Torquato Tasso is een toneelstuk uit 1789 van de duitse schrijver J.W. Goethe. Hij omschreef het stuk zelf als ‘theaterschuw’: een taalbouwwerk waarin veel wordt gesproken, maar weinig gebeurt. Hier kun je meer lezen over de schrijver Goethe, over de dichter Torquato Tasso en het toneelstuk, over de stijlen Classisme en Romantiek en over waarom ’t Barre Land het wil spelen.
Over Johann Wolfgang (von) Goethe
Goethe is een prototype van de ‘homo universalis’, iemand die op veel verschillende gebieden werkzaam is. Hij was tegelijkertijd schrijver, wetenschapper en politicus. Als wetenschapper ontwikkelde hij een beroemde kleurentheorie, en ontdekte een onbekend bot in de kaak; als politicus was hij minister in Weimar (Duitsland) en als schrijver werd hij in één klap beroemd met de roman ‘Het lijden van de jonge Werther’. De indruk die dit boek maakte was zo groot dat er een golf van zelfmoorden door Duitsland trok van pubers die het voorbeeld van de jonge Werther volgden.
Image via Wikipedia
Als toneelschrijver heeft Goethe drie stijlperiodes gekend. ‘Götz von Berlichingen met de ijzeren hand’ was zijn eerste stuk, geschreven in de stijl van de literaire vriendenbeweging waar hij de spil van was: de Sturm und Drang. Na deze stormachtige periode ging Goethe zich meer verdiepen in de harmonische wijsheden van de klassieke oudheid (de Grieken en Romeinen) en schreef een serie toneelstukken in de stijl van het Classicisme, waarvan ‘Torquato Tasso’ een schoolvoorbeeld is. In de laatste periode van zijn lange leven publiceerde hij voornamelijk wetenschappelijke werken, maar vlak voor hij stierf, beëindigde hij het stuk waar hij al zijn hele leven aan werkte, zijn opus magnum, ‘Faust I & II’. En in Faust II maakt de hoofdpersoon een ontwikkeling door die goed te vergelijken is met Goethe z’n eigen leven. De tomeloos leergierige en ambitieuse Faust ziet aan het hof van een middeleeuwse duitse vorst in een visioen de klassieke schoonheid Helena (de vrouw waar tien jaar om gevochten werd bij Troje) en besluit haar te gaan zoeken. Na een duistere reis vindt hij haar, smelt met haar samen, en raakt haar weer kwijt. Hij komt in een oorlog terecht, maar vindt uiteindelijk als oude man zijn utopie in een gelijkwaardige, humanistische (menselijke) wereld, in een soort poldermodel.
Over Torquato Tasso en Goethe in het stuk
Ook in het toneelstuk ‘Torquato Tasso’ schrijft Goethe over zichzelf, al heeft hij dit vermengd met het leven van de beroemde dichter Torquato Tasso. Deze dichter leefde in de zestiende eeuw aan het hof van de familie d’Este in Ferrara (Italië). In dienst van hertog Alfons d’Este schreef hij op het buitenverblijf Belrigardo in 1575 zijn bekendste en meest actuele werk ‘Jeruzalem Libertatem’ (Jeruzalem bevrijd): een zeer geweldadig lyrische epos in versvoeten waarin een leger van christenen ondanks vele tegenslagen Jeruzalem verovert en de islamitische muzelmannen, de Turken, vernietigt. Op ingenieuze wijze gebruikt Goethe biografische gegevens van de echte Torquato Tasso. Het stuk speelt op Belrigardo -een lustslot!- en begint met de prinses (de zus van hertog Alfons) en Eleonore Sanvitale, een gravin en vriendin van de prinses. Zij zijn verkleed als herderinnetjes, alsof zij om de verveling te verdrijven een ander stuk van Tasso willen gaan spelen, ‘Aminta’. Dit is het stuk waar de echte Tasso mee doorgebroken is, een zogenaamd pastoraal spel over goden, liefde en herderinnetjes.
Maar in plaats van dat stuk te spelen, spreken zij met elkaar over de onderwerpen uit dat stuk. Zo introduceren zij Tasso, en de twee grote onderwerpen ‘kunst’ en ‘liefde’. Als de hertog zelf opkomt, komt met hem het derde onderwerp binnen: de relatie tussen de hofdichter en zijn broodheer, tussen de kunstenaar en de samenleving. Tasso komt uiteindelijk ook en biedt zijn nieuwste werk aan, Jeruzalem bevrijd. De hertog neemt het in ontvangst en Tasso krijgt meteen de hoogste onderscheiding, een krans van laurierbladeren - die nooit verwelken. (Een grap van Goethe, omdat iedereen weet dat de echte Tasso stierf de dag voor hij in Rome, op het Capitool, bekransd zou worden.)
Nu gaan er meerdere dingen tegelijk spelen. Jeruzalem bevrijd is een tekst over een christelijke kruistocht. De zus van de echte hertog was een schande voor de katholieke familie, omdat zij protestants was geworden. Door Jeruzalem opnieuw te laten veroveren in een groots meesterwerk, eert Tasso niet alleen zijn heer met de artistieke prestatie en de daarbij horende roem, maar herstelt hij ook op een ander niveau de schade die de familie is aangedaan. Een politiek-religieuse daad. En dus komt precies op het goede moment Antonio het stuk binnenwandelen, de secretaris van de hertog, die terugkomt van een diplomatieke missie in Rome, waar hij namens de hertog met de paus heeft moeten onderhandelen over een politiek geschil. Ook Antonio is gemodeleerd naar een echt figuur en het conflict tussen Tasso en Antonio, dat de motor van het stuk vormt, heeft Goethe waarschijnlijk ontleent aan een vermeende jaloezie op Tasso van deze figuur, die naast zijn werk voor de hertog ook een goede dichter wilde zijn.
In het verdere verloop van het stuk speelt Goethe voortdurend met de gegevens van Tasso’s leven die hij waarschijnlijk als bekend veronderstelde bij zijn publiek, maar die dat nu zeker niet meer zijn. Zo is Tasso een lange periode gevangen geweest aan het hof vanwege een schermutseling met een bediende. Ook bij Goethe wordt hij naar zijn kamer gestuurd, maar dan omdat hij Antonio beledigt, en voor niet langer dan een half uur. De echte Tasso is steeds blijven werken aan ‘Jeruzalem bevrijd’ en heeft zelfs tien jaar na de eerste uitgave een helemaal gekuiste versie laten drukken, omdat een hoge kerkelijke instantie vond dat het werk ook geschikt moest zijn voor nonnen en monikken. Bij Goethe is Tasso er alles aan gelegen om zijn gedicht terug te krijgen nadat hij het aan de hertog heeft gegeven, maar hij gebruikt dit argument ook in een intrigespel aan het hof.
Torquato Tasso berucht om zijn wisselende stemmingen; tegenwoordig zouden we hem waarschijnlijk diagnosticeren als manisch-depressief. En hoewel Tasso ook bij Goethe veel stemmingswisselingen meemaakt en soms lamoyant of pathetisch uitbarst, gebruikt Goethe dit niet om hem daarmee te typeren, maar om – op een ander niveau – na te denken over twee uitersten: de matiging en het mateloze.
Classicisme en Romanticisme
In 1781 en 1782 werkte Goethe intensief aan Tasso, maar daarna bleef het stuk lang liggen. Vier jaar later vertrok hij met de schilder Tischbein naar Italië en reisde daar twee jaar rond. Er is veel gespeculeerd over de aanleiding voor deze reis, vooral op sexueel gebied. Zeer waarschijnlijk leed Goethe aan een moeder- en zustercomplex wat geen goede invloed had op zijn relaties met andere vrouwen. Sommigen beweren dat Goethe naar Italië vluchtte vanwege zijn beroemde, doch stroeve relatie met Charlotte Stein, anderen dat hij over de Alpen trok om zijn vermeende homosexuele verlangens te bevredigen. In ieder geval deed hij op zijn reis langs Rome, Napels, Florence, Ferrara en Sicilië veel inspiratie op voor zijn Tasso. Regelmatig stuurde hij scènes op naar zijn vrienden en eenmaal teruggekeerd werkte hij nog twee jaar tot het stuk in 1789 uitgegeven werd.
Wat hem vooral inspireerde was de ontmoeting met de wereld van de Antieke Oudheid, die de grote bron was van de Italiaanse renaissancekunst. Nog steeds is in het Vaticaan een plafondschildering van Raphael te bewonderen, La Stanza della Segnatura, waarop de vier gebieden staan afgebeeld die voor de renaissancemens het belangrijkst waren (en nog steeds de fundamenten vormen voor ons westerse gedachtengoed): de filosofie, de theologie, de rechtspraak en de kunst. Een belangrijke opgave voor de kunstenaars uit de renaissance was om het gedachtengoed van de oudheid te verbinden met hun eigen tijd en vooral met het christendom, dat natuurlijk geen plek had in de godenwereld van de oudheid. Zo heeft Raphael bijvoorbeeld voor de filosofie op het plafond een schildering gemaakt van de Atheense School, met daarin karakteristieke houdingen en symbolen voor Griekse wijsgeren als Plato, Aristoteles en Pythagoras, maar hij heeft hun de gezichten gegeven van filosofen uit zijn eigen tijd. En Tasso probeerde met Jeruzalem bevrijd een heldenepos te schrijven in de stijl van de oude Vergilius (de Aeneas), maar koos expres een christelijke kruistocht als onderwerp.
De kunststijl ten tijde van Goethes Torquato Tasso heet het Classicisme. Deze stijl greep terug op de idealen en de vormen van de Renaissancekunst, die zelf dus weer teruggreep op de idealen en de vormen van de klassieke oudheid. Zo werd de filosofie van Plato weer erg populair: De wereld die wij kunnen zien is een schijnwereld, een bedrieglijke afspiegeling van de achterliggende wereld van Ideeën, die wij echter nooit kunnen kennen (hoogstens zeer goede filosofen). In het theater werd een eenzijdige uitleg van de theorieën van Aristoteles de nieuwe norm: eenheid van tijd, plaats en handeling. Een stuk moet zich afspelen op één plek, binnen vierentwintig uur – dwz realtime – en met een geloofwaardig aaneengeschakeld handelingsverloop. Maar de essentie van het Classicisme is het idee van harmonie en eenheid. Eenheid van vorm en inhoud, eenheid van staat en kerk, eenheid van heerser en onderdaan, eenheid van dichter en held, oftewel van idealist en practicus. Tasso is geschreven in vijfvoetige jambes, die een perfecte samensmelting van inhoud en vorm kunnen bewerkstelligen. Een goede versvoet is qua ritme en nadruk zo geschreven dat de mededeling van de uitgesproken zin vanzelf duidelijk wordt voor de luisteraar.
De eerste twee bedrijven van Torquato Tasso zijn hét klassieke voorbeeld van deze stijl. Inhoudelijk draait elke scène om een gedroomde harmonie en eenheid, om het opheffen van tegenstellingen, zowel tussen mensen als tussen verschillende waarden in het leven. Zo moet de kunstenaar verzoend worden met de maatschappij of het kunstenaarstalent met het leven, zoals Tasso met Antonio moet versmelten. Het geestelijke leven moet verzoend worden met het lichamelijke of het denken met de sexualiteit, zoals de twee vrouwen in het stuk vriendinnen moeten zijn. De innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, de tijd van toen met de tijd van nu, enzovoort. En ook de vorm is gericht op het perfecte evenwicht; de personages spiegelen elkaar - zo extreem dat de prinses en haar vriendin dezelfde naam hebben, Eleonore -, de scènes spiegelen elkaar en zelfs de zinnen; met als duidelijkste voorbeeld de zin die Tasso uitspreekt om zijn ‘gouden tijd’ te omschrijven: ‘geoorloofd is wat behaagt’, die door de prinses wordt beantwoord met de zin ‘geoorloofd is wat past’.
Deze twee zinnen vormen ook de centrale tegenstelling van Torquato Tasso. En zijn een voorbode van een inhoudelijke stijlverandering die Goethe binnen het stuk toepast. Hij laat Tasso beginnen als een echte hofdichter in classicistische stijl die schrijft ter meerdere eer en glorie van zijn heer en droomt van het perfecte gedicht dat de samenleving zal wakker schudden en tot grootse daden zal aanzetten. En een dichter die zich voegt naar het decorum, naar de regels die gelden aan het hof – waar geoorloofd is wat past. Maar uit de woorden van Tasso - geoorloofd is wat behaagt - klinkt een hele andere mentaliteit, van iemand die zich niet voegt naar wat hoort, maar die op zoek is naar vrijheid en eigen beslissingsrecht. Tasso heeft een onstuimige natuur die snel ontvlamt, dus geeft de prinses deze mateloze jongen opdracht zich te oefenen in het matigen door vrienden te worden met de ervaren en praktische Antonio. Aan het eind van het tweede bedrijf ontmoeten zij elkaar wat uitloopt op een ruzie. Vanaf dat moment ontwikkelt Tasso zich als een kunstenaar die zelfstandig wil zijn, die zijn gedicht terugwil omdat hij gelooft in wat het kan worden, die het lijden van het individu wil overbrengen en verschuift Goethe (inhoudelijk) naar een andere stijl, de Romantiek. In deze stijl gaat het juist om de autonomie van de kunstenaar, om originaliteit, om het innerlijke leven van het kunstenaarsindividu, het mateloze; allemaal begrippen die het omgekeerde zijn van het Classicisme. (de Romantiek kan op honderdduizend manieren worden omschreven, maar de beste is misschien wel dat het niet gaat om wat je bent, maar om wat je kan worden.)
Goethe zag zichzelf als een kunstenaar die tussen de twee stijlen instond. Het openingsbeeld van het stuk is dan ook een tuin met daarin de standbeelden van Vergilius en Ariosto, symbolen voor deze stijlen. Beiden worden gelauwerd. Maar je zou ook kunnen zeggen dat het een vermenging is van de franse toneelschrijftraditie (Corneille, Racine) met de engelse (Shakespeare), of een vermenging tussen antiek (Sophokles) en modern (Schiller). Een tijdgenoot van Goethe, de heer Wieland, omschreef Goethes stijl alsvolgt: ‘een verbinding van het natuurlijke, die de ziel van Shakespeares werk vormt, met de mooie eenvoud van de Grieken, en met de kunst en de goede smaak waar de Fransen zo goed in zijn.’
Zelf geeft Goethe in het stuk geen oordeel over hoe de mens of de kunstenaar zou moeten zijn. Hij verwisselt expres in de dialogen de verschillende standpunten tussen de figuren, zodat niemand een echte held wordt of totale schurk. Goethe schetst alleen de twee uiterste polen waartussen het leven of het kunstenaarsschap zich afspeelt. Hij onderzoekt in het stuk in feite zijn eigen gespletenheid, zoals hij probeerde als dichter zijn Sturm en Drang uit te dragen, en tegelijkertijd als politicus zich verstandig en gematigd aan het hofleven van Weimar aan te passen, terwijl hij als gefrustreerde man geen fysieke relatie kon aangaan met een vrouw van een hogere of zelfs van zijn eigen stand.
Toch laat Goethe aan het eind van het stuk Antonio en Tasso elkaar een hand geven. Een verzoening? ‘Als iemand struikelt bij het wandelen, geven wij hem een hand ter ondersteuning’ zegt de prinses in het eerste bedrijf. De hand groeit in de tekst uit tot het centrale symbool voor de mogelijkheid om elkaar te helpen, om mensen nader tot elkaar te brengen, om de uitersten te verzoenen. Maar dit symbool wordt in het hele stuk begeleid door het begrip ‘kennen’. ‘Ken ik mijzelf? Jou ken ik nu. Ik ken nu de kunst van de hoffelijke intrige.’ Als een leidmotief zijn de woorden 'kennen', en 'miskennen' door het stuk gevlochten; ze zijn de uiting van een fundamentele twijfel aan de mogelijkheid van mensen om elkaar of zichzelf te kennen. In het denken van de hertog en Antonio betekent gericht zijn op jezelf het 'miskennen' van de anderen; Tasso ziet het rollenspel aan het hof als onoprecht omdat zij de binnenwereld negeren en voelt zich door de anderen 'miskent' en wil ze leren kennen, in de zin van hun huichelachtigheid 'doorzien'. Dit culmineert in de laatste scène tot de uitspraak van Tasso: ‘ik ken mezelf niet meer en ik schaam me niet het te bekennen.’ Tasso rukt zichzelf hiermee uit een spiraal van zelfbedrog en maakt de werkelijke zelfkennis mogelijk. Op dat moment kan hij de hand van Antonio accepteren.
De traditie en de opvoeringen van ’t Barre Land
Misschien omdat het stuk zelf geen standpunt inneemt over de onderwerpen, maar veel ruimte laat voor de eigen interpretatie van de uitvoerders heeft Torquato Tasso een enorme opvoeringstraditie. De interpretaties door de eeuwen heen spiegelen grotendeels de preoccupaties van de toneelmakers op dat moment. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw zijn in Duitsland een aantal opvoeringen zeer beroemd geworden waarin het stuk gebruikt werd om de relatie tussen de kunstenaar en de samenleving te bekritiseren. Zo maakte de regisseur Peter Stein van Tasso een emotie-clown in een afgestompte luxe-maatchappij: De kunstenaar had in het kapitalistische Duitsland van na de oorlog alleen nog de rol van hysterisch ‘gevoelsmens’ om de gevoelloze middenstanders te vermaken.
Sindsdien wordt Tasso vaak afgestoft als makers zich over dit onderwerp willen uitspreken, als ze een statemenent willen maken over hun positie als kunstenaars. In 1997 geleden werd ’t Barre Land uitgenodigd door Theater Kikker om samen met een aantal andere groepen een eigen versie van Tasso te maken. Op die uitnodiging is ’t Barre Land, toen nog een jong en nieuw gezelschap, ingegaan. De voorsteling werd goed ontvangen en geselecteerd voor het Theaterfestival.
Ook nu, negen jaar na die eerste enscenering, was de directe aanleiding om Torquato Tasso weer te spelen (een wens, waar al enkele jaren sprake van was) toch een politieke gebeurtenis. In het nieuwe theaterfestival in september 2006 hield Ivo van Hove, leider van Toneelgroep Amsterdam, een lezing waarin hij zijn visie gaf op hoe het toneellandschap herordend zou moeten worden. ’t Barre Land deelde deze visie niet. Liever dan ons te mengen in een heilloze polemiek in de media, wilden we in een voorstelling onze visie geven. Gelukkig blijkt wederom dat een goede tekst zich zonder geweld niet tot een eenduidig statement laat omvormen en is een nieuwe versie van Torquato Tasso gemaakt zonder enig politiek statement – behalve dat toneel nog steeds niets anders is dan vijf spelers en een goede tekst voor een publiek.
![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=39091f76-db8a-41f5-b869-7dfd79c2dbc7)