Virtuoze montage laat Oscar Wilde wervelen

NRC Handelsblad, 28 maart 2003 - Wilfred Takken

,,Dagelijks toenemend lachsucces. Kleding gewenst doch niet verplicht'', zegt de folder. 't Barre Land trakteert op een verwarrend en luchtig avondje Oscar Wilde (1854-1900). Het voorspel is een kluchtige bewerking van Een Florentijnse Tragedie (onvoltooid 1894). Het hoofdmaal bestaat uit twee komedies, Het Belang van Ernst en De Ideale Echtgenoot.
Beide komedies gingen begin 1895 tegelijkertijd met enorm succes in Londen, toen Wilde op het hoogtepunt was van zijn roem. Meteen daarna volgde zijn diepe val. Na twee geruchtmakende processen werd hij tot twee jaar dwangarbeid veroordeeld wegens sodomie. Zo ondervond Wilde binnen enkele maanden hoe de Britse society, die hij in zijn komedies te kijk zet, een buitenstaander even makkelijk kon omarmen als vermorzelen. De eigenwijze doe-het-zelvers van 't Barre land - aangevuld met twee leden van de Vlaamse Onderneming - hebben de twee stukken door elkaar gemonteerd, zonder de verhaallijnen te vermengen.
Voor de pauze worden de eerste twee bedrijven van beide stukken nog netjes afgewisseld, zodat je in ieder geval een idee hebt waar het over gaat. Na de pauze wisselt de groep per scne en wordt er steeds minder moeite gedaan om de twee verhaallijnen gescheiden te tonen. In de ontknoping lopen beide stukken volledig door elkaar. Aanvankelijk werkt dat zeer verwarrend, zeker voor degenen die de stukken niet kennen. Voor hen is het raadzaam om zo snel mogelijk het volgen van de ingewikkelde plots los te laten. Dan valt op dat de komedies - hoewel ongelijk in kwaliteit - erg op elkaar lijken. Ze draaien allebei om misverstanden, persoonsverwisselingen, valse identiteiten en ontmaskeringen in de Londense 19de-eeuwse society.
Na ontmaskering van de Victoriaanse moraal blijkt dat iedereen in leugens leeft, de lelijke maatschappelijke leugen —f de mooie leugen van de kunst.
De dialogen dienen verder om zoveel mogelijk van Wilde's beroemde bon mots te plaatsen. Deze zijn doorgaans ook vrolijk-cynische omkeringen van de moraal. Beide stukken hebben een vergelijkbare rolverdeling: een `deugdzame' heer, een losbollige vriend die de meeste bon mots plaatst en een dominante vader/tante-figuur die de hypocriete waarden van de society vertegenwoordigt. Deze laatste rol wordt in beide komedies op superieur onderkoelde wijze vervuld door Jacob Derwig, die als rustpunt en spil van de voorstelling dient. De anderen spelen vooral losjes, wat goed bij de heersende luchtigheid past. Volleerde komieken zijn ze echter niet, zodat een aantal grappen niet goed geplaatst wordt. Misschien is er te veel afleiding, en kan de opeenstapeling van grappen alleen goed vallen in een overzichtelijke enscenering.
De verwarring en de persoonsverwisseling in de stukken worden door de uitvoering nog eens verdubbeld. Vooral op het eind wisselen de spelers steeds sneller van rol, deels in travestie, zonder zich noemenswaardig te verkleden - ze pakken hoogstens een handtasje - zodat vaak even onduidelijk is wie ze zijn.
De virtuositeit waarmee de stukken zijn gemonteerd en waarmee de spelers van rol naar rol zappen, versterkt de virtuositeit van Wilde's dialogen. Zo laten de schrijver en de spelers de wereld steeds sneller draaien en dansen voor onze ogen. Ze tonen een aantrekkelijk, luchtig leven met een happy ending, dat bij nader inzien gruwelijk leeg is; zonder moraal, zonder liefde, zonder waarheid.

Wilfred Takken