Vertaler Leo Maris over Perec

In nawoord bij de (1993) uitgave van Wat voor brommertje …schrijft Leo Maris het volgende:

In het werk van Georges Perec (1936-1982) neemt het spelelement een grote plaats in. Perec speelt met taal. Hij experimenteert met nieuwe vormen en morrelt aan gevestigde tradities. Een van de meest opvallendste vormexperimenten is de roman 'La Disparition', een boek dat hij geschreven heeft zonder ook maar één keer de letter e te gebruiken.

Een eerste blik op Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats? maakt direct duidelijk dat we met een 'vreemd' boek te maken hebben. Het begint al met de titel, die veel te lang is, in de vragende vorm is gesteld en, aangezien het brommertje van Henri Pollak nergens in het boek op een binnenplaats staat, eigenlijk niets over de inhoud van het verhaal zegt.

In de ondertitel, waarvoor een aparte bladzijde is ingeruimd en die volgens hedendaagse begrippen ook wat aan de lange kant is, wordt het boek een 'episch' verhaal in proza genoemd, een woord dat eveneens voorkomt in de flaptekst, die, naar we mogen aannemen van Perec afkomstig is. Maar voor een heldendicht is het werk zelf weer erg kort. Bovendien wordt de held in een epos gewoonlijk voorgesteld als een belangrijk persoon die, na tal van moeilijkheden, ten slotte gelouterd zijn doel bereikt dan wel definitief het onderspit delft. Het eerste is vaak het geval in oudere, het tweede in nieuwere heldendichten. Bij Perec is daarvan geen sprake. Aan het eind van het boek zijn we meer dan zeventig verschillende namen voor de held tegengekomen, die weliswaar allemaal met 'Kara' beginnen, maar ons geen uitsluitsel geven over zijn werkelijke naam. We weten dus niet eens hoe de held heet.

Evenmin weten we hoe het met hem afloopt. Aan het eind van het boek is hij verdwenen, zonder dat de schrijver ons laat weten waarheen. is hij nu wel of niet naar Algerije vertrokken? De vraag is niet onbelangrijk, want het verhaal gaat toch over een poging te voorkomen dat Karadinges de Algerijnse oorlog wordt ingestuurd. Kortom, een antiheld in een anti-intrige. De flaptekst ziet de vrienden van Kara-en-nog-wat als de opvolgers van Ajax, Achilles en een aantal andere oude helden of helden van de geest. Blijft er bij zo veel helden nog wel plaats over voor de eigenlijke held van het boek?
Echt heldhaftig zijn de vrienden overigens niet. Hun slachtoffer - want dat lijkt toch de meest juiste benaming voor de held - wordt neerbuigend behandeld, om niet te zeggen belachelijk gemaakt, de oplossing die wordt gekozen is halfhartig en de wijze waarop een en ander uiteindelijk zijn beslag krijgt, is dat zo mogelijk nog meer. Iedere echte keuze wordt meteen weer op losse schroeven gezet.

Het spelelement is ook duidelijk aanwezig in het register dat aan het boek is toegevoegd. Gewoonlijk bestaan registers uit woorden (eigennamen, begrippen) waarover in het boek nadere informatie wordt verschaft. Hier bevat het register een opsomming van taalkundige verschijnselen en retorische figuren, die onderzoekers meestal traceren in werken als de 'Ilias' of de 'Odyssee'. vele ervan zijn de hedendaagse lezer onbekend, zodat hij een handboek voor retorica moet raadplegen om te weten waarnaar hij eigelijk op zoek is. En zelfs dan is het vaak nog niet eens eenvoudig het aangegeven verschijnsel te lokaliseren: Perec geeft alleen de paginanummers. Bovendien neemt hij soms termen op die hij zelf heeft verzonnen of die in de tekst een wel heel ongebruikelijke betekenis krijgen. De alfabetische volgorde wordt niet altijd gerespecteerd en verwijzingen draaien soms in een kringetje rond. Het zijn voor liefhebber vaak hilarische effecten. […]

uit Familieportret van Privé-domein (1998):

"Met een kleine variatie op Proust zou Perecs oeuvre onder de noemer 'Op zoek naar de verloren ruimte' samengevat kunnen worden. Voor het vroeg verweesde kind dat verstoken is van een familiegeheugen (zijn vader kwam om als soldaat in het leger, zijn moeder in het concentratiekamp) wordt de reconstructie van het verleden van levensbelang. Voor Georges Perec bestaat er geen solide 'huis van de herinnering'. Dat verklaart niet alleen zijn obsessie met het fictieve eiland W maar ook de preoccupatie in zijn hele oeuvre met ruimten waarin het verleden opgeslagen kan worden."