Slapstick en Shakespeariaanse platvloersheid

Vincent Kouters schreef voor De Volkskrant van dinsdag 13 maart 2012 een kritiek over de voorstelling van zaterdag 10 maart.

't Barre Land, Utrechts meest toegankelijke, experimentele acteurscollectief, speelt King Lear als blijspel. Of, beter gezegd, het voltallige ensemble doet zich voor als een troep krasse knarren, die zich beter weten in wagen aan een uitvoering van Shakespeare's  dollemanstragedie. Hun soms hilarische Koning Lear en de narren van Shakespeare zijn kwaad is een opeenstapeling van verhaspelingen. De narrige spelers kibbelen en plein public over nevenplots waar geen neef in voorkomt, struikelen over zinnen als 'Wie kent Kent?' en raken inde war over een bedelman die eigenlijk een edelman is.
De nieuwe vertaling komt van duo Bindervoet en Henkes. Deze is zakelijk, geestig en modern - 'De tyfus op je epileptische gelaat!' Maar de meeste slapstick en Shakespeariaanse platvloersheid komt uit de koker van het zichzelfregiserende actuerscollectief. Ze schrapten de helft van de teksten en vulden de de vrijgekomen tijd met onbegrijpelijke terzijdes over mogelijke prologen voor het stuk, een scènetje water smijten en talloze versprekingen.
Die versprekingen zijn soms expres, maar meestal niet. Er dwaalt daarom, zoals altijd bij 't Barre Land, een souffleur over het toneel. Van de ergste versprekingen maken ze keer op keer een nummer. Leuk trucje, dat na een tijdje wat doorzichtig wordt.
Vincent van den Berg maakt er het vaakste gebruik van, maar hij speelt dan ook de verwarde Lear. De koning is oud en seniel en slachtoffer van een doorzichtig plan van zijn oudste dochters (beiden gespeeld door Anouk Driessen), die uit zijn op zijn land. een ochter lijkt echter niet gediend van alle leugens en vleierij. Maar juist deze Cordelia (een drieste Margijn Bosch) wordt door haar domme vader verbannen.
Dan volgt een heel verhaal vol vermommingen en secundaire personages, dat culmineert in een veel te natte storm waarin krankzinnige Lear tot een halfbakken inzicht komt. Voorst is er een subplot rond de graaf van Gloucester en zijn rellende zoons, de goede Edgar en de slechte Edmund, die verderfelijke verhalen over elkaar de wereld insturen en zich voordoen als gekken. Verwarring alom dus. Uiteindelijk komen ook de narrende spelers er niet meer uit. Ze spelen scènes in de verkeerde volgorde, er vindt een luidruchtig groepsoverleg plaats en de souffleur veegt het zelfgemaakte houten theatertje al aan voor het helemaal afgelopen is. Het mooie is dat de Barre Landers uitzonderlijk bekwaam zijn in dit soort ambachtelijk clownerie.
Wie echt wil weten hoe King Lear ook weer ging, zal achteraf niets wijzer zijn geworden, maar koopt dan op het podium de nieuwe vertaling. Deze is uitgegeven inde reeks 'Klassiek geïllustreerd' van uitgeverij De Harmonie. Met geestig bedoelde tekeningen van Aart Clerkx, die nogal onderdoen voor wat het Utrechts narrenstel klaarspeelt.