is de finale van 2x2=5.

De vermenigvuldiging 2x2=5 noteert Dostojevski in zijn roman Aantekeningen uit het ondergrondse en stelt deze tegenover 2x2=4. Dit staat voor de wereld van formules, natuurwetten en de doelgerichte mens. Dostojevski signaleert dat het doel de mens vaak koud laat; het streven, de inspanning wordt bemind. Goede intenties worden ingehaald door koppigheid, eigenbelang, de flirt, de sensatie van mogelijk mislukken, de fascinatie voor het kwade... dus door 2x2=5.

Al vanaf 1996 is ‘t Barre Land in de ban van Dostojevski’s universum en zijn buitenissige personages. Zijn helden zijn bezeten van een idee en kennen geen maat. Doorsneemensen, zoals derderangs ambtenaars en studenten ontpoppen zich als neuroot of moordenaar. Misdadigers zijn geniaal. Schaamteloze dronkaards blijken de grootste weldoeners. Ze ontsnappen aan elke definitie, elke censuur en elk programma. Antihelden zijn het, die zich verzetten tegen de fenomenale domheid van de mens en in de eerste plaats hartstochtelijk tegen zichzelf.

Witte Nachten (1848) In vier nachten waarin het maar niet donker wil worden legt een dromer het af tegen de liefde. Zijn ideaal blijkt in een oogomslag inwisselbaar. Op zijn 27ste schrijft de zachtmoedige Dostojevski deze delicate parodie in de beste traditie van de sentimentele roman. Witte nachten als een vluchtige ontmoeting die lang blijft hangen.

Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) is een veel geciteerde sleuteltekst als het gaat over de dilemma’s van de moderne mens. Vaak wordt de man uit het ondergrondse op één lijn geplaatst met personages als Hamlet, Faust en Don Quichote; allen lijden aan een gevoelig overbewustzijn. Ook belangrijke culturele stromingen eisten hem op: van het surrealisme tot het existentialisme, van de aanhangers van Nietzsche tot die van Freud. En natuurlijk is hij het embryo waaruit de figuur Raskolnikov kon ontstaan.
De man uit het ondergrondse verkeert in een moreel vacuüm. Hij accepteert de wetten van de natuur maar met de consequenties kan hij niet leven. Handelen wordt daarmee problematisch. Teruggetrokken in een souterrain in Sint Petersburg bespot hij de vooruitstrevende mensheid. Dit mondt uit in een filosofisch vertoog van een muis, maar wel een muis uit eigen beweging!

In Misdaad en straf (1866) klinkt de stem uit het muizenhol uit alle kelen. Sensationele figuren treden aan het licht die voortdurend in gesprek zijn met hun hersenschimmen. De verhitte student Raskolnikov ontwikkelt zich tot luis in de pels van de maatschappij en alle tegenstrijdige denkbeelden worden op de proef gesteld door een moord. Het ondergrondse wordt definitief verlaten voor een onderzoek naar de gevolgen van deze grensoverschrijdende daad. ‘Over een week of over een maand zal ik in zo’n arrestantenwagen over deze brug rijden, hoe zal ik dan naar deze gracht kijken? Neem nu dat uithangbord. Hoe zal ik diezelfde letters lezen? Kijk daar staat geschreven maatsgappij, laat ik nu eens die g onthouden en er over een maand nog eens naar kijken, naar diezelfde g. Hoe zal ik het dan zien, wat zal ik dan denken?’

De zachtmoedige (1876) Via een theoretisch betoog over het menselijk handelen in Het ondergrondse en de complexe praktijk van de daad in Misdaad en Straf, belanden we bij de zuivere bespiegeling in De zachtmoedige. In dit verhaal reconstrueert een man de gebeurtenissen die voorafgingen aan de dood van zijn vrouw. Met een aan ijdelheid grenzende zorgvuldigheid ontleedt hij de toedracht en zijn eigen hardvochtigheid.
Volgens de Nederlandse schrijver Gerrit Krol is er nooit eerder een vrouw zo volledig beschreven en zijn we tegelijkertijd nooit minder van een vrouw te weten gekomen als in De zachtmoedige. Het enige dat we van haar weten is dat ze als zestienjarige met de pandjesbaas in het huwelijk trad, dat ze eerst heel uitgelaten was, dat ze zijn boeken las, gelachen heeft om de scène van de aartsbisschop, maar dat ze steeds stiller werd en dat ze tenslotte geen woord meer met elkaar wisselden dan het hoognodige, dat ze tijdens zijn afwezigheid nog wel zong en dat ze hem op een zekere dag in zijn gezicht begon uit te lachen....

Hondehart (1925) Oe-oe-oe-oe-hoe-woehoe! Tsrow, tsrow! Acht jaar na de Russische revolutie en bijna een halve eeuw na Dostojevski’s dood schrijft Michail Boelgakov Hondehart. Dat velen Boelgakov de grappigste schrijver van de Sovjet Unie vinden en dat hij een lievelingsschrijver van Stalin is mag niet baten: het boek wordt verboden. Pas in 1987 wordt Hondehart Rusland uitgesmokkeld en begint het aan zijn late carrière als roman en toneelstuk.
Boelgakov levert een surrealistische satire op het communistisch systeem, experimenteert met verjongingskuren en demonstreert de machtswellust van een proletarisch huisbestuur. Dit alles met in de hoofdrol een over het paard getilde chirurg die zich uitleeft op een straathond. De kameraad die uit de Faustiaanse operatiekamer opstaat is ambitieus en kattenhater.

gemaakt door Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Jacob Derwig, Anouk Driessen, Ruben de Roo (stage), Sanneke van Hassel (productie), Michiel Johannes Jansen (decor), Peter Kolpa, Martijn Nieuwerf, Ingejan Ligthart Schenk, Simone Scholts (productie), Emilie Timmermans (kostuum), Ellen Walraven (productie) en Czeslaw de Wijs.