Een ontmoeting tussen 2 toneelspelers

Ergens in een stad in een klassiek kafee, het kan Amsterdam, Brussel of Utrecht zijn.
Een ontmoeting tussen 2 toneelspelers, die elkaar kennen, die elkaars voorstellingen bezoeken, die alletwee in verschillende gezelschappen zitten. De één deed gisterenavond met veel bijval Polonius uit de Hamlet van Shakespeare, de ander speelde gisteren een matinee: Clov uit Fin de Partie van Beckett.
‘veel applaus gekregen, gisteren? vroeg Polonius aan Clov.
‘niet zoveel. misschien kenden de mensen het stuk niet,’ zei Clov.

Ergens in 1992 zaten een aantal toneelspelers uit een aantal kleinere belgische en nederlandse gezelschappen bij elkaar. Ze hadden in diverse kombinaties, in diverse voorstellingen met elkaar opgetreden. Er was een enorme behoefte om met elkaars manier van spelen, manier van doen, manier van spreken gekonfronteerd te worden. Er was behoefte om met toneelspelers te werken, die niet vast bij een gezelschap zaten. Er was ook een grote behoefte om allerlei verschillende stukken op het repertoire te krijgen, maar in de afzonderlijke groepen werden verschillende agenda’s gehanteerd. Er was tot dan geen echte mogelijkheid om met zijn allen tegelijkertijd samen te werken. De behoefte om buiten het eigen gezelschap met elkaar te maken te hebben, zonder het eigen gezelschap te verlaten was groot. De behoefte om de diverse geheugens van de diverse toneelspelers optimaal te gebruiken, was eveneens zeer groot. Want een toneelspeler is een speciale geheugen- en ervaringsexpert, die al zijn motieven, zijn kunnen en zijn aanwezigheid, via toneelstukken doorgeeft aan het publiek. Omdat toneelstukken gespeeld worden en gespeeld moeten kunnen blijven worden, was het nodig om een plek te maken, waar die stukken, die bij de afzonderlijke gezelschappen gemaakt waren, ergens te kunnen ‘bewaren’ en voortdurend, via de aktualiteit, via de behoefte van de toneelspeler, via de vraag van het publiek steeds opnieuw te kunnen vertonen in diverse theaters. Er wordt besloten door de diverse toneelspelers van de afzonderlijke belgische en nederlandse gezelschappen om een speciale vereniging op te richten onder de volgende naam: belgisch-nederlandsche repertoirevereeniging ‘de veere’. De naam ‘de veere’ verwijst naar de 17e graaf van Oxford, genaamd Edward de Vere (1550 – 1604), die beschouwd wordt als de vermoedelijk werkelijke auteur van de werken van Shakespeare. Deze vereniging neemt het op zich om het repertoire van de afzonderlijke gezelschappen te beheren en te presenteren.


Na het eerste proefseizoen met 8 nieuwe oude voorstellingen, opent de belgisch-nederlandsche repertoirevereeniging ‘de veere’ het tweede seizoen in Theater Kikker met De laatste dagen der mensheid van Karl Kraus in grote bezetting, tevens met op het toneel de aanwezigheid van de vertalers van het stuk, te weten de heren Bindervoet en Henkes. Het meest omvangrijke stuk uit de toneelgeschiedenis. Nu met De allerlaatste dagen der mensheid als speciale uitsmijter, gezien de op dat moment zeer aktuele situatie.