De opvoering van dit drama, dat naar aardse tijdrekening gemeten ongeveer tien avonden zou beslaan, is toegedacht aan een theater op Mars. Theaterbezoekers van deze wereld zouden er niet bestand tegen zijn. Want het is gemaakt van het bloed van hun bloed en de inhoud is de inhoud van de onwerkelijke, ondenkbare, door geen wakend verstand te bevatten, niet voor de herinnering toegankelijke en slechts als bloedige droom bewaarde jaren waarin operettefiguren de tragedie van de mensheid speelden, en de handeling, die voert door honderd scènes en verschrikkingen is even onmogelijk, doorgroefd en heldenloos.
De humor is niet meer dan het zelfverwijt van iemand die niet waanzinnig werd bij de gedachte dat hij in zijn volle verstand getuigenis af kon leggen van dit tijdperk. Alleen hij die de schande van zijn aandeel daarin prijsgeeft aan het nageslacht, en niemand anders het recht heeft op deze humor. De tijdgenoten die hebben geduld dat de hier opgeschreven dingen gebeurden, moeten het recht om te lachen maar laten wijken voor de plicht om te huilen. De onwaarschijnlijkste daden, waarvan hier melding wordt gemaakt, zijn echt gebeurd; ik heb slechts beschreven wat ze deden. De onwaarschijnlijkste gesprekken die hier worden opgevoerd zijn woord voor woord zo uitgesproken; de schrilste verzinsels zijn citaten. Zinnen waarvan de waanzin onuitwisbaar in het gehoor gegrift is, worden levensmuziek.
Het document wordt personage; communiqués krijgen gestalte, gestalten eindigen als hoofdartikel; het feuilleton kreeg een mond, die zichzelf uitspreekt in monoloogvorm; frasen staan op twee benen - veel mensen behielden er maar één. Stembuigingen razen en ratelen door de tijd en zwellen aan tot een koorzang van de onheilige handeling. Lieden die onder de mensheid hebben geleefd en haar hebben overleefd, zijn als daders en sprekers van een tijd, die geen vlees, maar bloed, en geen bloed maar inkt had, gereduceerd tot schimmen en marionetten en tot het cliché van hun bedrijvige wezenloosheid. Larven en lemuren, de maskers en spookgestalten van het tragische carnaval, hebben levende namen omdat het zo zijn moet en juist omdat er in dit door toeval bepaalde vergankelijke bestaan niets toevallig is. Dat geeft niemand het recht het te beschouwen als een lokale aangelegenheid. Ook wat er gebeurt op de Sirk-hoek wordt vanuit een kosmisch punt bestierd.
Wie zwakke zenuwen heeft, maar sterk genoeg om zijn eigen tijd te verdragen, houde zich verre van dit toneelstuk...
Karl Kraus
vertaling Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes