Op scène ligt een wiel aan de rechterkant, afgevallen van een speelgoedwagen, gestrand. Het publiek gaat zitten en ‘de Modernen’ opent op een rustig tempo. De spelers staan en zitten achterin met hun rug naar het publiek en het blijft een tijdje stil. Langzaam ontstaan de eerste impulsen, iemand kucht, er wordt gefluisterd, gezucht, iemand staat op, gaat weer zitten en na een tijdje het eerste woord. Jan Joris zit in het midden en leest een fragment uit de krant, het gaat over subliminale gewaarwording en het supraliminale zelf. Er zijn boodschappen die te subtiel zijn om bewust te worden waargenomen maar die invloed hebben op onze waarneming en beleving. Naast hem blaast Miranda in een glas water als een soort van storm en zet daarmee een lijn in over Shakespeare. Lees verder »