Vincent van den Berg, van ’t Barre Land, en Jorn Heijdenrijk, van Maatschappij Discordia, zijn blij met de samenwerking waartoe de twee kleine gezelschappen hebben besloten. Nu in juni lijken de tijden te herleven van de Fin de Saison waarmee Discordia jarenlang in Haarlem het voorbije toneelseizoen uitluidde. Maar de ’tijdelijke vereniging’ die nu is aangegaan, heeft een ander oogmerk.
In de eerste plaats zal de samenwerking niet tot de junimaand beperkt blijven, en ook andere gezelschappen kunnen zich aansluiten. Van den Berg: Bij ons, én bij Discordia, is er de wens om zonder productiedwang met elkaar te praten en met de dramaturgen onder ons”. Daarin valt Heijdenrijk hem meteen bij: Wat wij doen, is alleen maar dramaturgisch voorwerk – daarin komen andere dingen naar voren dan als je weet dat over drie weken een voorstelling klaar moet zijn.” Sinds de subsidie van Discordia een aantal jaren geleden werd ingetrokken, draait het gezelschap door geldgebrek niet op volle toeren – maar het ’Atelier Discordia’ bestaat nog wel degelijk. Net zoals ze met hun Republiek-avonden op de eerste maandag van elke maand, en met hun gelegenheidsgezelschap De Vere plekken schiepen waar kunstenaars en publiek buiten de formele grenzen van een toneelavond met elkaar konden verkeren, willen de twee groepen iets dergelijks met hun project Dertien Rijen.
De naam is afkomstig van de grote Poolse toneelvernieuwer Jerzy Grotowski (1933-1999), die van 1956 tot 1964 het Theater van Dertien Rijen in de stad Opole leidde, voordat hij zijn gezelschap verplaatste naar Wroclaw, en daar tot 1984 zijn fameuze Laboratorium Theater had. Het is de bedoeling dat de Dertien Rijen na juni op verschillende tijdstippen van het jaar een vervolg zal krijgen. Zo is voor november al een afspraak gemaakt met het Grand Théâtre in Groningen. Met steeds meer groepjes die zich hopelijk aansluiten, is er het plan om in 2008 met een groots stuk te komen, Laatste dagen der mensheid van Karl Kraus, waar zo’n veertig spelers aan meedoen. De vertaling is in handen gegeven van het spraakmakende duo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes.
Er is dus een groeiende samenwerking te zien tussen kleine, verwante toneelgroepen als Discordia, ’t Barre Land en in Vlaanderen Stan en De Roovers. Van deze laatste groep doet trouwens Sarah De Bosschere individueel dit jaar al mee. Van den Berg vergelijkt deze samenwerking met wat we de laatste tijd ook bij grote gezelschappen zien.
Zo zijn er het afgelopen seizoen een aantal coproducties geweest waarin Toneelgroep Amsterdam, NTGent en de Theatercompagnie elkaars gezelschap zochten.
Kennelijk is de wens vrij algemeen om met meer acteurs te werken dan de leden van de eigen groep. Voor een spelerscollectief als ’t Barre Land, dat zoals veel van deze groepen werd opgericht door een aantal mensen die samen hun opleiding hadden gevolgd en dat dus slechts één generatie vertegenwoordigt, heeft dat het grote voordeel dat ze nu ook intensief samenwerken met oudere tijdgenoten als de oude rotten Jan Joris Lamers, Matthias de Koning en Annette Kouwenhoven van Discordia, of met de jongere generatie die tien jaar na hen van de Toneelschool kwam.
Kernstuk van de Dertien Rijen lijkt in deze maand het stuk van Botho Strauss te worden, Der Narr und seine Frau, heute abend in pancomedia. Het is een bizarre opeenvolging van vele scènes waarin Strauss zoals vaker in zijn werk grillig van de hak op de tak springt. Er is wel een doorgaande lijn, namelijk die van de nar (een uitgever) en ’zijn’ vrouw, een schrijfster. Het stuk werd geschreven in 2001 en wortelt in de Duitse eenwording.
Van den Berg en Heijdenrijk: Het is een stuk voorbij het ideologisch tijdperk. Het gaat over de grote tegenstellingen die je nu overal ziet: die van de kunst en het grote geld, van droom en werkelijkheid. En in wezen gaat het over de Europese eenwording: met wie ga je in zee, welke landen houdt Europa van zich af omdat ze economisch niet renderen? Wij moeten die puzzel in de tekst voor onszelf uitleggen. Op het individuele vlak staan de uitgever en de schrijfster ook voor de tegenstelling van man en vrouw; van lust en afkeer.”
Zo wordt de Dertien Rijen vooral een project waarin de kunstenaars driftig met elkaar in gesprek en overleg zijn. Het dramaturgisch bloed dat bij uitstek deze twee groepjes door de aderen stroomt, mag wekenlang de harten doen kloppen, en het publiek is vriendelijk maar met gepaste afstand uitgenodigd om het discours te komen volgen.
copyright Hans Oranje, Trouw, vrijdag 9 juni 2006