Trouwt, 20 april 2002 - Arend Evenhuis
Als toneelspelers te lang in hetzelfde toneelstuk staan, zakt die voorstelling in of glijdt die af naar gemakzuchtig geschmier. 'Een uitgewoonde voorstelling', heet het dan.
Als je een voorstelling kunt uitwonen, dan kunnen toneelspelers ook hun toeschouwers uitwonen. En dat gebeurt jammerlijk met het toneelstuk Misdaad en straf dat het theatercollectief ’t Barre Land naar Dostojevski's roman Schuld en boete ensceneert.
In de roman zoekt de heethoofdige student Raskolnikov naar de grenzen van het betamelijke door een moord te plegen. Niet uit hebzucht of uit haat, maar als teken van verlichting, als revolutionaire daad. Weliswaar moet niet iedereen maar aan het moorden slaan, maar voor sommige verlichte geesten kan een moord juist een grootse verzetsdaad zijn.
In hun queeste naar grote dode Russen (eerder ontgonnen zij Tsjechov, Boelgakov en Dostojevski's Witte Nachten en Aantekeningen uit het ondergrondse) bewerkten de Barre Landers de roman tot een toneelvoorstelling. Al hadden ze die beter hoorspel kunnen noemen, want behalve opkomen, wachten en afgaan, wordt er in Misdaad en straf niet noemenswaardig toneel gespeeld. Ze staan daar maar naar elkaar of naar het publiek te staren, en mompelen er ellenlange teksten zo terloops als maar kan.
Taal en tekst zijn heilig voor de spelers van ’t Barre Land. Maar die heiligheid heeft inmiddels zo'n apodictische vorm aangenomen, dat je het koud in de kleren en klapperend rond de kaken krijgt. Met hun Hamlet-enscenering van vorig jaar zette ’t Barre Land hun huiveringwekkende kaalslag al in. Doorgaans praat Shakespeare's Deense prins al veel, maar in de Barre Land-Hamlet was het alleen máár praten. Om volstrekt onduidelijke reden worden mannenrollen dan ook nog eens door vrouwelijke acteurs en andersom gespeeld, en bovendien de tekst van één personage over vier of vijf toneelspelers verdeeld. Zo stonden er bij het Barre Land vijf of zes Hamlets tegelijkertijd op het toneel. Daar kun je heel erg gaar van worden.
Ook Dostojevski is aan deze Barre Landse Hamlet-aanpak ten prooi gevallen. Die overgekookte heiligheid voor tekst en taal verzekert overigens allerminst een heldere ontvouwing van het intrige. Na Misdaad en straf weet de toeschouwer nog steeds niet waarom de student Raskolnikov de pandjesbazin met een bijl de hersens in heeft geslagen. Laat staan óf hij de moord wel pleegde. Om over het hoe nog maar de zwijgen. Niet dan ik naar een Russische variant van 'Inspector Morse' op het toneel verlang – hoewel?-, maar de duiding van ’t Barre Land is toch tamelijk te gortig: “Zij (de personages rondom Raskolnokiv) belichamen als het ware de ideeën die in Rusland opdoken toen de greep van de orthodoxe kerk verslapte en de Russische intelligentsia zich gretig op de filosofen van de West-Europese Verlichting stortte. In extreme zin is Misdaad en Straf te lezen als een gevecht tussen het geïmporteerde gedachtegoed van het Europees humanistisch rationalisme en het Russisch nihilisme.” Dat kan allemaal zo zijn, maar dat wil ik dan ook wel zien.
Waarom doet ’t Barre Land dit zijn toeschouwers en zichzelf aan? Het is nota bene het beste toneelgezelschap van het land, met de beste, vrijpostigste en lenigste toneelspelers van het halfrond. En dan met zo'n dof-antreciet gestolde voorstelling komen aanzetten. Laat alsjeblieft toch af, die verstarde tekstaanbidding, dat mompelende ik-ben-er-niet-gedrag. Laat af! Barre Landers: Verlos je uit die vrijwillige kneveling, en schphèèl, schphèèl!