Theater zoals theater zijn moet

Trouw, 27 maart 2003 - Hans Oranje

‘Ik kan genieën niet uitstaan – ze praten teveel’, zegt Miss Mabel in Een ideale echtgenoot... van Oscar Wilde. Het is een van de weinige vrouwelijke personages bij Wilde die niet óf engelachtig goed óf vilein roddelziek van karakter zijn. In feite is het een uitspraak van de schrijver over zichzelf, die immers in zijn stukken op een geniale manier ontzettend veel praatte en daarin ongeëvenaard het rietje over de ruggen der Britten wist te leggen.

Een tik van die geniale molen heeft het Utrechtse theatercollectief ’t Barre Land beslist meegekregen in hun nieuwste project. Na een seizoen waarin ze ons alle hoeken van de kamers van hun verbeelding hadden laten zien met de russen Dostojevksi, Boelgakov en Tsjechov, zijn ze nu westwaarts getogen en hebben de twee fraaiste komedies van Wilde, An Ideal Husband en The Importance of Being Earnest in één voorstelling samengebracht, vertaald door twee leden van de groep, Peter Kolpa en Martijn Nieuwerf: De ideale ernst of het belang van een echtgenoot.

In het mixen van komedies in één voorstelling was hun godfather, Maatschappij Discorda, hen al voorgegaan in de jaren tachtig. Toen ging het evenwel om het verschijnsel komedie met zulke tegengestelde schrijvers als Shaw en Feydeau. Nu gaat het wel degelijk om wat Wilde zelf te vertellen had, de in zijn stukken aangerichte feestjes waarin de leugen hartstochtelijk regeert en waar het, als ten slotte de waarheid boven tafel komt, alles toch wel wat saaier is geworden. Omdat je ’t Barre Land de denktank van het toneelbestel op dit moment kunt noemen, maar ook omdat de groep met zo’n intens en aanstekelijk plezier toneel speelt, is De ideale ernst...in verhevigde vorm een uren durend toneelfeest geworden dat je weer verzoent met vele teleurstellingen elders op theatergebied.

’t Barre Land is voor deze productie versterkt met de Vlaamse groep De Onderneming, waarvan Kris Van Trier en Waas Gramser deel uitmaken. Vrijwel allen spelen in beide komedies een rol. Naarmate de behandeling vordert, wisselen scènes uit beide stukken elkaar steeds sneller af, maar het blijft volkomen helder in welk stuk we zijn. Alleen Ingejan Ligthart Schenk als de ideale echtgenoot en Czeslaw de Wijs als de dominee uit Ernst hebben geen rol in het andere stuk. Overigens heette de met groene muts uitgeruste dominee hier tot mijn verbazing ‘pastoor Chasuble’, hoewel ook hij ten slotte in het huwelijksbootje stapte. Een vergissinkje, of heeft dit diepe gronden?

En o, wat spelen deze acteurs een subliem en verrukkelijk spel met hun tekst, met elkaar en met zichzelf. Margijn Bosch en Waas Gramser geven met hun steeds dieper uitgesneden decolletés, zelfs tot het punt waar er echt niets meer uit te snijden is, een hilarisch commentaar op de decolletés bij Wilde, die in zijn tijd wellicht niet beneden de sleutelbeenderen reikten.

Michiel Johannes Jansen maakte 18 panelen, negen rode en negen groen-blauwe, die met hun ongeverfde achterkanten aan het begin de speelruimte afscheiden van de kleed- en verblijfruimte. Eén voor één worden ze omgedraaid en zoetjes aan worden de rode (‘Echtgenoot’) en groen-blauwe (‘Ernst’) door butler Kolpa steeds meer door elkaar heen gezet: een mathematisch gefrutsel dat me na het Russen-project 2 x 2 = 5 vertrouwd voorkwam, en waar ik als neurotisch teller en getallenfetisjist wel aardigheid in heb, maar dat anderen misschien te bedacht vinden.

Minder goed begreep ik waarom Wilde voorafgegaan wordt door een ‘voorspel’ met de titel De billen van Bianca, dat weliswaar een bewerking naar een niet voltooide Florentijnse tragedie van Oscar Wilde zou zijn van de hand van Peter Kolpa, maar dat volgens mij dwars op Wilde’s leven en werk staat. Immers, aan dedubbelzinnigheden over het heteroseksuele geslachtsverkeer waar deze Billen onder laboreert, had onze dandy aller dandy’s toch wel het minst een boodschap.

Maar ik geef toe: het zijn opmerkingen in de uiterste marge van een briljante voorstelling, om niet weer met het woord geniaal op de proppen te komen. Dit is theater zoals theater zijn moet.

Hans Oranje